Water in de Omgevingsvisie

Verslag van de leergemeenschap Water en ruimte West, 21 november 2016

Met de komst van de Omgevingswet, verandert veel. In regelgeving en instrumentarium, maar ook in houding en gedrag. Tijdens deze leergemeenschap Water en ruimte ligt de focus op één van de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet: de omgevingsvisie. We nemen de Omgevingswet verder onder de loep en bekijken wat in de wet is opgenomen over water. Ook zien we een eerste voorbeeld van een omgevingsvisie: de regio Leiden werkt voor het grondgebied van tien gemeenten samen aan een omgevingsvisie. Duidelijk is dat de opgaven complex zijn, maar dat de omgevingsvisie wel de mogelijkheid biedt om integraal naar opgaven te kijken.

We zijn te gast bij het Hoogheemraadschap Rijnland. Marije van Berk is hier verantwoordelijk voor de implementatie van de Omgevingswet. Ze heet ons van harte welkom en is blij dat er zo’n diverse groep aanwezig is. Het is immers volledig in de geest van de Omgevingswet om zaken samen te doen en integraal op te pakken.

Omgevingsvisie in de Omgevingswet

De Omgevingswet bevat regelgeving voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit. Maar een nieuwe mindset is minstens zo belangrijk. De bedoeling is ook dat de overheid een andere houding aanneemt, met meer verantwoordelijkheden voor burgers en bedrijven. Nicole Hardon (Rijkswaterstaat) start met een geruststelling: de Omgevingswet zal voor het waterbeheer geen enorme schokken veroorzaken. De waterwereld is al gewend aan een intensievere samenwerking. De Omgevingswet zal dit nog meer stimuleren. Water is een terugkerend thema in de wet. Dat is niet zo verwonderlijk, omdat de Waterwet bijna in zijn geheel is opgenomen in de Omgevingswet.

De Omgevingswet is geïnitieerd vanwege twee grote ontwikkelingen: knellende regelgeving met versnipperde besluitvorming en complexe opgaven met bijbehorende mondige burgers. De Omgevingswet heeft vier verbeterdoelen, waarvan één het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de leefomgeving is. De omgevingsvisie is het uitgelezen instrument hiervoor. In de omgevingsvisie moet onder meer het milieubeleidsplan, de structuurvisie en het waterplan terugkomen. Maar het is meer, omdat het moet gaan over de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is hiermee niet alleen een bundeling van bestaande visies, maar biedt ook ruimte om maatschappelijke opgaven vanuit verschillende beleidsvelden samen te pakken.

Het Rijk, de provincies en gemeenten moeten een omgevingsvisie opstellen. De visies zijn zelfbindend voor de overheid, wat natuurlijk niet wegneemt dat onderlinge afstemming nodig is. Vanwege hun specifieke taak hoeven waterschappen geen omgevingsvisie op te stellen. Ze spelen echter wel een zeer belangrijke rol in het proces, onder meer door de samenwerking met andere partijen, die vanuit de Omgevingswet heel belangrijk is. Afstemming en samenwerking zijn belangrijke onderdelen van de wet. De Omgevingswet dwingt om meer samen te werken en meer te vertrouwen op anderen. Zo kunnen alle betrokken partijen met goede ideeën komen en worden alle belangen vanaf het begin behartigd.

Casus Leiden

Fred Goedbloed werkt vanuit de gemeente Leiden met negen gemeenten samen aan één omgevingsvisie: het Hart van Holland: regionale agenda Omgevingsvisie 2040. Deze samenwerking is nodig omdat de opgaven de grensoverstijgend zijn (zoals de trek naar de stad, vergrijzing, energietransitie of klimaatveranderingen). Hoewel de begrenzing van de tien gemeenten natuurlijk arbitrair lijkt, is het wel grofweg het gebied waar het dagelijks leven van de bewoners zich afspeelt. En als zo’n gebied ben je ook ineens iets: ongeveer evenveel inwoners als de gemeente Utrecht of de provincie Zeeland. Met veel verbindingen: natuurlijk naar Den Haag, Delft en Rotterdam, maar ook richting Amsterdam of Utrecht. We hebben een sterke economie en dankzij de prachtige landschappen een hooggewaardeerde leefomgeving.

Voor de gemeenten is de omgevingsvisie geen boekje. Het is een proces dat voor eeuwig doorgaat. Natuurlijk is er wel een hoofdkaart. Die visiekaart is niet heel gedetailleerd. Die is uitgewerkt naar vijf deelkaarten: lucht, verstedelijking, infrastructuur, landschap en bodem. De verschillende opgaven worden vervolgens per thema en per gebied verder uitgewerkt. Per onderwerp ga je met de geïnteresseerde bewoners en de betrokken partijen in gesprek.

Van veel thema’s weet je als gemeente al lang dat die op je afkomen, zoals duurzaamheid. Maar wat het precies betekent, wordt met het maken van een omgevingsvisie duidelijker. Om bijvoorbeeld energieneutraal te zijn, is de ruimtelijke vraag (in de vorm van zonnepanelen, windmolens of biomassa) zo groot, dat dit heel moeilijk in het eigen gebied is op te vangen. Dat zijn belangrijke ingrediënten voor de discussie. De projectgroep vermoedt dat de opgave voor water een minstens even groot ruimtebeslag heeft. Denk aan bijvoorbeeld waterveiligheid of bodemdaling. Dat gebeurt aan de hand van ontwerpend onderzoek: concept-kaarten per thema dienen om met elkaar in gesprek te gaan over de gevolgen en hoe je daarmee om kunt gaan. Een vergelijkbaar onderzoek naar biodiversiteit wordt voorbereid. Dit heeft een grote relatie met energie en water. Op het moment dat de samenhang tussen de verschillende thema’s inzichtelijk is, kan je gaan integreren met bijvoorbeeld de verstedelijkingsopgave. Ook daarover ga je in gesprek met geïnteresseerden en betrokken partijen. Dat leidt tot een aantal scenario’s. Over die scenario’s zal de besluitvorming plaatsvinden. De stappen die nu zijn genomen, zijn slechts de eerste stappen.

Belang voor een waterschap

De wateropgave is breed, betoogt Dolf Kern van het Hoogheemraadschap Rijnland. Het is een klimaatopgave die onderwerpen als overstroming, wateroverlast, droogte en hittestress bestrijkt. Het is duidelijk dat er veel gaat veranderen op deze aspecten. Eigenlijk heeft klimaatverandering al plaats gevonden maar hoe die ontwikkeling doorzet is onduidelijk. Je moet dus adaptief zijn. De opgave ligt niet alleen in het watersysteem dat het waterschap beheert. Zo was op een aantal plaatsen in Leiden in juni 2016 veel wateroverlast, met ondergelopen woningen, na flinke neerslag. De peilstijging in het watersysteem was gering omdat de gemalen hun werk deden en er tijdig op geanticipeerd is, alleen blijkt dat de neerslagintensiteit zo groot was, dat het riool en de berging op straat het niet aan kon zodat wateroverlast in woningen optrad. Dus dat moeten we in de openbare en zelfs particuliere ruimte oplossen om overlast in de woningen te beperken.

Maar het gaat niet alleen over te veel regen. Ook een tekort aan water kan problemen veroorzaken. Dat maakt het met de slappe bodems in de regio ingewikkeld: door uitdroging ontstaat inklinking of veenoxidatie. Het is dus cruciaal dat je al je peilen op orde houdt. Daarnaast zijn er ook veel hoogwaardige gebruikers in het gebied (zoals bollenteelt) en ook diepe polders waar zout water wordt weg gepompt. Dan moet je het watersysteem doorspoelen om de kwaliteit op orde te houden. Dat lukt via een inlaat bij de Hollandse Rijn in Gouda. Al deze opgaven geven ook paradoxen. Wateroverlast en bodemdaling kunnen hele andere oplossingsrichtingen hebben, bijvoorbeeld ten aanzien van de handhaving van de hoogte van het waterpeil. Dat zorgt voor nieuwe dilemma’s.

Naast de ruimtelijke componenten van al deze opgaven, is het ook belangrijk voor een waterschap om vroeg om de tafel te zitten. Zo kun je met de juiste investering in de aanlegfase, veel besparen in de beheerfase. Denk bijvoorbeeld aan een wijk waar sprake is van bodemdaling. Als je toch wilt bouwen in een gebied met een slappe bodem is dat mogelijk door met een aantal slimme voorinvesteringen problemen en kosten in de beheerfase te voorkomen.

Kaarten van de regio

Fabric heeft voor de ‘Hart van Holland’ gemeenten een aantal kaarten gemaakt om de wateropgaven te bespreken. Bas Driessen (van Fabric) licht toe hoe dit in zijn werk is gegaan. Fabric verzamelde voor zes verschillende thema’s zo veel mogelijk data. Vervolgens werkten ze zo gedetailleerd mogelijk om de opgaven duidelijk in beeld te kunnen brengen. Dat deden ze niet alleen op kaart, maar ook in 3D-doorsneden. De opgaven zijn echter onderling sterk verbonden en de data komt veelal van onderzoek op hoger schaalniveau:de data moet je combineren met lokale kennis. De eerste kaarten geven echter wel inzicht in de opgaven.

Tijdens de leergemeenschap gingen we in groepen verder in op de kaarten om de opgave en een mogelijk handelingsperspectief te bekijken. De kaarten blijken goed te werken om een discussie op gang te brengen. Hieruit blijkt al dat er combinaties te maken zijn. Zo zijn droogte en wateroverlast onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor de periodes van droogte zou je graag water willen bufferen, dus dan moet je wellicht juist putten uit de periodes van wateroverlast.
Maar voor de opgaven zijn ook veel verschillende stakeholders relevant: bewoners die acties kunnen ondernemen in hun eigen tuin, bedrijven die water kunnen vasthouden, maar ook woningbouwverenigingen. Het lastige is dat niet iedereen die maatregelen kan nemen ook de voordelen eruit haalt. En andersom dat niet iedereen die schade heeft als gevolg van waterproblemen (zoals overstroming of bodemdaling) daar ook iets aan kan doen. Juist door met alle stakeholders in gesprek te gaan, kun je waarschijnlijk tot oplossingen komen. Trek dat breed. Het betrekken van verzekeraars zou bijvoorbeeld ook goed zijn.
Kijk daarnaast op een brede manier naar de gevolgen: een sociale kaart kan ook een goede interactie vormen van de wateropgaven, omdat hieruit bijvoorbeeld blijkt waar de gevoelige functies als ziekenhuizen zitten. Zo kan je ook onderscheid naar belanghebbenden maken.
Je komt in het stedelijk gebied vaak uit op maatwerk, dus grote oplossingen zijn wellicht niet mogelijk. In stedelijke gebieden kun je ook onderscheid maken tussen oudbouw en nieuwbouw, met hele andere problematiek. In het landelijk gebied zal je waarschijnlijk andere soorten maatregelen kunnen treffen.

Bewustwording

Dijkgraaf Gerard Doornbos sluit de bijeenkomst af. Hij is heel blij dat iedereen zo enthousiast is over het thema. De oplossing vind je niet in een middag, maar kennelijk gaat het steeds beter met de bewustwording. En dat is mooi. De OESO concludeerde dat het met water goed geregeld is in Nederland, maar dat de bewustwording matig is om ermee aan de gang te gaan. Het is dus goed dat iedereen er zo enthousiast mee aan de slag gaat. En dat is ook belangrijk. Want het blijkt wel dat de waterthema’s die vanmiddag zijn behandeld, allerlei andere thema’s raken. En de omgevingsvisie is een heel goed instrument om de thema’s verder te integreren. Het is voor waterschappen daarom goed om duidelijk aan te haken op het proces van een omgevingsvisie. Dat is complex. Maar gezien de energie die er is op dit thema, heeft Gerard Doornbos er alle vertrouwen in dat het goed komt.