Wat (niet) te doen voor de Omgevingswet?

Naar aanleiding van het thema ‘Baseline Omgevingswet’ van de leerkring Omgevingswet van de G32

De Omgevingswet biedt kansen. Bij een bedrijventerrein dat een gemeente wil transformeren naar een woongebied, zorgt de huidige wetgeving vaak voor knelpunten. Deze knelpunten maken zo’n transformatie ingewikkeld of gaan deze zelfs helemaal tegen. Onder de Omgevingswet is dit verleden tijd. Een ander voorbeeld: met het Digitaal Stelsel Omgevingswet moet met één druk op de knop duidelijk zijn wat ergens mogelijk is en met welke regels een initiatiefnemer rekening moet houden. Stukken makkelijker dan de beleidsstukken die nu verspreid op internetpagina’s van een gemeente, provincie, waterschap en het Rijk staan. Als ze ál online staan. En de Omgevingswet zet de deur open voor meer integraliteit, participatie, bestuurlijke afwegingsruimte, flexibiliteit. Zo zijn er meer kansen te bedenken.

Door Maarten Hoorn

In de discussie over de Omgevingswet gaat het veel over kansen. Maar wat moet een gemeente minimaal doen om te voldoen aan de Omgevingswet? Tijdens de leerkring van de G32 over de Omgevingswet verkenden we dit samen met Tycho Lam van Hekkelman Advocaten en Notarissen. Het accent lag op drie kerninstrumenten: omgevingsvisie, omgevingsplan en omgevingswaarden. Wat gaat er mis als je niets doet, was eigenlijk de subvraag die we onszelf stelden. Is het flauw om zo te redeneren? Wellicht. Maar voor de aanwezige gemeenteambtenaren die dag in dag uit met de Omgevingswet bezig zijn en er vol voor willen gaan, is het goed om af en toe eens perspectief op het eigen werk te hebben. Overigens keken we tijdens de bijeenkomst niet naar vergunningverlening en het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De veranderingen hierin noodzaken tot aanpassingen.

Niets doen?

Ontluisterend is te concluderen dat er niet veel mis gaat op het moment dat je niets doet. Een omgevingsvisie is vormvrij, dus eigenlijk voldoet de huidige structuurvisie ook wel. Het is niet verplicht om programma’s te maken, dus waarom zou je die opstellen? Alleen maar een last, omdat een gemeente zichtzelf bindt aan een programma. En een omgevingsplan? Het overgangsrecht zorgt ervoor dat een gemeente die vanzelf heeft op basis van de huidige bestemmingsplannen en verordeningen. Dus daar hoef je pas na de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij een herziening rekening mee te houden. En dan is het waarschijnlijk mogelijk om in het omgevingsplan simpelweg te verwijzen naar de diverse verordeningen, dus is een omgevingsplan ook zo gemaakt. De Omgevingswet en het Omgevingsbesluit zeggen verder weinig over participatie, dus daarmee verandert ook weinig ten opzichte van de huidige praktijk.

Zo beredeneert, lijkt het alsof gemeenten rustig achterover kunnen leunen en met de huidige praktijk kunnen doorgaan totdat de Omgevingswet in werking is getreden. Dit kan, want de Omgevingswet verplicht heel weinig. Maar de Omgevingswet is dé uitgelezen mogelijkheid om doelen te behalen die een gemeente wil bereiken, om orde op zaken te stellen, om na te gaan of alle zaken voldoen, om de boel op te schudden en om overbodige regels te schrappen. Kortom, een goede aanleiding om het functioneren van een gemeente weer eens tegen het licht te houden en te bekijken of het functioneren nog past bij deze tijd. Zo’n zelfreflectie kan geen kwaad. De invoering van de Omgevingswet is daar dus het goede momentum voor.

Overbodige regels

Regelgeving stapelt zich vaak op in gemeenten. Een regel heeft het licht gezien omdat een bestuur iets belangrijk vindt, omdat zich een incident voordeed of bijvoorbeeld omdat een modelverordening is overgenomen. Het blijkt dat in een APV vaak ‘dode’ letters staan. Denk aan het verbod op stoepkrijten dat in veel APV’s staat. Waarom behoudt een gemeente een regel als er toch geen handhaving plaatsvindt? Daarom is het ook verstandig om eens naar de handhavingszaken te kijken van de afgelopen jaren. Welke verzoeken zijn ingediend? Zijn dit ontwikkelingen die ook daadwerkelijk onwenselijk zijn of is er alleen maar sprake van handhaving, omdat de regel zo was? En kan de ontwikkeling vanuit maatschappelijk perspectief eigenlijk helemaal geen kwaad? In dat laatste geval alle reden om een regel te schrappen.

En kijk eens naar vergunningen die verleend zijn. Kon dit ook zonder vergunning? In bestemmingsplannen zitten bijvoorbeeld vaak afwijkbevoegdheden. Sommige afwijkingsverzoeken willigen gemeenten altijd in, dus alle reden om het rechtstreeks toe te staan. Juist hierin is belangrijke winst te behalen. Bewoners en ondernemers klagen wel over een grote regeldruk; dat zit vaak in kleine regels rondom bijvoorbeeld woningen. Hierin is vaak veel mogelijkheid om te flexibiliseren. Omdat een gemeente de samenleving bedient, is het heel logisch hiernaar te kijken.

Frisse blik

De Omgevingswet kan goed dienen om met een frisse blik te discussiëren over het overkoepelende beleid van de gemeente. Juist door te spreken over de fysieke leefomgeving, en niet meer alleen over de ruimtelijke ordening, is dit de uitgelezen kans om beleidsvelden te integreren. Dan kan het nodig blijken om de boel op te schudden, omdat doelen van verschillende beleidsvelden kunnen schuren. Groenbeleid versus parkeerbeleid; cultuurhistorisch beleid versus economisch beleid; sociaal-maatschappelijk beleid versus ruimtelijke beleid.

Maar het is ook het moment om naar nieuwe opgaven en thema’s te kijken. Duurzaamheid, gezondheid, klimaatadaptatie zijn drie onderwerpen die steeds hoger op de gemeentelijke agenda komen te staan en waaraan nog niet altijd aandacht is besteed in visies of in (bestemmings)plannen.

Een frisse blik kan ook helpen door meer gebiedsgericht te kijken naar een gemeente. De Omgevingswet stimuleert gebiedsgericht werken en stimuleert om verschillen te maken tussen gebieden. Dat kan tot nieuwe inzichten leiden door juist verschillende gebieden voor verschillende doelgroepen aantrekkelijk te maken.

Nieuwe doelen

De Omgevingswet wil dat het initiatief meer centraal komt te staan. Daar hoort bij dat je meer redeneert vanuit de doelen die je jezelf als gemeente stelt dan vanuit de (bestaande) regels. Met name bij de transformatie van gebieden blijkt dat de Omgevingswet meer mogelijk kan maken. Regels kunnen flexibeler worden gemaakt; de uitvoerbaarheid hoeft minder rigide te worden aangetoond. Verder hoef je in een omgevingsplan niet meer te toetsen aan een goede ruimtelijke ordening. Doordat een omgevingsplan over de fysieke leefomgeving gaat, kan je de regels stellen vanuit de zaken die je wilt bereiken in een bepaald gebied. En hoef je je minder af te vragen of de Raad van State wel vindt of dit binnen de grenzen van de ruimtelijke ordening valt.

Aan de slag gaan!

Kortom, voldoende redenen om aan de slag te gaan. Zie de Omgevingswet niet als doel op zich, maar juist als middel dat kan helpen om de doelen die je als gemeente hebt te kunnen verankeren. Verken eens voor jezelf wat de Omgevingswet voor jou kan betekenen. Beredeneer vanuit de opgaven die in een gebied spelen. Zeker op het moment dat partijen sceptisch zijn over de Omgevingswet kan het goed helpen deze wet minder prominent te benoemen. Maar in andere gevallen kan het juist goed helpen om de Omgevingswet te gebruiken als aanleiding om zaken voor elkaar te krijgen.