Voorkomen van sociale spanningen in de wijk

In 2016 organiseerden Platform31 en het CCV drie leerkringen over het onderwerp ‘Sociale Spanningen in de Wijk’. De dagen vonden plaats op locatie in wijken die te maken hebben gehad met verschillende sociale spanningen in de afgelopen jaren; Kanaleneiland (Utrecht), de Schilderswijk (Den Haag) en Katendrecht (Rotterdam). Onderdeel van elke leerkring was een rondwandeling door de wijk onder leiding van een professional uit de wijk. Deelnemers aan deze leerkringen waren werkzaam bij gemeenten, welzijnsorganisaties, woningcorporaties en politie.

Tijdens de leerkringen spraken we over verschillende type spanningen tussen bewoners, tussen verschillende etnische groepen, tussen nieuwkomers en gevestigden, tussen jong en oud. We spraken met de deelnemers en experts over vragen als; ‘Wie of wat is het cement van een wijk’? ‘Hoe kunnen we culturele verschillen tussen bewoners overbruggen’? Hoe wordt het ‘thuisgevoel’ van wijkbewoners bepaald? En hoe kun je een betrouwbaar signaleringsnetwerk creëren waarin snel duidelijk wordt wat de sentimenten zijn in de wijk, en waar zich mogelijk spanningen voor zouden kunnen doen?

In gesprek met deelnemers en sprekers kwamen we tot de volgende rode lijnen en suggesties uit deze leerkringdagen:

10 aanbevelingen uit de leerkring Sociale spanningen in de wijk:

  1. Om meer te weten te komen over spanningen in een specifieke wijk en de sentimenten die er leven, is het goed om je te verdiepen in de geschiedenis van die wijk; welke spanningen hebben er eerder gespeeld? Tussen welke groepen? Wat is het DNA van de wijk? Zijn bewoners gewend aan nieuwkomers (bijvoorbeeld Oost-Europeanen of asielzoekers)? En hoe is dat toen gegaan? Zie ook: Handreiking Voorkomen van Sociale Spanningen van Ron van Wonderen (2016) en Bouwstenen voor Sociale Stabiliteit (2015) van Forum.

  2. Spanningen en irritaties ontstaan op het moment dat bewoners het gevoel hebben dat ze geen grip hebben op de situatie en zij zich niet in staat voelen om er effectief iets aan te doen, of niet het vertrouwen hebben dat lokale professionals er iets aan kunnen doen. Het is van belang om bewoners te helpen door ze dit gevoel van grip en vertrouwen weer terug te geven. Voorbeelden van manieren om bewoners meer in contact met elkaar te laten komen op wijk- en buurtniveau:
  3. Om spanningen in wijken te voorkomen, moeten mensen elkaar kennen en bij voorkeur ook een beetje begrijpen. Dit elkaar leren kennen kan het best op een informele manier, bijvoorbeeld door ontmoetingen rondom een gemeenschappelijke belang (een plan voor een speeltuin of een WhatsApp buurtgroep) of een ander gezamenlijk initiatief. Top-down ontmoetingen creëren om mensen elkaar te laten begrijpen, werken meestal juist averechts bij het voorkomen van spanningen.

  4. Maak voor je signaleringsnetwerk in de wijk contacten met zelforganisaties, bewoners en sleutelfiguren uit de wijk. Dit moet gedaan worden in rustige periodes en niet alleen als er al iets mis is of op basis van geconstateerde problemen. Onderhoud de contacten duurzaam op een informele manier, bijvoorbeeld door regelmatig informeel bij elkaar te komen (bijvoorbeeld rond een maaltijd!) en gezamenlijk een agenda te bepalen. Zie ook het project Bondgenoten. In het begin veel investeren in vertrouwensrelaties in de wijk, bespaart veel tijd op de lange termijn.

  5. De Nederlandse wijkaanpak staat internationaal goed bekend, wij zouden in de ‘haarvaten’ van de samenleving komen. Verschillende experts wijzen erop dat het van belang is om de verbindende professionals in de wijk (de wijkagent, de sleutelfiguur, de bewoner die zich als vrijwilliger voor zijn buurt wil inzetten, de huismeester) voldoende ruimte te geven om zijn of haar verbindende rol goed in te vullen. Het is ook van belang om vrijwilligers en sleutelfiguren niet te overvragen en gemotiveerd te houden door hen waar nodig soms ook te compenseren ook al zijn zij vrijwillig gestart). Een goed voorbeeld van een project waarbij vrijwilligers een mooie verbindende rol spelen in de wijk is het project Schilderswijk Moeders.

  6. Om cultuurverschillen tussen bewoners in wijken te overbruggen, is het van belang om als professional of beleidsmedewerker je te realiseren wat je eigen opvattingen zijn en hoe deze gekleurd kunnen zijn door je eigen ervaringen en achtergrond. Iedereen heeft bepaalde cultureel bepaalde vooroordelen. Zie hiervoor ook de presentatie van Teuni Looij (pdf). Voor professionals (van bijvoorbeeld woningcorporaties) is het goed starten en onderhouden van de relatie met bewoners heel belangrijk ook met oog op sommige lastige gesprekken die mogelijk later gevoerd moeten worden, bijvoorbeeld over verhuizingen of sloop in de wijk. Het aannemen van een aangeboden kop thee bij iemand thuis kan dan al heel veel verschil maken in het winnen van vertrouwen, net als persoonlijk contact in plaats van een brief.

  7. Spanningen gaan ook over ‘je thuis voelen’ of ‘thuishoren’. Thuis voelen heeft betrekking op een individueel gevoel en thuishoren op wat anderen vinden, het gaat altijd om verschillende leefstijlen in de wijk of buurt, waardoor een gebrek aan (h)erkenning ontstaat. Let erop dat gerichte subsidies voor specifieke groepen in de wijk ook het thuisgevoel van andere bewoners in de wijk onder druk kunnen zetten. Zie ook het onderzoek van Myrthe Hoekstra (Universiteit van Amsterdam).

  8. Een andere manier om spanningen te voorkomen is het afspreken van omgangsregels in een gebied waar potentieel spanningen kunnen ontstaan. In Kanaleneiland, Utrecht, heeft men dit bijvoorbeeld voor een speeltuin/plaats met de bewoners uit de buurt vastgelegd. Op deze plekken zijn ook mensen aangewezen als ‘bemiddelaars’. Zie de Vreedzame School en de Vreedzame Wijk.

  9. Ook rondom de komst van verwarde personen in de wijk kunnen sociale spanningen ontstaan. Om dat te verminderen wordt in sommige gemeenten geprobeerd om via een netwerk mensen in een buurt te bundelen zoals het Key-ring project. Het gaat om mensen die zelfstandig wonen en in dit netwerk hun vaardigheden en talenten delen met de anderen. Aan de kring is een vrijwilliger toegevoegd die de leden van het netwerk regelmatig ziet en weet waar behoefte aan is. De vrijwilliger stimuleert ook de samenwerking in het netwerk. Key-ring heeft tot doel om de levenskwaliteit van (kwetsbare) mensen in het netwerk te verhogen. Kijk hier voor meer informatie.

  10. Een belangrijke aanbeveling die ook op nationaal niveau geldt, is dat we ons bewust moeten zijn van de mate waarin we ‘etnisch labelen’. Om sociale spanningen te voorkomen moeten we ook in ons taalgebruik het ‘cement van de wijk’ vormen. Zo liet Corina Duijndam zien dat het in Nederland gebruikelijk is om zowel in beleidstaal als in taalgebruik in de media specifiek etnisch te labelen. Op dit punt kunnen we bijvoorbeeld van Frankrijk leren waar het taalgebruik inclusiever is.