Voordat de uitnodiging de deur uit kan

Door: Jeroen Niemans, Platform31

De praktijk is altijd al weerbarstiger geweest dan de theorie. Wat blijft er over van het theoretisch aantrekkelijke vergezicht van de uitnodigende overheid wanneer die wordt geconfronteerd met de taaie werkelijkheid? We willen flexibiliteit én heldere keuzes. Dat kan gaan schuren. Top-down planning is passé, maar er is wel een behoefte aan een visie. Hoe komt de overheid uit die spagaat voordat ze de uitnodiging de deur uit doet?

uitnodiging-de-deur-2

In ons vak zijn we dol op metaforen en beeldspraken. Soms lijkt het erop dat de vernieuwing in ons vak ‘m vooral zit in het verzinnen van nieuwe woorden. We kunnen het jaren hebben over een bepaalde term zonder dat we er concreet invulling aan geven. Zo ontdekte ik dat Evelien Tonkes het al in 2007 had over de uitnodigende overheid, maar dat we acht jaar later eigenlijk nog steeds niet scherp hebben wat dat precies inhoudt. We weten wel heel goed wat het niet is. Top-down denken en toelatingsplanologie is in de ban gedaan. In de publicatie ‘Steden van waarde, perspectief voor stedelijke vernieuwing’ spreekt de auteur van een ‘allergie voor het masterplan’.

Zwolle zoekt

In 2008, ongeveer op de dag dat de crisis uitbrak door de val van Lehman Brothers, werd door de Zwolse gemeenteraad het nieuwe structuurplan 2020 vastgesteld. Zeven jaar later lijkt dit structuurplan afkomstig uit een compleet andere tijd. Inmiddels is er meer behoefte aan een plan van een uitnodigende overheid. De vraag is alleen: hoe ziet dat er dan uit?

In enkele sessies hielp Platform31 mee antwoord te vinden op deze vraag. Het was een fascinerende ontdekkingstocht langs verschillende interpretaties van het begrip uitnodigende overheid. In gesprek met een groep Zwollenaren kwam de beeldspraak van de overheid als vader en moeder voorbij. Wordt de overheid van oudsher nog vergeleken met de vader, als het aan de Zwollenaren ligt, zou deze meer haar moederlijke kant kunnen laten zien: warm, benaderbaar en gelijkwaardig. Anderen zagen Zwolle het liefst als een harmonieus ouderpaar dat vertrouwen heeft in hun burgers en geen ‘nee’ zegt op initiatieven uit angst. Positief benaderen en kwetsbaar opstellen, zo luidden de wensen.

Kom met een visie!

Terwijl deze ontdekkingstocht op me inwerkte, las ik de eerder genoemde publicatie ‘Steden van waarde, perspectief voor stedelijke vernieuwing’ en vielen diverse puzzelstukken plots in elkaar. Het essay gaat in op diverse rollen van de overheid en geeft enkele suggesties hoe die in een plan vorm kunnen krijgen. Mede op basis van resultaten uit het onderzoek ‘De buurt als Jas’ stelde de auteur: ‘een goed plan voor de stad creëert ruimte voor strategieën voor de uitnodiging’.

De oproep om met een visie te komen, sluit mooi aan op de hartenkreet uit het gesprek met de groep Zwollenaren. “Gemeente kom met een visie waar de ambitie vanaf spat!”, zo riep een jonge ondernemer. “Dan krijg ík zin om mee te gaan doen”. In Steden van waarde wordt daarover gezegd: ‘Laat zien wat mogelijk is en geef richting aan wat wenselijk is. Dat bepaalt namelijk in hoge mate waarin partijen willen investeren.’ Met andere woorden: positief opvoeden. De uitnodigende overheid moet verschil moet durven maken.

Koersen op verschillen

Het essay gaat verder in op het ‘koersen op verschillen’ en zegt daarover: ‘kies voor een plan dat zich ontwikkelt tot een mise en scene. Dat kaders biedt waarbinnen afwegingen denkbaar zijn en verschillende scenario’s voor een gebied mogelijk maakt. Hierdoor ontstaat er per type gebied in de stad een strategie voor de uitnodiging. En een speelveld waarin belanghebbenden zich voelen uitgedaagd tot het doen van een volgende zet. Professor Hans Boutellier zegt hierover in zijn publicatie ‘Lokaal bestuur in een improvisatiemaatschappij’ “Plannen zijn waardevol als ze helpen bij het uitzetten en houden van de juiste koers. Juist omdat plannen richting geven, is bijsturen mogelijk. Uiteraard mits er een goed verhaal onder ligt.”

Stadperspectieven

Dat duidelijke verhaal kan prima zijn opgebouwd vanuit verschillende perspectieven en rollen. ‘Steden van waarde’ duidt er drie: de stad van de kansen, de stad van de toekomst en de stad van de solidariteit. Elk perspectief vraagt om een andere benadering en rol vanuit de overheid. Zo gaat de stad van de kansen over gebieden die op orde zijn en waar bewoners en ondernemers zich uitstekend kunnen redden. Zij hebben juist belang bij het oppakken van kansen. Denk aan initiatieven voor de openbare ruimte. Het Singelpark in Leiden bijvoorbeeld slaagt overigens alleen als er vertrouwen is en een helder speelveld. Daarvoor is de overheid aan zet: ze moet hier niet regisseren, zelfs niet faciliteren maar vooral stimuleren. Met een visie waarvan bewoners en ondernemers zin krijgen om mee te doen.

Acteren, regisseren, faciliteren

De stad van de toekomst vraagt om een andere invulling van de rol van de overheid. Hier gaat het om kansrijke initiatieven die zonder een stevige investering niet van de grond komen. Denk aan vrijkomende havengebieden of spoorzones. Hier moeten overheden en markt elkaar vinden.

En kan de overheid een duidelijk signaal afgeven met het hefboomkapitaal. Een goed voorbeeld hiervan is de Rotterdamse Erasmusbrug die de ontwikkeling van de Kop van Zuid een doorslaggevende impuls gaf. De uitnodigende overheid is hier selectief en vasthoudend. Een regisseur ook, die zelf investeert en stuurt op investeringen van anderen, die een strategische ontwikkeling met bovenregionale uitstraling verkiest boven meerdere kleinschalige ontwikkelingen.

In de stad van de solidariteit tot slot stimuleert of regisseert de overheid niet, maar faciliteert ze en grijpt ze in waar nodig, bijvoorbeeld in gebieden die kampen met achterstanden die ze zelf niet inlopen. Hier geeft de uitnodigende overheid een zetje in de goede richting.

‘Catch and steer’

In een visie op stadsniveau zijn deze perspectieven te vertalen in een plan dat de verschillende gebieden duidelijk benoemt. Zodat helder is wat bewoners en ondernemers van de overheid kunnen verwachten. In het dynamisch stedelijk masterplan van de gemeente Utrecht is dit ook gedaan. Zij gaf voor verschillende gebieden ook verschillende gemeentelijke rollen bij herontwikkeling aan: acteren, regisseren of faciliteren.

Wat mij betreft is een uitnodigende visie op de stad vooral een goed en scherp verhaal over waar je als stad heen wil. Zuig de stad mee in dat verhaal en geef duidelijk aan hoe je invulling geeft aan je rol als overheid. Louter een vrijblijvende uitnodiging volstaat niet: het is nodig om een scherp oog te hebben voor de kansen van een gebied. In Londen noemen ze dit principe ‘catch and steer’: haak aan bij initiatieven in het gebied en nodig uit om bij te sturen.

Huiswerk

Een echt uitnodigende overheid heeft zijn huiswerk op orde voordat de uitnodiging de deur uit kan. In de vorm van een transparant plan dat voor iedereen helder en waarin duidelijk staat beschreven wat de verwachtingen zijn. In Zwolle vertelden ambtenaren uit Houten en Alphen aan de Rijn over hun ervaringen. Daar pionierden de gemeenten al volop met uitnodigingsplanologie. De belangrijkste les daar was: zorg dat de gemeentelijke organisatie er klaar voor is, want de ambtenaren werden regelmatig verrast door wat er allemaal op hen afkwam. Ruimtemaker Frans Soeterbroek blogde over de term koekoeksklokparticipatie naar aanleiding van de ervaringen in Alphen aan de Rijn. De dood in de pot voor de uitnodigende overheid. Het kan wel, maar bezint eer ge begint.


Jeroen Niemans

06 19 87 24 64 – jeroen.niemans@platform31.nltwitter klein