Vitale woongemeenschappen hebben wederzijds belang: pak uw rol!

Woningcorporaties merken al geruime tijd dat veel wooncomplexen van senioren na van verloop van tijd hun kracht verliezen. Bewoners worden ouder, hebben meer zorg nodig en ontmoeten elkaar minder vaak. Met het Experiment Vitale woongemeenschappen onderzoeken Platform31 en Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg (KCWZ) samen met bewoners en corporatieprofessionals van tien wooncomplexen hoe zij van hun woongebouw een bruisende sociale gemeenschap kunnen maken.

In opdracht van Platform31 ontwikkelde ActivAge hiervoor een nieuwe methode voor gemeenschapsvorming: Studio BRUIS. Het resultaat van het experiment wordt onderzocht door een onderzoeksteam onder leiding van hoogleraar Anja Machielse van de Universiteit van Humanistiek. Dit team voert een nul-meting uit naar het welbevinden van de bewoners, volgt de toepassing van de methode door participerend observeren en verricht een nameting naar de effecten. Het experiment loopt van najaar 2015 tot voorjaar 2017.

Learning community: rol bewoners en corporaties

Waarom is gemeenschapsvorming voor en door oudere bewoners belangrijk? Die vraag stond centraal tijdens de learning community dag van het experiment Vitale woongemeenschappen op 15 september. De ouderen zijn er heel duidelijk over. ‘Het gaat ons om sociale contacten, een goede sfeer, een gevoel van thuis, veiligheid, het voorkomen van eenzaamheid en het kunnen vertrouwen op hulp in de nabije omgeving.’ Ouderen beseffen zich dat zij zelfredzaam moeten zijn. Dankzij het experiment ontstaat een sociaal netwerk. Voor hen voelt een vitale woongemeenschap als een verzekering. Van de corporatie vragen ze enige mate van ondersteuning: financieel advies en morele steun op praktisch vlak. Professionals die belangstelling tonen, helpen het draagvlak vergroten onder de bewoners. Andersom kunnen professionals ook veel leren van de kennis van bewoners.

Woonproduct plus en gemeenschapsbouwer

De deelnemende corporaties geven aan dat een vitale woongemeenschap aansluit bij het ‘woonproduct plus’. Een woongemeenschap draait om leefbaarheid en sociale cohesie, het thuisgevoel elkaar kennen en gekend worden. Mensen die prettig wonen en zich vitaal voelen, hebben minder klachten. Dit voorkomt professionele inzet. De corporatieprofessional heeft hierin een taak als gemeenschapsbouwer. Met het gebouw, de tuin en de ruimte. Daarnaast ondersteunt ze de eigen kracht en zelforganisatie van bewoners. Al heeft de corporatiemedewerker hiervoor agogische kwaliteiten nodig, hij moet niet de trekkende kracht van de vitale woongemeenschap zijn. Ook bewoners moeten zich mede verantwoordelijk voelen en enthousiasmeren. Het steunen van een vitale woongemeenschap vraagt overigens ook om vernieuwing binnen de functie van woonmakelaar, – consulent of leefbaarheidsadviseur. Hoewel het experiment wordt gesteund door management en bestuur, krijgt de professional hiervoor niet altijd extra uren.

Meerwaarde

Bewoners willen en kunnen meer zelf, maar vragen om goede facilitering en vooral ook waardering. Het is nog zoeken in de nieuwe verhoudingen, rollen en grenzen. Kijk daarom ook naar de wijk en zorg voor een schakel met het wijksociaal werk, burgerinitiatieven en zorgprofessionals. In de learning community wisselen de experimentpartners ervaringen uit over het werken met Studio BRUIS en de (professionele) ondersteuning. De learning community staat uitdrukkelijk open voor betrokken geïnteresseerden.

Meer informatie over het experiment

Het experiment Vitale woongemeenschappen maakt deel uit van het Langer thuisprogramma van Platform31 en KCWZ. Co-financiers zijn Fonds Nuts-Ohra – Meer veerkracht, Langer thuis en stichting FLOW. Ontwikkelaar van de methode Studio BRUIS: ActivAge, Begeleidend onderzoek en evaluatie: Universiteit voor Humanistiek.

Meer informatie

Annette Duivenvoorden

Annette Duivenvoorden

Projectleider

06 35 11 58 12