Verslag leerkring Jeugd & veiligheid 2016: LVB-jongeren en criminaliteit

Op 31 mei vond de tweede leerkring Jeugd & veiligheid van 2016 plaats, ditmaal met als thema LVB-problematiek en jeugdcriminaliteit. De dag werd georganiseerd door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) en Platform31. Tijdens de leerkring werden – van theorie tot praktijk – verschillende vragen beantwoord over het herkennen van, de do’s en dont’s en de knelpunten rond jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB). De inzichten en aanpakken verschillen, maar over een ding is iedereen het eens: er valt veel terrein te winnen.

Door Darko Lagunas

Welke vragen spelen er over LVB-jongeren en criminaliteit?

Voorafgaand aan de leerkring werd aan de deelnemers gevraagd om een aantal verwachtingen te schetsen die gedurende de dag besproken konden worden. Hieruit zijn de volgende punten naar voren gekomen:

  • Hoe herken ik een jongere met een LVB: zijn er nieuwe inzichten? Hoe kan je het beste het niveau en de emoties van de jongere toetsen?
  • Hoe wordt voorkomen dat LVB-jongeren crimineel worden?
  • Praktische handvaten voor het omgaan met LVB-jongeren op straat. Hoe prik je door de ‘straattaal’ heen? Hoe vindt je aansluiting bij deze doelgroep?
  • Hoe zit het met de nazorg bij PIJ-maatregel en wat als een jongere de 18-jarige leeftijd heeft bereikt: veelal vallen kaders weg. Hoe houd je ze in beeld?

IQ score zegt niet alles

Jolanda Douma verzorgde de theoretische inleiding van de leerkring. Zij is onderzoekscoördinator bij het Landelijk Kenniscentrum LVB en docent aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Ze ging in op de kenmerken van jongeren met een LVB en welke elementen bijdragen aan crimineel gedrag onder deze jongeren. Om de smaak te pakken te krijgen werd eerst onderstaand filmpje vertoont waarin een aantal LVB cases te zien zijn:

altijd-wat-npo-ncrv
Documentaire Altijd wat (NPO - NCRV)

Volgens Jolanda Douma is het meten van het IQ een belangrijke richtlijn voor het herkennen van een jongere met een LVB. Zij stelt echter: “De IQ score zegt niet alles. Het is slechts een totaalscore die alle nuance weghaalt. De sterke kanten van de persoon worden hierdoor niet belicht”. IQ geeft dus een algemeen beeld van iemands capaciteiten, maar geeft geen gericht inzicht in waar de sterke kanten van die persoon liggen. LVB’ers hebben vaak verbaal een minder sterk begrip, terwijl zij op andere punten – vaak visueel – juist goed kunnen functioneren. Daarnaast spelen contextuele elementen een grote rol: “Op het platteland kunnen LVB’ers vaak veel beter meekomen dan in de hoog digitale samenleving van de stad”. En het is vooral de bijkomende problematiek – onbegrip en misvattingen over LVB, sociale context, foute vrienden, het gevoel niet te voldoen aan de verwachtingen van de maatschappij – die leidt tot het ontstaan van ernstiger probleemgedrag. Het tijdig herkennen van een LVB is daarom van belang.
Indien er geen mogelijkheid bestaat een persoonlijkheidstest te doen waarbij de sterke en zwakke punten van de jongeren worden getoetst, is het nuttig om het gesprek aan te gaan. Zo kan door het stellen van specifieke vragen bijvoorbeeld duidelijk worden dat er een gebrekkig taalbegrip is, of de jongere moeite heeft met samenvatten, dit kan wijzen op een LVB.

PIJ maatregel

Sharon Rudge is gedragswetenschapper en behandelcoördinator bij Intermetzo. Zij gaf uitleg over de PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen). Ook gaf ze een kijkje in de aanpak van een justitiële jeugdinrichting (JJI Lelystad) en wat voor interventies ingezet kunnen worden bij jongere LVB’ers die betrokken zijn bij jeugdcriminaliteit. Volgens Sharon Rudge zijn LVB’ers vaak degenen die de ‘minder doordachte’ delicten plegen. Ze zijn impulsiever en gevoeliger voor groepsdruk. Tijdens behandeltrajecten merkt zij op dat het vooral belangrijk is om aan te sluiten bij de ‘comfort-zone’ van een jongere en eerlijk te zijn over wat je wilt en alles na te komen wat je belooft om vertrouwen te winnen. Ze benadrukt dat het soms uitermate moeilijk is een LVB’er bepaalde dingen aan te leren, wel kun je ze door herhalen iets laten herkennen: “je kunt ze leren dat als ze niet blowen zij eerder op verlof mogen, maar ze zullen niet snel inzien dat blowen op zich niet goed voor ze is”.

Eén van de knelpunten in haar werk is dat het verlengen van een PIJ-maatregel soms moeizaam verloopt. Rechters verlengen deze soms maar zes maanden terwijl begeleiders hebben aangeven twaalf maanden nodig te hebben voor een succesvolle behandeling. Dit legt niet alleen meer druk op het traject, maar heeft ook consequenties voor de vertrouwensband tussen begeleider en cliënt. Cliënten willen immers graag vrijstelling van de PIJ-maatregel, terwijl zij daar niet altijd klaar voor zijn. Daarnaast weten rechters vaak niet goed hoe ze met een LVB’er om moeten gaan en hoe hij reageert, wat ertoe kan leiden dat een LVB’er uit zijn slof schiet tegen een rechter. Dit is geen gewenste situatie.

Kleine haalbare doelen

Maurice Lomans is trainer bij stichting Jeugdinterventies en verzorgt mede de opleiding voor therapeuten in Multidimensionele Familietherapie (MDFT). Daarnaast is hij werkzaam als MDFT-supervisor bij Ipse de Bruggen en biedt hij hulp aan jongeren met probleemgedrag. In zijn betoog ging hij aan de hand van een praktijkvoorbeeld in op de aanpak van MDFT. Bij deze interventie is de intensiviteit en gevraagde zelfreflectie van de zorgverlener in MDFT-trajecten opmerkelijk: de MDFT-behandeling vindt twee tot drie keer per week plaats en heeft een looptijd tot zes maanden. Hierin staat volgens Maurice Lomans het gezinsklimaat en maatwerk voor de jongere centraal De behandeling kent meer interactieve uitwisseling met de jongere, de ouders, extra-familiair en het gezinsdomein van LVB’ers.

Belangrijk bij de MDFT aanpak is dat deze tegelijk wordt afgestemd met andere behandelvormen, omdat deze vaak moeilijk samen gaan door de niet-traditionele aanpak van MDFT. De nazorg vindt doorgaans wel weer plaats in inrichtingen, maar met het uitgangspunt dat LVB’ers hier vrijwillig naartoe gaan. Het ideale moment om deze interventie in te zetten is volgens Lomans als er uithuisplaatsing dreigt. Er is verschil van mening tussen de experts over of je een LVB’er wel of niet vertelt dat hij bepaalde (onrealistische) doelen niet kan bereiken en hem stimuleert om kleine wel-haalbare doelen te bereiken.

Zicht op LVB-quickscan

Tenslotte gaf het CCV een korte presentatie van haar quick-scan over LVB onder jeugd-, zorg- en veiligheidsprofessionals. Uit het onderzoek concludeert het CCV dat er geen/onvoldoende inkoop is van diagnostiek, waardoor er geen of geen tijdige diagnose wordt gesteld, daardoor geen indicatiestelling en geen inzet van gepaste hulp. Het CCV komt binnenkort op de Wegwijzer Jeugd en Veiligheid met tips over herkenningspunten, controlevragen en tips voor communicatie en bejegening.
Conclusies en beleidsadvies

  • Vroegtijdig herkennen van LVB kan door het gesprek aan te gaan en rekening te houden met meer dan alleen de IQ score. In eerste instantie contact maken binnen de ‘comfort-zone’ om vervolgens dieper door te vragen.
  • Niet iedereen hoeft specialist te zijn, maar er moet over het algemeen meer begrip en kennis komen over LVB bij professionals.
  • Door het vroegtijdig herkennen van en interveniëren bij een LVB kan veel problematiek voorkomen worden. Hier valt terrein te winnen. Bijvoorbeeld: scholen hebben soms het vermoeden van een LVB, maar mogen geen persoonlijkheidstest doen als ouders (mogelijk door onbegrip) dat niet willen.
  • Bij de nazorg van PIJ-maatregel komen ‘uitbehandelde’ LVB’ers, doordat het moeilijk is werk of adequate huisvesting te vinden, vaak weer terecht in de oude sociale context (gezin, ouders, extra-familiair). Dit leidt er vaak toe dat LVB’ers weer terugvallen in oude patronen. Gemeentes kunnen een rol spelen om dit te ondervangen.

Meer informatie

Over het thema Jeugd en veiligheid