Landelijke netwerkdag water en ruimte

Water en ruimte in de toekomst; verleiden en verbinden

Dat was het thema van de landelijke netwerkdag water en ruimte, die op 30 juni plaatsvond in het gemeentehuis van Deventer. Na boeiende plenaire inleidingen discussieerden de circa 70 deelnemers in kleine groepjes met elkaar over vijf verschillende onderwerpen: de omgevingswet, bewonersinitiatieven, inspelen op de toekomst, leren van elkaar en klimaatbestendig handelen.

Michiel Brouwer, zelfstandig stedenbouwkundige, heet als dagvoorzitter iedereen welkom. Hij is verheugd dat er ondanks de werkdruk zo vlak voor de zomervakantie veel mensen zijn gekomen. “U ziet het belang in van dit soort dagen”, constateert hij. Volgens Brouwer heeft iedereen de afgelopen maand met de vele heftige buien en wateroverlast de noodzaak ervaren om te werken aan water- en klimaatbestendige steden. Steden die alleen zijn te realiseren via een multidisciplinaire aanpak. Als stedenbouwkundige met grote belangstelling voor water en ruimte beschouwt Brouwer deze aanpak als een feestje: samen werken aan aanstekelijke projecten. De netwerkdag is volgens hem een goede manier om te bespreken hoe dit kan en waarom het belangrijk is.

Videoboodschap

Na deze inleidende woorden is het de beurt aan burgemeester Andries Heidema van de gemeente Deventer. Vanwege andere verplichtingen kan hij niet aanwezig zijn en spreekt hij de deelnemers toe via een videoboodschap. Na een kort welkom vertelt hij dat hij als voormalig lid van de deltacommissie sterk betrokken is bij het thema water en ruimte, maar ook als burgemeester van Hanzestad Deventer en als actief betrokkene bij het Deltaprogramma. Een stad die al de nodige maatregelen heeft genomen om de effecten van klimaatverandering te minimaliseren. Denk aan het aanleggen van nevengeulen in de uiterwaarden als onderdeel van het project Ruimte voor de rivier, maar ook aan het toepassen van waterdoorlatende verharding, regenwaterriolen in een aantal tunnels die het water afvoeren naar vijvers, de aanleg van een infiltratieriool en het verlagen van een fietspad, zodat overtollig water bij hevige neerslag eenvoudig naar waterpartijen kan afstromen.

Andere maatregelen zijn het benutten van water uit de IJssel voor het verwarmen en koelen van het vernieuwde gemeentehuis en bijvoorbeeld de toepassing van een sedumdaken voor het bufferen van regenwater. Volgens Heidema is het voor gemeenten belangrijk om goed in kaart te brengen waar hittestress en wateroverlast kan ontstaan, onderling kennis uit te wisselen en ook echt actie te ondernemen. Als afsluiting roept hij gemeenten dan ook op om actieplannen te gaan ontwikkelen en goed na te denken hoe water en groen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Zijn ervaring is dat de ruimtelijke kwaliteit en de belevingswaarde vaak met geringe investeringen uitstekend zijn te verhogen.

Koningskoppel

Michiel Brouwer verzorgt de tweede presentatie en vertelt wat de opgave is om water en ruimte te verbinden. Hij begint met de uitspraak dat water en ruimte het koningskoppel van de toekomst zijn. Volgens Brouwer vormden water en ruimte in ieder geval in het verleden een duidelijk verbond. Bij de ruimtelijke inrichting van ons land was water eeuwenlang een cruciale factor. Denk aan de vesting van Boertange of Stadskanaal waar de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvond tussen twee watergangen.

Dat historische verbond werd in de twintigste eeuw verbroken. De kunst is om de ruimtelijke opgaven en de wateropgaven de komende tijd weer te koppelen. Volgens Brouwer is dat goed mogelijk en gebeurt het ook al wel. Als voorbeeld noemt hij de Urbanisten die in Rotterdam een waterplein hebben gemaakt, maar ook een project in Stockholm waar alle neerslag wordt opgevangen in waterpartijen. Dit soort projecten laat volgens hem zien dat klimaatbestendigheid over een fijne openbare ruimte gaat. Hij wijst erop dat vooral bij langzaam groeiende problemen er goede kansen zijn om meerwaarde te creëren en op het juiste moment verschillende opgaven ‘mee te koppelen’. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het meenemen van klimaatadaptieve maatregelen bij ruimtelijke herinrichting.

Samenwerken gaat volgens Brouwer alleen als je elkaars taal spreekt en begrijpt. Daarom zijn initiatieven zoals de leergemeenschappen water en ruimte en bijvoorbeeld de community of practise Klimaatadaptatie Zuidelijke Randstad zo belangrijk. In deze ‘gemeenschappen’ wisselen professionals die persoonlijk betrokken zijn bij water- en ruimteopgaven niet alleen ervaringen uit, ze staan ook open voor de inbreng van anderen en stellen samen nieuwe opgaven vast.

Als laatste onderwerp stipt Brouwer initiatieven door burgers aan. Hij raadt professionals actief op het gebied van water en ruimte aan om met dit soort initiatieven mee te liften. Zie dit soort initiatieven als een kans en benut de kennis, kunde en betrokkenheid van de omgeving!

Communicatie en gedragsverandering

De derde presentatie is van Christine Swankhuizen van Tabula Rasa, bureau voor gedragsverandering en communicatie. Zij gaat in op de mogelijkheden en onmogelijkheden van communicatie en vertelt hoe communicatie kan helpen bij het realiseren van gedragsverandering. Dat doet ze aan de hand van allerlei praktische voorbeelden. Zij stelt dat veel communicatie is gericht op rationeel handelende mensen, die weloverwogen beslissingen nemen. In de praktijk is echter maar een zeer klein deel van ons gedrag rationeel. Informatie verstrekken in de hoop dat dit leidt tot gedragsverandering werkt dan ook in de meeste gevallen niet. Beter is om direct te sturen op gewenst gedrag, waarna mensen ontvankelijker zijn voor informatie.

Om dit te illustreren haalt ze het voorbeeld aan van een openbare bibliotheek die het gebruik van de lift door bezoekers wil beperken en traplopen wil bevorderen. Met heel eenvoudige maatregelen, zoals rode lijnen of rode voetstappen op de grond vanaf de ingang naar de trap, blijkt dit te lukken. Een ander voorbeeld is gericht op het terugdringen van ‘wildgeparkeerde’ fietsen in Zaandam. In het kader van een afstudeerproject tekent een student met krijt fietsvakken op een plein, waarna de meeste mensen hun fietsen in deze vakken stallen.

landelijke netwerkdag water en ruimte

Nudging

Swankhuizen noemt ook de mogelijkheid van ‘nudging’, waarbij mensen op een positieve manier worden gestimuleerd tot gewenst gedrag. Dit illustreert ze aan de hand van studieleningen. Voorheen kregen studenten die een lening aanvroegen automatisch het maximale leenbedrag. Op de nieuwe aanvraagformulieren moeten studenten zelf het gewenste leenbedrag invullen. Hierdoor is het aantal studenten dat het maximum bedrag leent, gehalveerd.

Een ander advies is om eerst de weerstand bij de doelgroep te verminderen en hen dan pas te verleiden tot ander gedrag. Als mensen bijvoorbeeld het gevoel hebben dat hun vrijheid wordt beperkt, zijn ze niet gevoelig voor argumenten. Ook is het goed om een gevoel van urgentie te benutten – denk aan de wateroverlast in juni. Als afsluiting geeft Swankhuizen de volgende vier adviezen:
• Maak een gedragsanalyse, onderzoek wat echt leeft en onderken de basis voor weerstanden en draagvlak.
• Veel gedrag komt voort uit routines, het veranderen van dit gedrag vraagt om andere interventies dan informatie zenden.
• Ga in gesprek, persoonlijke communicatie is het meest krachtig.
• Zoek vanuit het gedrag van de doelgroep naar manieren om hen te bereiken.

Lokale initiatieven

Na deze drie presentaties volgden twee ronden met parallelsessies. In de eerste sessie over de Omgevingswet discussieerde Paul van Dijk van waterschap De Dommel met de deelnemers over de vraag hoe overheden lokale initiatieven kunnen faciliteren zonder deze initiatieven over te nemen. Thijs Harmsen van de provincie Flevoland daagde de deelnemers in de twee sessie uit om aan de hand van een casus na te denken hoe de samenwerking tussen water en RO op een slimme manier kan worden ingericht. In de sessies over het bewonersinitiatief De Worp – een initiatief om regenwaterafvoeren van woningen af te koppelen van het riool in een wijk van Deventer– ging het over de vraag hoe je bewoners kunt ondersteunen, hoe je dit soort initiatieven kunt opschalen naar andere wijken en hoe bewoners en gemeente kunnen samenwerken.

De sessies ‘Inspelen op de toekomst’ gingen over de vraag hoe je instrumenten als ‘Future Weather’ van het KNMI en de ‘Klimaateffectatlas’ van de stichting Climate Adaptation Services (CAS) kunt inzetten om klimaatbestendig handelen te bevorderen. In de eerste sessie ‘Leren van elkaar’ werd gediscussieerd hoe je communicatie kunt inzetten om anderen, zoals collega’s, bewoners, bestuurders en andere organisaties, mee te krijgen. Tijdens de tweede sessie werd gepraat over de (meer)waarde van de leergemeenschappen Water en ruimte en manieren om deze werkvorm voort te laten bestaan.

Tijdens de sessie Klimaatbestendig handelen ging het over de vraag wat er nodig is om klimaatbestendig handelen de normaalste zaak van de wereld te maken. Verder bespraken de deelnemers welke stimuleringsmaatregelen het beste kunnen worden ingezet, niet alleen door het stimuleringsprogramma Ruimtelijke adaptatie, maar ook door andere partijen.

Contact

Maarten Hoorn

Maarten Hoorn

Projectleider

06 1015 6708