Verleidingstips voor de Omgevingswet

Verslag bijeenkomst Leren en communiceren over de Omgevingswet – 12 oktober 2017

Hoewel de Omgevingswet in veel gemeenten begon als een r.o.-feestje – met planologen en juristen achter de draaitafel -, is het inmiddels hoog tijd om collega’s, colleges, gemeenteraden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewoners uit te nodigen. Een goede balans in de fysieke leefomgeving vraagt ten slotte méér feestgangers dan enkel de afdeling ruimtelijke ordening. Maar hoe verleid je al die andere partijen om te komen?

Implementatiemanagers van de G32-steden, veelal koploper met de Omgevingswet, hebben al volop ideeën over wat wel en niet werkt bij communiceren over de Omgevingswet. Een goede tip is bijvoorbeeld om afdelingen bij de Omgevingswet te betrekken door te achterhalen wat hun belangrijke thema’s zijn en hoe die raken aan de leefomgeving. Belangrijk is ook om te checken of je doelgroepen mist in een participatietraject en om jongeren apart te benaderen. Sowieso is het goed je te realiseren dat verschillende typen burgers elk om een andere benadering vragen. Daarover zijn verschillende modellen ontwikkeld, zoals die van Motivaction en SAMR. Ze staan genoemd in deze volledige lijst met tips van de Omgevingswetmanagers.

Een ander advies: Laat collega’s mensen uit hun persoonlijke omgeving uitnodigen om mee te denken over bijvoorbeeld een omgevingsvisie. Je bent ten slotte niet alleen ambtenaar, maar ook zelf bewoner van de leefomgeving. De gemeente Alphen aan den Rijn gebruikte deze aanpak bij de publiekscampagne Week van de Leefomgeving, begin oktober. Met de campagne wilde de gemeente met bewoners in gesprek over de kracht en kwaliteit van hun woonplaats en welke ideeën zij hebben om dingen te veranderen. De opbrengst, die zicht moet geven op de kernwaarden van de gemeente, dient als een van de bouwstenen voor de omgevingsvisie.

De ‘unusual suspects’

Alphen wilde juist graag in gesprek komen met mensen die normaal gesproken niet snel reageren op een oproep om ergens over mee te denken. Geen sessies op het gemeentehuis dus, maar naar de mensen toe. Met een uitgebreide publiekscampagne wist Alphen tientallen gesprekken aan keukentafels te plannen. Circa dertig collega’s gaven gehoor aan de oproep om in hun eigen omgeving de unusual suspects daartoe uit te nodigen. Via de app Locali, ontwikkeld om initiatieven en projecten in je eigen buurt te kunnen volgen, kreeg de gemeente in korte tijd circa 1100 reacties op vragen over de leefomgeving.
Alphen aan den Rijn presenteerde tijdens de G32-leerkringbijeenkomst over dit onderwerp ook het interne opleidingsprogramma, waarmee de ambtelijke organisatie, de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders worden meegenomen in de Omgevingswet. Alphen ontwikkelt een eigen opleidingsprogramma, gebaseerd op het principe van train-de-trainer. In de basistraining die collega’s intern gaan geven, wordt hooguit twintig procent van de tijd besteed aan de inhoud van de wet. Veruit de meeste aandacht gaat uit naar houding, gedrag en cultuurverandering.

Leeraanbod VNG Academie

Die verdeling sluit goed aan bij de uitkomsten van een leerbehoeftenonderzoek dat is uitgevoerd door de VNG. Volgens Miriam Voets van VNG Academie zien gemeenten als grootste opgaven:

  • Organisatorisch klaar zijn voor de Omgevingswet
  • Cultuurverandering tot stand brengen
  • In gesprek gaan met bewoners
  • Samenwerking, zowel intern als met ketenpartners.

Gemeenten missen op dit moment nog enkele essentiële elementen om zich goed te kunnen voorbereiden. Zoals de vaardigheid om met bewoners in gesprek te gaan en om betrokkenen mee te nemen in veranderingen. Ook de vraag wat ‘anders werken’ concreet betekent, vinden ze nog moeilijk te beantwoorden. De VNG Academie ontwikkelt de komende tijd nog diverse nieuwe producten waarmee gemeenten aan de slag kunnen. Miriam Voets brengt ondertussen graag onder de aandacht welke trainingen er nu al zijn: een workshop voor raadsleden, een leerreis voor programmamanagers, een masterclass serviceformules en een leeratelier regionaal samenwerken.