Trickle down in Amsterdam en Haarlem: dienstencheques en job carving

Wat kunnen steden als Amsterdam en Haarlem met de inzichten van het recent afgeronde onderzoeksproject ‘Trickle down in de stad’? Tijdens een drukbezochte bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger op 20 mei lieten de steden zien hoe zij de onderzoeksresultaten vertalen naar de beleidspraktijk. Aan het woord waren wethouder Joyce Langenacker van de gemeente Haarlem en Bas van Delden, directeur Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam.
Trickle Down bijeenkomst Pakhuis de Zwijger 1kopie

Roderik Ponds, één van de onderzoekers van het Kennis voor Krachtige Steden onderzoek ‘Trickle down in de stad’, gaf de aftrap door kort de aanleiding van het onderzoek te schetsen. Klik hier voor zijn presentatie. Veel steden zetten in op het aantrekken of vasthouden van hoogopgeleiden. Zij gaan er hierbij vanuit dat de hoogopgeleiden voor extra banen voor laagopgeleiden zorgen.

Belangrijkste resultaten

  1. Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van dit zogenaamde ‘trickle down’ effect in steden. Door bestedingseffecten gaat de groei van het aantal hoogopgeleiden gepaard met de groei van het aantal banen in de horeca en in de cultuur- en recreatiesector. Voor een gemiddelde stad geldt dat honderd extra hoogopgeleiden bijna tien extra banen voor laagopgeleiden oplevert.

  2. Opvallend genoeg zorgen de extra banen niet voor een lagere werkloosheid onder laagopgeleiden. Er blijkt sprake van een verdringingseffect: de extra banen die worden gecreëerd worden ingevuld door hoog- en middelbaar opgeleiden die onder hun niveau werken. Op deze manier verdringen zij de laagopgeleiden op de regionale arbeidsmarkt.

Dienstencheques

Welke beleidsmaatregelen volgen er nu uit het onderzoeksproject? Volgens Roderik Ponds moet het arbeidsmarktbeleid zich enerzijds richten op het stimuleren van de vraag naar arbeid. Bijvoorbeeld door dienstencheques in te voeren en op deze manier het zwart werken tegen te gaan. Aan de aanbodkant kunnen overheden het aantrekkelijker maken om laagopgeleiden in dienst te nemen. Bijvoorbeeld door de kosten voor werkgevers te verlagen.

Haarlem: gunstige uitgangspositie

Maar liefst 44 procent van de inwoners van Haarlem is hoogopgeleid en de arbeidsparticipatie is bovengemiddeld. De stad zelf telt relatief weinig banen voor laagopgeleiden maar prijst zich gelukkig met een groot aantal banen in de regio (Amsterdam, Schiphol en Velsen). Ondanks deze gunstige uitgangspositie benadrukte wethouder Joyce Langenacker van Haarlem dat de gemeente zich niet kan permitteren om achterover te leunen. De komende jaren zet ze in op de volgende punten:

  1. Investeren in bereikbaarheid
    De meeste Haarlemmers werken buiten de stad. Het (blijven) investeren in de bereikbaarheid van banen blijft hoog op de agenda staan.
  2. Versterken economie
    Haarlem wil ook voor bedrijven een aantrekkelijke stad zijn om zich te vestigen. Binnen de Metropoolregio Amsterdam zijn afspraken gemaakt over investeringen in de 3Dprinttechnologie in Haarlem. Ook zet Haarlem in op herstructurering van bedrijventerreinen.
  3. Garantiebanen
    In het kader van de Participatiewet heeft de gemeente samen met een aantal (grote) werkgevers een Lokaal Sociaal Akkoord gesloten. In dit akkoord is afgesproken dat zij banen creëren voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt.
  4. Betaalbaarheid wonen
    Door de aantrekkelijkheid van de binnenstad van Haarlem staat de betaalbaarheid van wonen onder druk. De wethouder benadrukt dat het niet de bedoeling is dat de binnenstad alleen te betalen is voor de happy few, maar dat de gemeente ook inzet op woningen voor mensen met een midden of laag inkomen.
Trickle Down bijeenkomst Pakhuis de Zwijger 2kopie

Amsterdam: job carving

In tegenstelling tot Haarlem staat Amsterdam voor een heel andere opgave. Bas van Delden, directeur Werk & Inkomen van de gemeente Amsterdam, vertelde over de inzet van de gemeente om 7 procent werkloosheid terug te dringen door mensen te begeleiden naar werk. Door het gesprek met werkgevers aan te gaan, verkent de gemeente de mogelijkheden van job carving. Op deze manier kunnen nieuwe banen gecreëerd worden bij bedrijven.

Amsterdam ondervindt veel nadelen van regionale verdringing op de arbeidsmarkt: mensen buiten de hoofdstad vullen veel banen voor laagopgeleiden in. Een meerderheid van de Amsterdamse werkgevers neemt liever geen Amsterdammers in dienst, maar vult vacatures eerder in met mensen uit de regio. Dit heeft voornamelijk te maken met de (klant)vaardigheden, en in het bijzonder de servicegerichtheid, van Amsterdammers. De gemeente probeert door middel van job coaches werkzoekenden voor te bereiden op sollicitaties. In samenwerking met onderwijsinstellingen probeert de gemeente jongeren voor te bereiden op toekomstig werk waarbij voornamelijk aandacht is voor algemene vaardigheden (houding, professionaliteit).

Meer informatie

Marloes Hoogerbrugge

06 57 94 21 69 – marloes.hoogerbrugge@platform31.nl
nl.linkedin.com/pub/marloes-hoogerbrugge

Platform31 en thema ‘Onderwijs & Arbeidsmarkt’

Robotisering & automatisering – G4

In opdracht van de G4 gaat Platform31 de effecten van robotisering en automatisering op de arbeidsmarkt onderzoeken. Met welke stedelijke en regionale maatregelen kunnen steden de arbeidsmarkt toekomstbestendig maken? Ook gaat Platform31 analyseren hoe het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen aankijken tegen de impact van robotisering en automatisering.

Beleid gemeenten en arbeidsmarktregio’s – G32

In samenwerking met de G32 themagroep ‘Sterke keten van participatie, leren, werken en ondernemen’ en de VNG commissie Werk en Inkomen gaat Platform31 aan de slag met het arbeidsmarkt-, onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid in gemeenten en arbeidsmarktregio’s. In een aantal praktijkcases wordt de wisselwerking tussen het arbeidsmarktbeleid, werkgelegenheidsbeleid en onderwijsbeleid in kaart gebracht.

Meer informatie

Ruud Dorenbos

06 35 11 58 04 – ruud.dorenbos@platform31.nl
nl.linkedin.com/pub/ruud-dorenbos