Themawebsite gelanceerd: winnaars en verliezers in regionaal economische concurrentie

Interview met professor Frank van Oort (Universiteit van Utrecht en Erasmus Universiteit in Rotterdam) en Mark Thissen (PBL)

Winnaars en Verliezers in Regionaal Economische Concurrentie, zo luidt de onlangs gelanceerde website van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een online tool gebaseerd op big data over sector-, innovatie- en concurrentiebeleid. Gecombineerd bieden de analyses de juiste handvatten voor het vaststellen van een regionaal-economische beleidsstrategie. Tijdens het seminar Versterken regionaal economische concurrentie op 12 oktober aanstaande laten diverse sprekers zien hoe ruimtelijk economen deze website kunnen gebruiken. Professor Frank van Oort, verbonden aan de Universiteit van Utrecht en de Erasmus Universiteit in Rotterdam en Mark Thissen van PBL bieden alvast een kijkje in deze unieke keuken.

Door: Saskia Hinssen, Platform31

Wat zijn de hoofdbestanddelen van deze interactieve website en aan welke knoppen kunnen beleidsmakers draaien bij het ontwikkelen van hun economische beleidsstrategie?

Thissen: “Met deze tool brengen we regionale factoren in beeld die relevant zijn voor de economische groei van regio’s in het algemeen en specifiek voor de grotere steden. Centrale vraag daarin was hoe regio’s en steden een economische ontwikkelstrategie kunnen maken en met welke economische aspecten ze rekening kunnen houden. Hoe kan de regio gebruik maken van haar eigen kracht? We vergelijken vooral regio’s die vergelijkbaar zijn op sectorniveau en wat regio’s op basis daarvan van elkaar kunnen leren. Het is echter ambitieus om te zeggen dat beleidsmakers op basis van een druk op de knop een kant-en-klare investeringsagenda kunnen uitrollen. Wel geeft de website de benodigde aanknopingspunten. Vervolgens moet de beleidsmaker zelf nog wel keuzes maken en de uitkomsten samenvoegen tot een beleidsstrategie.” Het seminar bouwt voort op een serie van workshops waarin het PBL het gebruik van dit onderzoek door beleidsmakers faciliteert.

Hoe uniek is deze tool in Nederland?

Thissen: “De tool is uniek omdat die laat zien welke regio’s met elkaar concurreren, zowel nationaal als internationaal. We zijn op dit moment de enige die dat in beeld kunnen brengen op deze schaal. Beleidsmakers kunnen de website op verschillende manieren gebruiken: hij kan kijken hoe een bepaalde sector in een regio functioneert en welk type innovatiebeleid er mogelijk nodig is om de sector te versterken. Maar een beleidsmaker zou ook kunnen kijken welke factoren überhaupt van belang zijn voor het versterken van de regionale en lokale economie, zonder al direct te kiezen voor een specifieke sector.

Van Oort: “De website is in het bijzonder interessant voor beleidsmakers, omdat ze de cijfers vaak nog niet eerder bij elkaar hebben gezien. Dit betekent overigens niet dat alle data op zichzelf een motivatie is bij het maken van beleidskeuzes. Ook andere factoren spelen een rol, zoals politieke keuzes. Vaak gaat het om de juiste balans tussen de gevestigde orde versus de kansen. De één is belangrijk voor opschaling, de ander geeft informatie over toekomstige groeipotentie. Wat telt is dat beleidsmakers de belangrijkste informatie uit de website halen en dat zij die informatie gaan combineren tot nieuwe inzichten.”

Welke regio heeft verrassend veel groeipotentieel?

Van Oort: “Interessant aan de regio Rijnmond is bijvoorbeeld dat er veel groeipotentieel zit in toekomstige markten, zoals biobased energy, internet of things en circulaire economie. Hierover zijn nu nog weinig statistische gegevens beschikbaar, maar deze markten worden wel steeds belangrijker. Tegelijkertijd is een nieuwe sector als biobased energy opgebouwd uit de chemische industrie en biotechnologie. Zijn beide sectoren aanwezig in een regio, dan kan investeren in biobased energy kansrijk zijn. Met andere woorden: willen we cross-overs kunnen maken, dan moeten de ingrediënten daarvoor wel in de regio aanwezig zijn.”

In hoeverre is de website ook interessant voor krimpregio’s?

Van Oort: “Het is goed om te beseffen dat elke regio ontwikkelpotentie heeft. Beleidsmakers in de regio Zuid-Limburg zouden bijvoorbeeld kunnen bekijken welke locatiefactoren van belang zijn voor werkgelegenheidsgroei of productiviteitsgroei en hoe zij op deze factoren scoren in vergelijking met de regio’s aan de andere kant van de grens, zoals Aken, Hasselt en Luik. Wat mist de regio Zuid-Limburg dan nog in haar economische structuur? En wat is nodig om ervoor te zorgen dat grenzen niet meer zo’n belemmerende rol spelen in die specifieke regio? Tegelijkertijd zien we ook dat groeikernen, zoals Almere en Nieuwegein, in hun groei stagneren. Wat we zien is dat daar wel veel mensen wonen, maar dat de werkgelegenheid in de zakelijke dienstverlening en industrie afneemt. Die sectoren zitten vaak in de grotere, nabijgelegen steden als Utrecht en Amsterdam. Overigens is het wel belangrijk om steden en regio’s met elkaar te vergelijken met min of meer dezelfde omvang. Uit onze analyses blijkt namelijk dat een stad als Eindhoven wel concurreert met Londen, maar dat dit andersom niet per se het geval is. De onderlinge relaties hoeven dus helemaal niet symmetrisch te zijn. Londen is groter en beschikt over meer sectoren dan Eindhoven. Met andere woorden: kijk liever naar regio’s van dezelfde omvang en dezelfde type specialisatie, zoals Stockholm of München.”

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de Nederlandse regio’s?

Thissen: “Opvallend is dat de technologische industrie het in de Nederlandse regio’s minder goed doen ten opzichte van regio’s in het buitenland. We behoren vaker tot de zogeheten gemaskeerde verliezers dan we denken. Gemaskeerde verliezers zijn regio’s die schijnbaar profiteren van een groeiende sector, maar die wel marktaandeel verliezen. Het verlies wordt dus gemaskeerd door algemene groei in de sector. We zouden kunnen concluderen dat technologische innovatie nodig is om te kunnen blijven concurreren met omliggende landen. Maar als we kijken naar de echte grote groeiers, dan zien we die vooral in de dienstensector. Deze conclusies raken nog wel eens ondergesneeuwd in beleid, omdat we geneigd zijn om te focussen op de ontwikkeling in de technologische industrie. Kijken we naar de economische groei op lange termijn, dan zien we dat de dienstverlening de grootste banengroei oplevert. En waarschijnlijk blijft dat ook zo. En bedenk ook dat die zakelijke diensten heel belangrijk zijn voor de technologische industrie.”

Van Oort: “Om die reden is het verstandig om een smart specialisation-strategie te ontwikkelen, zoals dit door de Europese Unie wordt gestimuleerd. Moet een regio zich gaan specialiseren in een sector waar andere regio’s dat niet doen? Leidt dat inderdaad tot een concurrentievoordeel? De meeste regio’s specialiseren zich inderdaad graag in ICT of biobased energy. Dat is weliswaar een grote markt, maar niet groot genoeg voor alle regio’s. Wat is dan “smart”? Hoe kunnen regio’s zich slim onderscheiden? De website laat zien hoe Europese regio’s onderling concurreren en biedt bouwstenen voor beleid. Het is interessant om straks te monitoren of het gevoerde beleid daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het versterken van de regionale economie. Als we dat goed kunnen identificeren, zouden we ook iets kunnen zeggen over welk type beleid wel of juist niet werkt in bepaalde type regio’s.”

Wat is de centrale boodschap van het seminar?

Van Oort: “Hoofdthema is: hoe geven we een regionale ontwikkelstrategie vorm en wat kunnen ruimtelijk economen leren van Europese context? De website bevat enorm veel data over stedelijke regio’s in binnen-en buitenland. Gegevens die laten zien hoe regio’s concurreren op economisch terrein, wat specifieke karakteristieken zijn, welke voorzieningen er zijn en welke type mensen er werken er: hoog- of juist lager opgeleid. Belangrijker, en dat is de volgende stap die beleidsmakers moeten maken, hoe kunnen zij die gegevens interpreteren. Als blijkt dat regio’s meer zouden willen investeren in innovatie, dan rijst de vraag: hoe dan en wie dan? Wat is voor die specifieke regio belangrijk? Hoe scoren zij op al die indicatoren ten opzichte van hun concurrenten? Maar ook: hoe kunnen regio’s dit veranderen? Die bredere context komt aan de orde tijdens het seminar, daarbij gebruik makend van onderzoek dat de afgelopen tien jaar is gedaan. Tot slot ga ik vooral dieper in op de wijze waarop we al die data kunnen vertalen naar type beleid voor bedrijven, regio’s en steden. Lokaal en globaal. Wat daarvoor nodig is, laat ik zien aan de hand van enkele voorbeeldregio’s. U bent van harte uitgenodigd!”

Winnaars en Verliezers in Regionaal Economische Concurrentie

De themawebsite Winnaars en Verliezers in Regionaal Economische Concurrentie is ontwikkeld door het Planbureau voor de Leefomgeving. De online tool is gebaseerd op big data over handel tussen 246 Europese regio’s voor 14 sectoren, 59 producten en 11 jaren (2000-2010) alsmede de meest recente regionaal economische groeicijfers voor 2010-2014. De website bouwt voort op het Platform31 Napoleon project, dat in het kader van het “Kennis voor Krachtige Steden” onderzoeksprogramma is uitgevoerd door de Technische Universiteit Delft, Universiteit Utrecht, PBL en in samenwerking met de gemeente Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven. Daarnaast zijn de gebruikte gegevens het resultaat van jarenlang onderzoek van het PBL in samenwerking met meerdere andere internationale wetenschappelijke instituten en universiteiten.