Themabijeenkomst Maatschappelijk Aanbesteden

Ruim op die Regels bij maatschappelijke initiatieven

Wanneer een gemeente besluit om een maatschappelijk initiatief financieel te ondersteunen rijst de vraag; hoe moet je die financieringsrelatie juridisch vormgeven? Op hoofdlijnen zijn er twee routes om deze financieringsrelatie vorm te geven. Via een subsidie of via een overeenkomst. Beide hebben een eigen dynamiek en belangrijker: aan beide kleven in de ogen van maatschappelijke initiatieven en gemeenten nadelen.

De deelnemers van het experiment Ruim op die Regels zijn onder de noemer Maatschappelijk Aanbesteden op zoek gegaan naar een juridisch vorm van overheidsfinanciering die recht doet aan de verschuivende verhouding tussen een overheid en burgers. Op donderdag 11 juni tijdens de themabijeenkomst van Ruim op die Regels zetten zij de eerste stap door met jurist Tim Robbe de maximale ruimte te zoeken binnen de huidige juridische mogelijkheden van financieringsrelaties tussen gemeenten en maatschappelijk initiatief.

Financieringsrelaties: werk aan draagvlak en houd het werkbaar

Jurist Tim Robbe daagt de initiatiefnemers uit om kritisch te zijn op hoe de financieringsrelatie tussen de gemeente en maatschappelijk initiatief vorm krijgt. “Houd het zo simpel mogelijk, houd het klein. Voorkom grote uitvragen waar allerlei partijen op mogen inschrijven.” Dit vraagt een goede samenwerking tussen ambtenaren die betrokken zijn bij het maatschappelijk initiatief en hun collega’s bij de afdeling inkoop van de gemeente. Ook is een positieve houding vanuit het college van B en W gewenst.

Waar mogelijk geen grote opdrachten boven de drempel

De aard van een opdrachtgever- opdrachtnemersrelatie lijkt meer recht te doen aan de onafhankelijke positie van het burgerinitiatief. Toch wordt daar in de praktijk niet vaak voor gekozen. Dat heeft alles te maken met de dreigende aanbestedingsplicht waar gemeenten onder voorwaarden aan zijn gehouden. Boven een bepaalde drempelwaarde zijn gemeenten verplicht om hun inkoop Europees aan te besteden. Bij diensten zoals groenbeheer ligt de drempel op €200.000,- (exclusief btw). Mocht de ambitie van het maatschappelijk initiatief een geldbedrag impliceren dat groter is dan dit bedrag, dan is de gemeente in principe verplicht een uitvraag te doen aan meerdere partijen. Dit betekent dat burgerinitiatieven moeten concurreren met grote gevestigde partijen. Dit juridische systeem dat toeziet op een kostenefficiënte inkoop van publieke diensten, is duidelijk niet ingericht op de schaal en dynamiek van kleinere maatschappelijke initiatieven.

Vacuüm tussen markt en publiek domein

De aanbestedingswet gaat uit van de vrije markt van aanbieders van producten, diensten, et cetera. De overheid is publiek en valt niet onder die vrije markt. Maatschappelijke initiatieven opereren typisch in het domein daartussen. Dat geeft onduidelijkheid over juridische consequenties met betrekking tot de financieringsrelatie. Bij publieke taken die in een specifiek gebied door bewoners worden uitgevoerd is het de vraag of nog sprake is van een markt? Er is iets voor te zeggen dat bewoners per definitie niet op een markt opereren (als aanbieders van diensten en producten). De bewonerscoöperatie van dorp, wijk, buurt of straat bestaat uit burgers die juist geen gebruik willen maken van de overheid of van de markt, maar zaken zelf willen regelen. Er is geen jurisprudentie over dit onderwerp.

Nader te verkennen vragen zijn:

  • Wanneer is nu sprake van een markt als ik te maken heb met burgers en burgerinitiatieven als vragers en aanbieders van producten en diensten?
  • Hoe moet ik me als buurt organiseren zodat ik niet kan worden aangemerkt als een ondernemer op een markt?

Beslisboom om tot passende financieringsrelatie te komen

Tim Robbe neemt de deelnemers mee door een beslisboom om tot een passende financieringsrelatie te komen. Als basis start hij met de keuze: publiekrechtelijke financieringsvorm (subsidie) of een privaatrechtelijke financieringsvorm (overeenkomst). Stap voor stap leidt hij de deelnemers langs dubbelzinnigheden in jurisprudentie: zijn burgerinitiatieven ondernemers die producten of diensten aanbieden op een ‘markt’? Zo nee, dan is geen sprake van een overheidsopdracht en is de aanbestedingswet niet van toepassing. Langs bijlage IIB in de Aanbestedingswet: voor diensten in een bepaald aantal sectoren maakt de wet een uitzondering. En langs de percelenregeling: door een inkoopopdracht op te splitsen in kleinere opdrachten, is het mogelijk om delen van de opdracht rechtstreeks zonder concurrentie te gunnen aan een partij naar keuze (en dus ook aan burgers die als ondernemer moeten worden aangemerkt).

Groenbeheer door dorpscoöperatie

In Nieuw-Dordrecht verkent de dorpscoöperatie met de gemeente of de dorpscoöperatie het groenbeheer kan overnemen van de gemeente. Van de dorpscoöperatie zijn bewoners en ondernemers uit het dorp lid. Hiervoor is bij de gemeente nog geen politiek besluit genomen. Deze casus wordt gezien als vingeroefening in het experiment Ruim op die Regels. Hiervoor lijken twee oplossingen mogelijk, maar is verder onderzoek nodig. Ten eerste subsidie naar de dorpscoöperatie. De dorpscoöperatie koopt vervolgens diensten in van een groenondernemer uit het dorp die samenwerkt met vrijwilligers onder 2b procedure. Een tweede manier is dat de gemeente subsidie verstrekt aan de groenondernemer uit het dorp, maar dan moet duidelijk zijn dat de werkzaamheden niet direct ten goede komen aan de gemeente maar aan de coöperatie. Deze twee financieringsrelaties lijken mogelijk, maar nadere verkenning is nodig.

Onderhoud aan woningen door wijkcoöperatie

De experimentcase Soesterkwartier uit Amersfoort is ook door de beslisboom gehaald. Specifiek is gekeken naar het onderhoudsbudget dat de woningcorporatie ten goede wil laten komen aan actieve huurders van de wijkcoöperatie die zelf onderhoud plegen aan hun huurwoning. Woningcorporaties worden aan dezelfde aanbestedingsregels gehouden als overheden. Een lastig punt in deze case is de relatie tussen woningcorporatie, wijkcoöperatie en individuele huurders of zzp´ers die het onderhoud uitvoeren. Als de wijkcoöperatie een zzp’er betaalt voor geleverde diensten dan zijn de wijkcoöperatie en de zzp’er beide ondernemers en is de wijkcoöperatie een aanbestedende dienst. Omdat de bedragen in deze case onder de drempelwaarde zullen zijn hoeft het aanbesteden geen knelpunt te zijn. Een andere routes die Soesterkwartier verkent is of de corporatie direct aan actieve huurders vergoeding of lagere huur kan bieden. Een andere vraag is of de zzp´ers die lid zijn van de wijkcoöperatie op een andere manier vergoeding kunnen krijgen.

Leuker kunnen we het niet maken…

Tim Robbe laat de deelnemers zien dat de aanbestedingswet, maar ook het subsidierecht in de meeste gevallen voldoende ruimte bieden om op financiële afspraken te maken met de gemeente. Wel vereist het de nodige specialistische kennis om de gekozen weg juridisch goed in te kleden. En vraagt het lef van de initiatiefnemers en hun gemeentelijke sparringpartner om soms controversiële keuze uiteindelijk voor een rechter te willen verdedigen. De vraag naar de mogelijkheden binnen het bestaande juridische kader lijkt hiermee beantwoord. Blijft over de vraag ‘kan het niet makkelijker?’

Onduidelijkheid over belastingtarieven en kansen voor OZB

Ten slotte is tijdens de themabijeenkomst een nieuw thema fiscaliteit verkend. De experimentpartners willen meer zicht krijgen op belastingtarieven bij hun verschillende activiteiten en diensten. Veel stichtingen die buurthuizen beheren hebben een hybride verdienmodel (combi van subsidie, geld uit opdrachten en donaties). Daarnaast hebben experimentpartners behoefte aan kennis over mogelijkheden om de Onroerende Zaak Belasting (OZB) van buurthuizen en te bevriezen/verlagen in huur of koopovereenkomsten. Ook geldt deze vraag voor de OZB van particuliere koopwoningen van eigenaren indien zij lid van een dorp-of buurtcoöperatie.

Meer informatie
Contact

Hanneke Schreuders

06 17 85 48 53 – hanneke.schreuders@platform31.nl


Hilda Kooistra

06 57 94 16 75 – hilda.kooistra@platform31.nl