Vroegtijdige participatie met de Omgevingswet

Terugblik praktijkbijeenkomst Aan de Slag met de Omgevingswet

De Omgevingswet streeft naar vroegtijdige participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen of beleidsvorming. De wet legt niet vast hóe participatie moet worden vorm gegeven, maar dát het moet worden vormgegeven in de Omgevingsvisie. En dus zijn er diverse manieren waarop overheden participatie en communicatie met belanghebbenden insteken en is participatie maatwerk. Op 8 maart 2017 organiseerde Platform31 samen met de gemeente Utrecht de laatste in een serie van praktijkbijeenkomsten van het programma Aan de Slag met de Omgevingswet. Tijdens deze middag gingen we aan de hand van inspirerende voorbeelden met elkaar in gesprek over verschillende methoden van vroegtijdige participatie.

Maarten Hoorn (Platform31) en Irma Dekker (Programma Aan de slag met de Omgevingswet) heetten de 60 aanwezigen welkom in het historische stadhuis in het centrum van Utrecht. Een leuk en enigszins opvallend feitje als opwarmer: het woord ‘participatie’ komt maar vier keer voor in de Omgevingswet en meer dan vijftig keer in het memorie van toelichting. Hoe en waar het ook staat, het delen van kennis en ervaringen over manieren van vroegtijdige participatie leverde een inspirerende middag op in Utrecht.

Presentatie Maarten Hoorn

Een tipje van de sluier

Frederik van Dalfsen (senior consultant bij Berenschot) schreef voor het Genootschap van Burgemeesters een handboek over het beleidsinstrument burgerparticipatie. Het boek is nog niet officieel uit, maar aan de hand van negen plaatjes lichtte van Dalfsen een tipje van de sluier op: “Ik werkte veel voor gemeenten en zag dat men tegen participatievraagstukken aanliep. Dit was de aanleiding om dit handboek te schrijven". De lage awareness bleek ook tijdens de interviews met burgemeesters, wethouders, raadsleden en bestuurders: bijna niemand noemde de Omgevingswet. Gedurende het voeren van de gesprekken, kwam een aantal moeilijkheden aan het licht. Hoe schets je een beleidskader zodat een gemeenteraad kan toetsen of er is voldaan aan participatie? En hoe maak je dit beleidskader vervolgens wettelijk toetsbaar? Met negen afbeeldingen en bijbehorende adviezen geeft het handboek inzicht in manieren van omgaan met participatie in de Omgevingswet. Van het benadrukken van het belang van een integrale aanpak en het volledig informeren van burgers, tot de nuchtere kanttekening dat niet heel Nederland staat te springen om mee te doen. Bent u benieuwd naar de andere inzichten? Het handboek Pionieren in participatieland kunt u bestellen op de website van Berenschot.

In co-creatie naar een inspiratiegids

Een stuk praktischer dan het handboek is de Inspiratiegids Participatie. Deze online gids wordt ontwikkeld vanuit het programma Aan de slag met de Omgevingswet. De gids bestaat uit routekaarten, elk geïllustreerd met persoonlijke verhalen, praktijkervaringen, tips, theorie en bloopers. Mieke Visch van het programma Aan de slag met de Omgevingswet zegt “heel blij te worden van alle mooie voorbeelden die er zijn van participatie in Nederland”. Door alle voorbeelden van participatie een plek te geven in de gids, dient deze als een bron van inspiratie voor anderen en hulp bij het opstellen van een participatieaanpak. De interactieve gids is ontwikkeld voor én door initiatiefnemers, bestuurders, ambtenaren, bewoners, ondernemers, belangenorganisaties, professionals en iedereen die mee wil doen. “Een uitdaging bij het maken van de gids is het zoeken naar de juiste manier om de rijkdom aan verhalen op een duidelijke manier een plek te geven”, aldus Mieke Visch. De gids is zo gemaakt dat je aangeeft wie je bent en wat je rol is, om makkelijk je weg te vinden en te worden voorzien van voor jou relevante informatie. De eerste versie van de gids is vanaf april beschikbaar, maar ook daarna zal hij door blijven groeien. Anita van der Looij, ook van het programma, zet ons aan het werk om in tweetallen onze eigen participatieverhalen te verzamelen die dienen als input voor de gids. Nieuwsgierig? U kunt het prototype bekijken op de website van Aan de slag met de Omgevingswet.

Met stadsgesprekken komen tot een energieplan

Het eerste praktijkvoorbeeld komt uit Utrecht. Door middel van stadsgesprekken betrok de gemeente een diverse groep Utrechters bij de totstandkoming van het Energieplan van de stad. De centrale vraag: wat kan Utrecht extra doen om zo snel mogelijk de energievoorziening klimaatneutraal te hebben? Programmamanager Utrechtse Energie, Monique Hoogwijk, vertelt over de unieke lotingsmethode die toegepast is om participatie te faciliteren. De aanleiding voor deze nieuwe methode was enerzijds het uitgewerkte standaard recept voor beleidsontwikkeling (‘oude democratie’) en anderzijds om actief invulling te geven aan het motto van het coalitieakkoord: ‘Utrecht maken we samen’.

Door middel van een aselecte loting selecteerde de gemeente een groep van 165 Utrechters om drie keer een dag mee te doen met het stadsgesprek. De deelnemers kregen een vergoeding voor hun deelname: 300 euro of 600 euro in tegoedbonnen om uit te geven in de stad. Monique Hoogwijk verduidelijkt de reden van deze beloning: “Om hen te laten zien dat we hun input serieus nemen en omdat zij werk doen dat de gemeente anders zelf zou doen.” Dit is gelukt, de deelnemers voelden zich vereert om op deze manier hun stem te laten horen. Resultaat van deze methode is dat het eigenaarschap is vergroot. Ook zijn er ambassadeurs aangesteld, die samen met de gemeente de belangrijkste besluiten in de stad maken als het gaat om infrastructuur en investeringen rondom energie”. En zoals Monique Hoogwijk het verwoord: “Er zijn heel goede gesprekken gevoerd, energie is voor mij emotie geworden”. Een verrassend inzicht is nog dat juist ambtenaren als conservatiever worden aangewezen door de meesten, zeker op het onderwerp energietransitie. Bekijk hier het sfeerverslag van het stadsgesprek Energie in Utrecht.

Flexibel bestemmen - participatie via stellingen online en offline

Ook in Overbetuwe had een grote groep mensen invloed op het gemeentelijk beleid. In dit geval over de invulling van een nieuw ‘flexibel’ bestemmingsplan. “Wij hadden het als gemeente kunnen doen, maar we vroegen ons af, wat wil de gebruiker van de leefomgeving zelf?” zegt Gert-Jan Willemsen (Gemeente Overbetuwe). Vanaf het allereerste moment, toen er nog niks op papier stond, zocht de gemeente de gebruiker op. Overbetuwe werd daarbij geholpen door zogenaamde dorpsburgermeesters die het project uitdroegen. Op straat, bij de winkeliersvereniging, sportclubs, de kerk etc. deelden ze de zogenaamde ‘bestemmingsplantjes’ uit in ruil voor een e-mailadres om mensen te mogen benaderen met het verzoek zich aan te melden voor het online platform. Zo ontstond een groep ambassadeurs die op hun beurt weer de e-mail met link naar de online stellingen doorstuurde aan hun netwerk. De gemeente wilde hiermee kenbaar maken dat de inwoners van Zetten en Hemmen iets te zeggen hebben. Enerzijds dus online, maar om het bereik te vergroten, werd ook offline ‘De Woonkamer’ ingericht in een leegstaand schoollokaal. Dit was een eyeopener voor de gemeente, want er zijn nog altijd mensen die niet op internet willen of kunnen. De Woonkamer was zaterdag en woensdagavond open om te stemmen op de stellingen. De sfeer was informeel, en daardoor lukte het om de kloof tussen de gemeente en inwoners te verkleinen.

“In de eerste vier weken verzamelden we online en offline input om de stellingen te formuleren. Bewoners vulden het platform en corrigeerden elkaar als er niet relevante onderwerpen opgeworpen werden. Wij hebben dit met stakeholders en de tien meest actieve deelnemers omgevormd tot stellingen. In een periode van twee weken hebben meer dan 125 mensen gestemd op de 85 stellingen, online en offline. Met 12 van de 85 stellingen was meer dan 80 procent het eens, deze zijn direct overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Voor de 6 stellingen waarover 50 – 80 procent het eens was, kwam een discussieavond. Deze werd helaas minder druk bezocht dan gehoopt, en dit wordt opgevat als leerpunt. Ook het besef dat dit proces meer tijd en geld (naar schatting €50.000 meer) heeft gekost dan een normaal bestemmingsplan is een leerpunt. Daar tegenover staat dat het online platform eenmalig een grote investering was. Volgende keer kunnen we het efficiënter kunnen doen.”

Participatie met streekconferenties

Dat participatie geld kost, weet ook Hans-Peter Westerbeek ons te vertellen. Natuurmonumenten wil een beweging zijn van mensen met hart voor natuur en landschap. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Binnen de organisatie Natuurmonumenten is het een worsteling geweest, want deze grootschalige samenwerking was nieuw en brengt ook risico’s met zich mee. De organisatie zocht samenwerking met andere actoren en stakeholders in het gebied. “Gelukkig zie je een grote mobilisatie ontstaan van groepen mensen die hetzelfde doel hebben: dat er daadwerkelijk iets gebeurt.”

Hans-Peter Westerbeek vertelt ons over het instrument streekconferentie waar volop mee geëxperimenteerd is. Tijdens deze bijeenkomsten is iedereen welkom. Landschap en bewoners staan centraal, deelnemers bepalen zelf de agenda en er komen concrete oplossingen uit voort. Vervolgens worden de taken verdeeld tussen alle partners in het gebied. Eén van de zeven streekconferenties was van Bescherm de Kust in Katwijk, bekijk hier een filmpje ter inspiratie. Per kustprovincie zijn uiteindelijk 150 mensen actief betrokken geraakt. Andere voorbeelden zijn Norg, Graafschap, Tilburg en de speciale kinderconferentie in Rotterdam.

Maar hoe betrek je mensen bij hun eigen omgeving en hoe krijg je ze in beweging? Hier zijn in eerste instantie publiciteit, aandacht en bewustwording voor nodig. Na afloop moet je zorgen dat er vanuit de streekconferenties afspraken worden gemaakt onderling, zodat je zelf als facilitator niet de partij bent die ook alle acties uitvoert. De regie uit handen durven geven. Andere leerpunten zijn: maak concrete afspraken, let goed op wat wel en niet kan en hoe je mensen uitnodigt. Participatie faciliteren kost geld en tijd, maar brengt ook veel op aan contacten, initiatieven en uitvoering. Al met al lijkt de streekconferentie een goede methode om participatie te faciliteren, ook voor overheden.

Het laatste deel van de middag gingen de deelnemers in groepen aan de slag om de inspirerende voorbeelden toe te passen op hun eigen situatie en zo met elkaar te bedenken: wat ga ik op basis van deze inspiratie voor actie ondernemen?