Risico’s, kansen en randvoorwaarden van aansluiting op warmtenetten

Terugblik bijeenkomst warmtesprong

Platform31, Aedes en Groene Huisvesters organiseerden eind juni de bijeenkomst Warmtesprong. Hier werden gemeenten en woningcorporaties op de hoogte gebracht van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van warmtenetten. Onder welke voorwaarden is een warmtenet kansrijk? Welke invalshoeken spelen een rol bij het opstellen van de business case? En wanneer is een warmtenet duurzaam? Presentaties van resultaten en business cases boden inzicht in de belangrijkste kansen, risico’s en randvoorwaarden voor de aansluiting op warmtenetten.

Met het vaststellen van de EnergieAgenda van Kamp en de ondertekening van de Green Deal aardgasvrij wonen door 30 gemeenten, staat de uitrol van warmtenetten hoog op de agenda. “Verwachting is dat warmtenetten in de toekomst circa 25% van de woningen van warmte zullen voorzien, ten opzichte van circa 4% op het moment”, vertelt Jos Karssemeijer van het ministerie van Economische Zaken tijdens de bijeenkomst Warmtesprong. Het gaat om kostbare projecten met een lange tijdshorizon, met verschillende risico’s en waarvoor gedegen kennis onontbeerlijk is. “Om corporaties en gemeenten hierin te ondersteunen organiseerde Platform31 samen met Rebel en Infinitus het experiment Warmtesprong, aldus voorzitter Anouk Corel van Platform31. Tijdens de open slotbijeenkomst eind juni werden de resultaten gedeeld onder gemeenten en corporaties.

Randvoorwaarden, risico’s en business case

Jeroen Roos van Infinitus gaf uitleg over temperaturen, duurzaamheid en de kansen en risico’s. “Veel warmtenetten kennen een hoge temperatuur, terwijl bij lagere temperaturen minder warmteverlies optreedt en het mogelijk is om duurzame bronnen aan te sluiten”, vertelt Jeroen Roos. Eline Kleiwegt van Rebel gaf de deelnemers inzicht in de business case van de verschillende actoren in het gebied en specifiek in de business case voor corporaties. Kleiwegt: “Om de kosten voor het warmtenet te kunnen vergelijken met de huidige oplossing, moet je in beeld brengen wat de huidige kosten zijn. Het gaat onder andere om kosten voor vervanging en onderhoud aan ketel, kosten voor het leidingwerk en meters, inkoopkosten gas en administratieve kosten. We merkten dat het voor de corporaties lastig was om deze informatie bijeen te brengen.”

Aardgasloze wijk

Jan Willem Schild van Woonbron, wethouder Stephan Brandligt en Ronald Dijkgraaf van de gemeente Delft, gaven uitleg over de ontwikkelingen in de wijk Voorhof Oost. De wijk vormt de inzet van de gemeente Delft voor de ‘Green deal aardgasloze wijken’. In de Voorhof liggen momenteel elf flats van verschillende eigenaren (vier corporaties, één belegger, vijf VvE’s) die zijn aangesloten op drie kleine warmtenetten die door Eneco verwarmd worden middels aardgas. Eind 2016 heeft Eneco aangegeven haar activiteiten te stoppen. Sindsdien zoeken de eigenaren naar een alternatief. Nadat iedereen voor een eigen – niet-duurzame – oplossing leek te gaan, zocht Woonbron ondersteuning van de gemeente om te zoeken naar een gezamenlijk duurzaam alternatief. In dezelfde periode dienden zich twee kansen aan: een warmteaansluiting op de leiding door het midden en een aansluiting op de nog te ontwikkelen geothermieput van de TU Delft. De geothermieput heeft een overcapaciteit die benut kan worden bij de verwarming van de Voorhof.

Op termijn kan ook het achterliggende gebied aangesloten worden en wellicht een aantakking gemaakt met de leiding door het midden. De verschillende eigenaren in het gebied zijn inmiddels akkoord om gezamenlijke duurzame alternatieven te onderzoeken. In het experiment Warmtesprong van Platform31 rekenden de drie corporaties Vidomes, DUWO en Woonbron samen met de gemeente Delft de business case voor de corporaties uit om aan te sluiten op de geothermieput van de TU Delft.

Eind augustus brengt Platform31 een rapport uit met de resultaten van Warmtesprong.