Slagkracht krimpend ommeland en groeiende stad

De komende tien jaar groeit de Nederlandse bevolking in 27 grote gemeenten en krimpen de plattelandsregio’s aan de rand van Nederland. Dit voorspellen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hoe borgen we in dat licht een evenwichtige verdeling van welvaart en zorg? Uit een verkenning van Platform31 blijkt dat de regionale samenwerking geleidelijk de goede kant op gaat. Een interview met Koos van Dijken, auteur van de publicatie Slagkracht krimpend ommeland en groeiende stad.

Het gaat geleidelijk de goede kant op met de regionale samenwerking. Waar blijkt dat uit?

“De gespreksdeelnemers in de verkenning gaven voldoende aanknopingspunten voor deze conclusie. De goede ideeën komen op tafel en de regioplannen liggen er vaak al. Uit de gesprekken bleek ook dat diverse stakeholders het belangrijk vinden om gezamenlijk de handen uit de mouwen te steken. Opmerkelijk is wel dat er soms nog steeds een externe aanleiding nodig is om weer eens met elkaar van gedachten te wisselen over wat de regiopartners samen kunnen doen. Tijdens de drie regiogesprekken die onderdeel uitmaakten van de verkenning, bleek ook dat de deelnemers de brede samenstelling van de regiotafels als zeer zinvol ervaren.”

Waar zitten de verbeterpunten dan nog?

“Zorg voor betere en meer indringende analyses per regio, maak duidelijke keuzes, hou deze lang vol en zet vooral in op het versterken van de human resources en een betere werking van de arbeidsmarkt. Breng bijvoorbeeld de bedreigingen en eventuele kansen indringend in kaart. Dit voorkomt wensdenken en stimuleert dat de regio soms harde feiten onder ogen ziet en daar het gezamenlijke handelen op baseert. Vanuit de indringende en eerlijke analyses zijn duidelijke keuzes mogelijk in een waarachtige regionale aanpak. Waardevol is om hier ook de provincie bij te betrekken. In regionaal verbonden netwerken ontstaan namelijk allerlei dwarsverbanden en zijn netwerken en initiatieven zichtbaar. Dit bevordert de kenniscirculatie en laat nieuwe actoren met nog betere ideeën en nog meer energie aanhaken. Krimp- en experimenteerregio’s winnen aan vitaliteit door al experimenterend en lerend een nieuwe balans te vinden. Vanuit een lokale, regionale, door historie en stakeholders bepaalde context. Tot slot leveren ook beter onderwijs, bij- en omscholingsmogelijkheden en permanente educatie een belangrijke bijdrage aan een sterkere (krimp- of anticipeer)regio. Met meer ruimte voor nieuwe en andere onderwijsvormen en experiment binnen de nationale kaders. De opgave is om de kwaliteit van het arbeidsaanbod door nieuw en vernieuwend onderwijs te verbeteren.”

Wat is de volgende stap?

“De volgende stap is het ontwikkelen van een gezamenlijke richting en visie. Met als doel bestuurlijk draagvlak te genereren voor het gezamenlijke verhaal. Om vervolgens met kracht, continuïteit, en leiderschap door te gaan. Niet praten, maar doen. En de successen vieren!”

Waar zit de winst voor de opdrachtgevers?

“Met de inzichten uit deze verkenning kunnen de ministeries van BZK en IenM de mogelijke beleidsnoodzaak en beleidsopties nader verkennen. Zodat ze kunnen inspelen op de toenemende regionale verschillen in Nederland. De aanbevelingen vormen tegelijkertijd aanknopingspunten voor het verder concretiseren van de samenwerkingsafspraken van het Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling, de Nationale OmgevingsAgenda, de Nationale Omgevingsvisie en de regionale MIRT gebiedsagenda’s. Voor de regio’s kan de verkenning bouwstenen aandragen om scherper te krijgen waaraan behoefte is, welke stappen nodig zijn en op welke wijze het Rijk de regio’s daarbij zou kunnen ondersteunen.”

Meer informatie

Koos van Dijken

06 35 11 58 15 – koos.vandijken@platform31.nl