Samenleven in een superdiverse stad

Terugblik bijeenkomst over diversiteit in de samenleving

De grote hoeveelheid mensen met migratieachtergrond in sommige grote steden (in Den Haag bijvoorbeeld meer dan de helft), roept vragen op over de superdiverse stedelijke samenleving. Zijn we in staat om op een stimulerende en respectvolle manier met elkaar samen te leven? Op de bijeenkomst ‘Samenleven in een superdiverse samenleving’ ging Platform31 hierover samen met wetenschappers, beleidsmakers en praktijkexperts in gesprek.

Door Femke Bax en Radboud Engbersen, Platform31

E pluribus unum was lange tijd het onofficiële nationale motto van de Verenigde Staten. Het is Latijn en het betekent ‘uit velen één’. ‘E pluribus unum’ is ook de titel van een vaak aangehaald artikel van de Amerikaanse socioloog Putnam. De strekking ervan is dat de toename van etnische diversiteit op de korte termijn de onderlinge sociale solidariteit van samenlevingen aantast. In etnisch diverse buurten is het onderlinge vertrouwen minder, zo ook vormen van onderlinge hulp en samenwerking. Maar – betoogt Putnam – op de lange termijn zouden succesvolle migranten-samenlevingen deze fragmentatie kunnen overstijgen en nieuwe gedeelde identiteiten en vormen van onderlinge solidariteit kunnen ontwikkelen. Hij wijst naar eerdere migratiestromen in de Amerikaanse geschiedenis, maar ook naar het leger en de kerken die in Amerika door grote diversiteit gekenmerkt worden. Het kan dus wél, betoogt hij.

Groeiende diversiteit en identificatie

Is het motto ‘uit velen één’ een relevant motto voor Nederlandse grote steden, die ook door groeiende diversiteit gekenmerkt worden? In sommige grote steden (Den Haag) heeft meer dan de helft van de bevolking een migratieachtergrond. Zijn we in staat om in onze superdiverse stedelijke samenlevingen op een stimulerende en respectvolle manier met elkaar samen te leven? Identificeren de verschillende groepen met een migratieachtergrond zich wel met Nederland of de stad waarin ze wonen? Of ligt hun identificatie en loyaliteit bij hun land van herkomst? Over deze vragen ging de bijeenkomst die Platform31 onlangs organiseerde. Voor de bijeenkomst waren beleidsmakers (o.a. Bernard ter Haar, directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie van het Ministerie van SZW, Achmed Baâdoud (voorzitter dagelijks bestuur Stadsdeel Nieuw-West, gemeente Amsterdam) en wetenschappers (o.a. Sinan Çankaya, Joris Rijbroek (directeur Institute for Social Resilience, VU), Erik Snel en Richard Staring (EUR) uitgenodigd, evenals praktijkmensen (o.a. Jeroen Bos, rector Rijswijks Lyceum).

Hoogleraar Richard Staring (EUR) en Erik Snel (EUR) leiden de bijeenkomst in en stonden onder meer stil bij thema’s als nationale/stedelijke identificatie, loyaliteit en transnationalisme. Staring vertelde over het onderzoek Werelden van verschil (SCP 2015) en maakte duidelijk dat veel Turkse jongeren zich afgewezen voelen door de Nederlandse samenleving (‘Nooit Nederlander genoeg’). Erik Snel (EUR) ging in op de politieke betrokkenheid van Turkse-Rotterdammers met hun moederland en liet zien dat zij daarin niet verschillen van andere in Nederland woonachtige migrantengroepen. Transnationalisme heet het fenomeen. Het geeft aan dat je zowel betrokken bent met het moederland als met het land waarnaar je bent vertrokken. De loyaliteit met het ene land, hoeft de loyaliteit met het andere niet in de weg te staan.

Wat moeten we doen?

De deelnemers werden twee vragen voorgelegd: wat vindt u over- en onderbelicht in alle discussies over integratie en polarisering, en welke rol zou Platform31 kunnen oppakken in dit ingewikkelde dossier? Het gezelschap was eensgezind in de vaststelling dat er sprake was van groeiende polarisering in de Nederlandse samenleving, wel bestond er verschil van mening over wie nu precies polariseert. Een aantal jonge wetenschappers wezen erop Shivant Jhagroe (EUR), Mark van Ostaijen (UvT) dat het huidige (lokale) beleidsdiscours polarisering eerder versterkt dan afzwakt. Het gezelschap was vrij unaniem in de analyse dat de huidige ‘framing’ van integratieprocessen in de Nederlandse samenleving te problematiserend – én daarmee contraproductief is. Vooral de Islam en ‘alles wat niet goed gaat’, kunnen rekenen op volle aandacht van media en beleid, met uitvergroting als gevolg. Het geloof en vertrouwen in de (veer)kracht en potenties van jonge mensen en meer algemeen in onze etnisch diverse steden, waren daarentegen sterk onderbelicht. Voorts werd een sterke preoccupatie met ‘etniciteit’ gesignaleerd, terwijl sociaaleconomische achtergronden onderbelicht bleven.

Wat zou Platform31 kunnen en moeten doen? Daarover was het gezelschap redelijk eensgezind. Richt je niet op gemeentelijke beleidsadvisering was het advies, maar breng de strategieën van jonge mensen in beeld om een plek te bevechten in de Nederlandse samenleving of de inspanningen van scholen in de frontlinie om hun leerlingen niet alleen maatschappelijke kansen te geven, maar ook te leren respectvol met elkaar op te trekken. Aan deze concrete berichten (‘narratieven”) uit onze superdiverse steden was grote behoeften. Daarvan kunnen we leren, dát biedt ons inspiratie. ‘E pluribus unum’ is nog steeds een nastrevenswaardig ideaal.

Vervolg

Deze bijeenkomst werd georganiseerd in de vorm van de Hartige Hap Samenleven in een superdiverse samenleving op 13 juni 2017.

We gaan aan de slag met een vervolg op deze bijeenkomst in de vorm van het optekenen van de genoemde ‘narratieven’ in de komende maanden.