Op weg naar de implementatie van de Strategic Research and Innovation Agenda


Interview met Margit Noll, voorzitter van de JPI Urban Europe Management Board

Door: Nadia Petkova, Platform31

Kunt u kort schetsen hoe het eerste jaar na de lancering van de Strategic Research and Innovation Agenda (SRIA) er uit zou kunnen zien?

Na twee succesvolle pilot calls hebben we op 16 december 2015 de eerste call geopend die geheel is gewijd aan de SRIA: de ERA-NET Smart Urban Futures, kortweg ENSUF.
Naast deze call hebben we een aantal implementatiemaatregelen op de agenda staan. De ervaringen met de pilot calls maakten ons ervan bewust dat we nieuwe concepten en nieuwe instrumenten nodig hebben om onze onderzoeksagenda daadwerkelijk te implementeren en de gestelde ambities te realiseren.

We stellen bijvoorbeeld een programmamanagement samen dat alle actoren in de verschillende projecten samenbrengt: onderzoek, stedelijk bestuur en andere belanghebbenden en professionals binnen het stedelijk gebied. Nieuwe instrumenten waar we aan werken zijn financieringsmodellen en voorwaarden voor financieringskaders die ondersteuning bieden bij het betrekken van stakeholders, met speciale aandacht voor de steden, burgermaatschappij en lokale initiatieven. Vertegenwoordigers van de steden willen we zoveel mogelijk betrekken bij onderzoek en innovatie.

Wat voor instrumenten zal JPI Urban Europe inzetten tijdens de SRIA implementatieperiode? Wie zijn daarbij betrokken en hoe?

We hebben een piramide aan instrumenten tot onze beschikking. Bovenaan staan de Joint Calls die gebaseerd zijn op onze meerjarenagenda voor de calls. Hier volgen we sterk onze onderzoeksagenda en we vragen projecten om in te schrijven op specifieke thema’s en onderwerpen. Vervolgens is er het afstemmen en op één lijn brengen vanuit de diverse nationale prioriteiten, programma’s en expertise van de landen die lid zijn van JPI UE. Zo hopen we de capaciteit die in de landen is opgebouwd door samenwerking effectiever te maken en naar een hoger niveau te brengen. Dat betreft expertise en de onderzoeksinfrastructuur op universiteiten, onderzoeksorganisaties of stadsbesturen, zowel als financieringsprogramma’s, beleid en strategie. Onze onderzoeksagenda is daarbij de richtsnoer.

Onderaan de piramide hebben we een aantal ondersteunende maatregelen gedefinieerd. Voorbeelden daarvan zijn het programmamanagement en de uitbreiding van onze internationale reikwijdte. Een specifieke maatregel is de ontwikkeling van strategische partnerschappen met Europese actoren, netwerken en platforms, zodat we kunnen samenwerken en toekomstig beleid versterken dat Europees onderzoek en innovatie ondersteunt. We hebben een breed spectrum van actoren voor ogen en het is nodig om gerichte inspanningen te leveren waarbij we anticiperen op de behoeften van de verschillende stakeholders. De SRIA benadrukt de vraag naar trans-disciplinair onderzoek om wetenschappelijk bewijs te leveren aan beleidsmakers en beslissers; dat biedt de mogelijkheid om wederzijds te profiteren van een sterke samenwerking tussen wetenschap, steden, industrie en maatschappij. Daarvoor zijn vijf aandachtspunten geformuleerd:

  • Samenwerking van de financieringsorganen voor wetenschappelijk onderzoek, ministeries of onderzoeksraden (de nationale organisaties die de nationale programma’s en onderzoeksfondsen beheren en sturen).
  • Het mobiliseren van de steden zodat we kunnen inspelen op hun behoeften en prioriteiten en zoveel mogelijk ondersteunen.
  • De gemeenschap van onderzoekers betrekken bij verschillende soorten projecten en activiteiten.
  • De industrie ondersteunen in hun innovatie-ambities.
  • Meer leren over de innovatieve actoren in de steden, zowel lokale initiatieven als sociaal ondernemers.

Wat is er nodig om ervoor te zorgen dat de SRIA optimaal in praktijk wordt gebracht?

Er zijn veel vraagstukken binnen ons vakgebied waar we ons op moeten richten, maar het is van het grootste belang om ervoor zorgen dat de verschillende actoren en stakeholders betrokken en aangehaakt zijn. Onze Managementboard kan niet zomaar de SRIA implementeren en hetzelfde geldt voor de Governing Board. Om de transitie in de praktijk te realiseren moet een grote hoeveelheid partijen zich committeren en bijdragen. Dit geldt in het bijzonder voor de financieringsorganen, zij zijn zeer belangrijke partners voor de implementatie van onze agenda. Sterker nog, het is nodig dat de steden en de financieringsorganisatie de implementatie gezamenlijk oppakken; dat ze nieuwe ideeën aandragen; experimenteren met nieuwe concepten en oplossingen; betrokken zijn in diverse projecten. De bereidheid tot betrokkenheid en een gezamenlijke inspanning zijn daarbij onontbeerlijk.

Daarnaast benadrukken we sterk een nieuw paradigma in stedelijk onderzoek en stedelijke innovatie. We willen een proces ondersteunen waarin onderzoek, wetenschap en steden zich aan elkaar verbinden en de krachten bundelen bij verschillende activiteiten. Daarvoor hebben we geschikte instrumenten en kaders nodig die een nieuwe manier van interdisciplinair en transdisciplinair onderzoek en innovatie ondersteunen. Een beslissende factor voor het succes van de implementatie is de mate waarin we in staat zijn om vernieuwende kaders en condities te definiëren; gerichte instrumenten te ontwikkelen en nieuwe manieren en middelen om samenwerking te ondersteunen tussen disciplines en sectoren.

Daarmee zijn we terug bij wat ik zei over de betrokkenheid en het daadwerkelijk aangehaakt zijn van de financiers, professionals en stakeholders in het stedelijk gebied en de onderzoeksgemeenschap. Zij moeten bereid zijn om de nieuwe benaderingen en werkwijzen op te pakken en ruimte creëren om te experimenteren. Onze methode draagt bij aan het valideren, niet alleen met betrekking tot de inhoud, maar ook aan hoe onderzoek zou moeten werken en hoe we onderzoekers, beleidsmakers en gebruikers kunnen verbinden. Voor een goed resultaat is het nodig dat onze partners de nieuwe concepten volledig implementeren. Behalve betrokkenheid vraagt dit proces ook om flexibiliteit en innovatiedrang op alle vlakken.

De SRIA definieert de vijf thematische prioriteiten. Hoe beïnvloeden de verschillende thematische prioriteiten elkaar en hoe brengt JPI UE ze in de praktijk?

Voor elke thematische prioriteit hebben we een routekaart (roadmaps) uitgestippeld die in onze agenda is opgenomen en uitgewerkt. We zijn ons er sterk van bewust dat deze prioriteiten in hoge mate onderling verbonden zijn, en beschouwen ze dan ook niet als losstaande of elkaar opvolgende onderdelen in onze agenda. Ook hier gaan we uit van verbinding en onderlinge relaties.

Voor de meerjarenagenda van de calls proberen we de routekaarten te verbinden met de met de jaarlijkse calls zodat de synergie tussen de verschillende prioriteiten en thema’s ingezet kan worden. Hoewel het hoofddoel van de call-agenda is om onze kennis en ervaring te vergroten met betrekking tot transitietrajecten, hebben alle jaarlijkse Call thema’s een specifieke focus op onderwerpen zoals bestuur, herstellingsvermogen en veerkracht, toegankelijkheid en welzijn. Vanuit deze benadering bepalen we een aantal hoofd startthema’s voor elk call die we uitschrijven. Van daaruit maken we verbindingen met verschillende routekaarten.
De ENSUF Call bijvoorbeeld, richt zich al op een aantal thematische prioriteiten:

  • Welfare and Finance: de publieke diensten en hoe die te financieren binnen de kaders van beperkte budgetten.
  • Vibrant Economy: groei en krimp en nieuwe concepten van stedelijke transformatie.
  • Urban Governance: kwesties die verbonden zijn met inclusieve levendige stedelijke gemeenschappen.

Hier zou ik aan willen toevoegen dat de routekaarten en thema’s ook als basis dienen voor onze afstemmingsactiviteiten. We kunnen de onderzoeksvragen van een routekaart gebruiken als een indicator van de belangrijkste behoeften die zijn geïdentificeerd. De aanpak van sommige vraagstukken kan ondersteund worden door onderzoeksinstellingen en andere opgenomen in nationale programma’s in een soort multilaterale Call.

Wat voor rol kan de SRIA spelen in de uitbreiding van JPI Urban Europe en het aantrekken van nieuwe leden?

Uitbreiding is belangrijk op verschillende niveaus. Dat van de landen die lid zijn van JPI UE omdat we de sterke ambitie hebben om alle EU lidstaten en geassocieerde landen te betrekken en bedienen. En dan is er het niveau van de stedelijke actoren in de breedste zin van het woord, steden en onderzoeksorganisaties om ons netwerk te versterken met nieuwe en reeds deelnemende landen. Zo kunnen we nieuwe stakeholders bereiken en deze mobiliseren voor nieuwe gezamenlijke activiteiten.

Wat betreft de uitbreiding binnen de Europese context is de onderzoeksagenda onze basis. Het stelt ons in staat om de strategische discussie met verschillend partijen voort te zetten en uit te breiden. We willen nieuwe landen en steden benaderen en nieuwe stakeholders zich laten associëren. Die stakeholders willen we ook betrekken in de strategische discussie, zodat hun behoeften en prioriteiten daadwerkelijk gereflecteerd worden in dit proces en de verdere ontwikkeling van de agenda. Je zou kunnen stellen dat de SRIA onze Call is: het is de basis waar de genoemde processen uit voortkomen. Dat is het vertrekpunt voor alle discussies over uitbreiding die de Management Board en de Governing Board zullen voeren.

We verkeren in een wereldwijde stedelijke periode, hoe ver gaan de ambities van de SRIA om niet alleen een referentiepunt te zijn op Europees, maar ook op wereldwijd niveau? Hoe kan de SRIA deze status bereiken?

Alles wat in dit gesprek aan de orde kwam, geldt ook voor de wereldwijde context. We zullen onze internationale reikwijdte vergroten door andere programma’s op internationale schaal te onderzoeken en kijken hoe deze zich verhouden tot en passen binnen onze agenda. De lancering van de SRIA in Brussel bleek goed getimed en de inhoud komt grotendeels overeen met het internationale en Europese beleid, zoals de EU Urban Agenda en de UN-Habitat New Urban agenda. Ik denk dat we daarmee nog een solide basis kunnen toevoegen om onze activiteiten uit te breiden naar andere landen en continenten, om gelegenheden voor gezamenlijke calls en uitwisseling tussen steden en onderzoeksorganisaties te bespreken en definiëren.

In de SRIA zijn verscheidene maatregelen opgenomen die erin voorzien hoe we een internationale samenwerking kunnen bewerkstelligen. We zijn begonnen met een uitwisseling met Nieuw Zeeland en China. Eind oktober vorig jaar bijvoorbeeld, hebben we samen met het DragonStar plus project een workschop georganiseerd in Beijing over duurzame verstedelijking. In het forum zaten Chinese en Europese financieringsinstellingen en andere sleutelfiguren om te beraadslagen over wederzijdse voordelen en kansen bij gezamenlijke inspanningen. Deze dialoog wordt voortgezet en uitgebreid naar andere regio’s in de wereld.

De Strategic Research and Innovation Agenda
van JPI Urban Europe

JPI Urban Europe is een van de Joint Programming Initatives die de Europese Commissie ondersteunt. Het is een transnationaal onderzoeks- en innovatieprogramma dat zich richt op het stroomlijnen en afstemmen van nationale (beleids)strategieën en onderzoeksprogramma’s op het stedelijk gebied. Platform31 is actief partner van JPI Urban Europe (JPI UE).

De Strategic Research and Innovation Agenda (SRIA) omvat de lange termijn strategie en het programma van JPI Urban Europe voor de periode 2015 – 2020. Prioriteiten, acties, instrumenten, middelen en een implementatie tijdlijn zijn daarin opgenomen. Er zijn vijf thematische prioriteiten:

  1. Vibrant Urban Economies
  2. Welfare & Finance
  3. Urban Environmental Sustainability and Resilience
  4. Accessibility & Connectivity
  5. Urban Governance & Participation

Nu ligt de focus op de implementatie onderzoeksagenda.

Meer informatie

Frieda Crooy

Frieda Crooy

Projectleider

06 20 01 28 71