Netwerkkracht van middelgrote steden: kwestie van samenwerken

Netwerkkracht genereren dankzij regionale samenwerking. Het bestaat en biedt een aantrekkelijk perspectief voor middelgrote steden. Dit blijkt uit onderzoek onder negen middelgrote steden in Nederland. Vooral in regio’s met meerdere centrumsteden bestaan goede voorbeelden van netwerkkracht.

Door: Niels Gastkemper, junior projectleider Platform31

Volgens velen hebben grote steden de toekomst. Dit komt omdat grotere bevolkingsomvang, bevolkingsdichtheid en connectiviteit in echte grote steden leiden tot meer agglomeratievoordelen. Agglomeratievoordelen doen zich voor omdat bijvoorbeeld het delen van kennis, het koppelen van vaardigheden en leren van elkaar gemakkelijker en effectiever plaatsvindt. Agglomeratievoordelen zouden volgens deze redenering minder zijn weggelegd voor middelgrote steden. Hypothetisch bestaat er voor deze steden echter een alternatief om via het stimuleren van netwerkkracht soortgelijke voordelen te genereren. Netwerkkracht is voor dit onderzoek gedefinieerd als het vergroten van de onderlinge interacties tussen regionale actoren met als doel het vergroten van delen, koppelen en leren.

Netwerkkracht

Netwerkkracht is nog niet veel onderzocht. Heldere definities, onderzoeksmethoden en empirisch bewijs zijn schaars of afwezig. Desondanks is het begrip netwerkkracht en de potentie hiervan on top of mind bij beleidsmakers en uitvoerders. Het discours loopt dan ook voor op de onderbouwing. Een goede aanleiding voor een zoektocht naar netwerkkracht in de vorm van een afstudeeronderzoek van de master economische geografie aan de Universiteit Utrecht in samenwerking met Platform31.

Regionaal krachten bundelen loont

Het resultaat is een exploratief onderzoek met de conclusie dat netwerkkracht in Nederland bestaat. Grote steden zijn niet de enige vindplaats van positieve economische externaliteiten als gevolg van delen, koppelen en leren. Middelgrote steden kunnen deze ook genereren dankzij effectieve regionale samenwerking met andere actoren in de regio. Overheden, bedrijven en kennisinstellingen die zich in de regio verbinden, creëren de mogelijkheden voor delen, koppelen en leren. Dit biedt een aantrekkelijk perspectief: regionaal krachten bundelen loont.

Empirisch inzicht

Het belangrijkste empirische inzicht dat dit onderzoek oplevert, is dat het aantal steden in de regio een positief effect heeft op de effectiviteit van een samenwerkingsverband. Polycentrische regio’s hebben andere uitdagingen bij regionale samenwerking dan monocentrische gebieden. In regio’s waar een middelgrote stad optrekt met andere steden in de buurt, ontstaat vaker netwerkkracht dankzij regionale samenwerking. Gedeelde stedelijke ambitie en problematiek heeft een positieve invloed op effectieve regionale samenwerking. De uitdaging zit in het blijven investeren in het samenwerkingsverband, ondanks dat effecten soms moeilijk zichtbaar zijn, langer op zich laten wachten of één van de deelnemende gemeenten onevenredig meer voordeel zou opleveren.

De actoren in middelgrote steden gelegen in monocentrische regio’s komen minder vaak tot effectieve samenwerking. Als oorzaak komt naar voren dat deze middelgrote steden op zoek zijn naar de juiste partners om mee samen te werken. Het niet consequent kiezen voor een regio staat de ontwikkeling van effectieve samenwerking in de weg. De uitdaging is om op een thema als economisch beleid met dezelfde partijen de aandacht erbij te houden voor een lange periode.

‘Maak verschil’

Het recent verschenen rapport Maak Verschil van de Studiegroep Openbaar Bestuur concludeert dat er behoefte is aan meer differentiatie en minder vrijblijvendheid in bestuurlijke samenwerking. Dit onderzoek onderschrijft deze bevindingen. Uit de interviews met ambtenaren van de gemeente en regionale samenwerkingsverbanden komt naar voren dat elk onderzocht samenwerkingsverband een eigen manier van organiseren heeft gevonden. Daarbij valt op dat de Wet Gemeenschappelijke Regelingen niet wordt gezien als een aantrekkelijk kader waarbinnen een samenwerkingsverband gericht op economisch beleid ontstaat. Een Gemeenschappelijke Regeling bindt de partijen te star aan elkaar en geeft te weinig flexibiliteit voor het voeren van economisch beleid. De interactie tussen stedelijke actoren gericht op het versterken van de regionale economie zijn juist gebaat bij een flexibele organisatievorm. Ondanks dat samenwerkingsverbanden momenteel ook netwerkkracht genereren kan een differentiatie in organisatievorm meer middelen genereren voor effectieve samenwerking.

Samenwerking bevorderen

In relatie tot minder vrijblijvendheid is er mogelijk behoefte aan specifiek beleid in monocentrische gebieden. Het grootste obstakel in monocentrische regio’s is het kiezen van de juiste samenwerkingspartners en vervolgens consequent vasthouden aan deze partners. Op dit punt beschrijft dit onderzoek twee mogelijkheden om samenwerking te bevorderen. Ten eerste kunnen actoren in een monocentrische stad geholpen of gedwongen worden om voor bepaalde samenwerkingspartners te kiezen. Deze taak hoeft niet zozeer te worden uitgevoerd door een nationale of provinciale overheid. Een groep bedrijven of kennisinstellingen die op regionaal niveau opereren kunnen hiervoor ook de middelen krijgen.

Ten tweede kan de samenwerking tussen een centrumstad en haar niet-stedelijke omgeving in een minder vrijblijvende vorm worden gegoten, waardoor de gemeenten in een regio moeten overschakelen van een lokale focus naar een regionale focus. Uit meerdere interviews ontstaat een beeld dat het gemeentebestuur en de gemeenteraad elkaar in een houtgreep houden om lokaal gefocust te blijven. Het verschilt per gemeente en beleidsthema in hoeverre een lokaal perspectief passend is. Vooral op economische beleid is het de vraag of het lokale en regionale niveau niet door elkaar lopen.

Extra aandachtspunt

Naast deze inzichten wil dit onderzoek een aandachtspunt toevoegen aan het rapport ‘Maak Verschil’. Bij het analyseren van een regionaal samenwerkingsverband luidt het advies om rekening te houden met het aantal steden in een regio. Voor een nationale of provinciale overheid is het belangrijk om te erkennen dat een polycentrische regio andere uitdagingen heeft dan een monocentrische regio. Dit vraagt om flexibiliteit in organisatievormen en differentiatie in vrijblijvendheid.

De negen deelnemende middelgrote steden zijn: Deventer, Gouda, Heerhugowaard, Heerlen, Hengelo, Hoogeveen, Papendrecht, Venlo, Zaanstad.