Nederlandse steden willen steun kabinet voor gezamenlijke Smart City Strategie

Op verzoek van premier Mark Rutte werkten ruim 140 stakeholders van steden, bedrijven en kennisinstellingen maandenlang in coproductie aan een Nationale Smart City Strategie. Op 25 januari 2017 werd deze gedragen strategie overhandigd aan de minister-president. De steden zien voor henzelf een leidende rol in de verdere ontwikkeling van smart cities en vragen hierin de steun van het Rijk. Platform31 was bij de overhandiging aanwezig en zet enkele highlights uit de strategie voor u op een rij.

Verstedelijking, klimaatverandering, arbeidsparticipatie, digitalisering, mobiliteit en de uitputting van grondstoffen zetten maatschappelijke systemen op z’n kop. Meer dan ooit is er behoefte aan hoogwaardige digitale infrastructuur voor een betere bereikbaarheid en luchtkwaliteit in steden, energiezuinige woningen en gebouwen en een gezonde leefomgeving. Dat maakt de ontwikkeling van smart cities voor álle Nederlanders relevant.

Gedeelde wensen

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven én het G32-Stedennetwerk hebben in een eerste reactie laten weten gezamenlijk aan de slag te willen met smart cities. Steden willen bijvoorbeeld graag experimenteren in Living Labs: innovaties en stedelijke toepassingen ontwikkelen én toetsen in diverse praktijksituaties om ze vervolgens op te kunnen schalen en repliceren. Want schaalgrootte betekent betere business cases en een aantrekkelijker investeringsklimaat. “Daarbij gaan we uit van de eigen kracht van de steden én de noodzaak tot gemeenschappelijke investeringsagenda’s”, zegt de Haagse wethouder Ingrid van Engelshoven.

“Steden, bedrijven, wetenschappelijke partners en het Rijk moeten samen optrekken”, vervolgt ze. “Zo kunnen we bijdragen aan de economische ontwikkeling van en leefbaarheid in de steden, waarvan bewoners, bezoekers en bedrijven de vruchten plukken.” Steden die optimaal gebruik maken van elkaars kracht, kunnen de resultaten bovendien makkelijker overdragen, waardoor het ook voor andere partijen interessanter wordt om aan te haken. In het verlengde daarvan is er behoefte aan een regionaal georiënteerd kennissysteem dat het lerend vermogen van het netwerk een forse impuls kan geven. Namens de G32 geven wethouders Erik de Ridder van de gemeente Tilburg en Menno Tigelaar van de gemeente Amersfoort aan dat ze de komende jaren vooral de ontwikkeling van smart cities in de praktijk willen brengen.

Internationale profilering

Committeren aan de Nationale Smart City Strategie leidt ook tot een goede en eenduidige internationale profilering. Het bevordert de internationale samenwerking en draagt bij aan de kansen om middelen uit Europese programma’s beschikbaar te krijgen voor smart city-projecten en gerelateerde beleidsterreinen zoals circulaire economie. Maurice Geraets van NXP: “Met de nationale Smart City Strategie leveren we échte oplossingen voor échte problemen die niet alleen in Nederland, maar wereldwijd toepasbaar zijn.”

Gezamenlijke investeringsstrategie

De initiatiefnemers van de Nationale Smart City Strategie ambiëren een gezamenlijke investeringsagenda waarvoor Rijk, bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Verder willen steden dat het Rijk snelle besluitvorming mogelijk maakt en juridische ruimte biedt voor experimenten. Tot slot: voor de strategische positionering van smart cities vinden steden het belangrijk om het thema op te nemen in het kabinetsbeleid en daaraan menskracht en financiering te koppelen.

Meer informatie