MKBA anders inzetten

Op 29 januari promoveert VerDuS-onderzoeker Els Beukers aan de UvA. Aanleiding voor haar onderzoek, in het kader van Kennis voor Krachtige Steden, was de onvrede in de ruimtelijke wereld over het werken met maatschappelijke kosten-batenanalyses. MKBA’s zijn al jaren gebruikelijk bij bijvoorbeeld plannen voor de aanleg van nieuwe infrastructuur, zoals snelwegen. Voor ruimtelijke projecten die verder gaan dan alleen infrastructuur lijkt de MKBA-methode minder geschikt. En dat terwijl de MKBA wettelijk een grote rol is toebedeeld in ruimtelijk-infrastructurele plannen in het kader van het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). Complexe ruimtelijk-infrastructurele plannen vragen echter om een andere benadering dan een standaard-MKBA, stelt Beukers.

Een standaard-MKBA gaat uit van een heldere scheiding tussen problemen en oplossing. Els Beukers: “Bij ruimtelijk-infrastructurele plannen ligt dit diffuser en staan vaak kansen in plaats van problemen centraal. Verder ligt bij een standaard-MKBA de nadruk op de te monetariseren effecten zoals reistijdbaten van de aanleg van een weg. Ruimtelijke effecten zijn vaak meer kwalitatief van aard, context- en locatiespecifiek en niet of nauwelijks in geld te vertalen. Denk hierbij aan verbetering van de leefbaarheid, aan toename van ruimtelijke kwaliteit en aan een hogere graad van duurzaamheid. De veelgenoemde tweedeling tussen planeigenaren en MKBA-analisten, met gebrekkige communicatie en wantrouwen als gevolg, komt ook hieruit voort. In de ruimtelijke ordening zijn andere redeneringen en typen kennis van belang dan in de economie.”

Eerst praten, dan rekenen

Beukers kreeg ook inzicht in de manier waarop het MKBA-proces kan worden verbeterd. “Het zit ’m grotendeels in de aanloop van het proces. Vroeg in het planproces, voordat het echte rekenen begint, is er dialoog nodig tussen de planeigenaren en analisten. Dan ontstaat ruimte voor het uitwisselen van kennis en onderling begrip over bijvoorbeeld de aannames die worden gebruikt of redeneringen achter de te analyseren plannen. Ook draagt zo’n dialoog bij aan de mogelijkheid dat de analyse wordt gebruikt om plannen aan te scherpen, een lerend gebruik dus. Dat lerend gebruik van de MKBA wordt vaak aangehaald als zeer wenselijk, bijvoorbeeld in de onlangs opgestelde nieuwe Algemene Leidraad MKBA van het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving.”

Explicieter maken van ‘zachte’ effecten

Beukers is na haar promotie nog niet klaar met de materie. “De uitdaging wordt om mijn kennis vanuit dit onderzoek in de praktijk te brengen. Ik heb de dialoogaanpak getest in simulaties met praktijkpartijen, maar wil nu weten hoe dat werkt in de ‘echte wereld’. De plancontext blijkt van grote invloed. Daar wil ik nu meer zicht op krijgen. Ik richt me daarbij onder meer op het faciliteren van een vroege uitwisseling van kennis tussen planeigenaren en MKBA-analisten in dialoogsessies.
Daarnaast denk ik dat meer aandacht besteed moet worden aan het structureel expliciet maken van ruimtelijke en andere zachte (niet te monetariseren) effecten. De MKBA is verplicht in de Nederlandse ruimtelijke ordening, maar een goed procedureel kader om ook ruimtelijke en andere kwalitatieve effecten in beeld te krijgen ontbreekt.”

MKBA niet te snel uitvoeren

Zijn er nog specifieke lessen voor provincies en gemeenten? Beukers: “Bij het afwegen van complexe plannen moet planvorming en analyse integraal worden benaderd. Inzichten uit een analyse rond bijvoorbeeld de effectiviteit of doelmatigheid van een plan kan dan meteen worden geïnternaliseerd. Als plannen nog erg pril zijn of veel kwalitatieve doelstellingen bevatten, is het verstandig om er niet meteen een MKBA op los te laten. Kwalitatieve en lichte analyses zijn dan meer gepast.”

Wetenschap en praktijk kunnen elkaar verrassen

Binnen VerDuS is de samenwerking tussen wetenschappers en praktijkprofessionals belangrijk. Hoe speelde dit een rol in Beukers onderzoek? “Mijn onderzoek is volledig in samenwerking met praktijkpartners tot stand gekomen. Dat heb ik gedaan door minimaal drie keer per jaar de kennis van MKBA-betrokkenen aan te spreken en mijn tussentijdse wetenschappelijke inzichten aan hun ervaringen te koppelen. Dat was wat mij betreft een heel verrijkende aanpak, die ook de maatschappelijke relevantie van het onderzoek flink heeft vergroot. Elkaar actief opzoeken is zowel voor academici als de praktijk heel waardevol. Dan moet daar wel de mogelijkheid voor zijn. Het zou wellicht transparanter moeten zijn wie met wat voor type onderzoek bezig is en hoe partners elkaar kunnen vinden. Ook moet het management binnen zowel de universiteit als de praktijk achter degelijke uitwisselingen staan. Immers, het kost wat tijd en levert niet altijd direct iets op. Er moet ook ruimte zijn om elkaar te kunnen verrassen, want onderzoek met gegarandeerd succesvolle uitkomst is zelden vernieuwend.”

Meer informatie

Over dit onderzoeksproject is meer te lezen op de KKS-projectpagina.

Download hier de samenvatting van het proefschrift.