Mismatch inkomensgrens en sociale doelgroep

De huidige inkomensgrens van de sociale huursector sluit niet aan bij de huishoudens die een beroep moeten doen op de sociale woningvoorraad. De huidige uniforme grens van 36.798 euro (prijspeil 2018) zorgt ervoor dat er huishoudens zijn die tot de sociale doelgroep behoren, maar wel een geliberaliseerde huur kunnen betalen én dat er tegelijkertijd huishoudens zijn die geen geliberaliseerde huur (>711 euro) kunnen betalen, maar daar wel primair op zijn aangewezen.

Hoe dat kan? De kosten voor levensonderhoud verschillen per type huishouden. Een eenpersoonshuishouden is minder geld kwijt aan levensonderhoud dan een stel of een gezin. Er zijn 122.800 huishoudens die niet tot de sociale doelgroep behoren, maar te weinig financiële ruimte hebben voor een geliberaliseerde huur. Het gaat om stellen en gezinnen (klein en groot).

Woningcorporaties kregen sinds 2016 extra ruimte om huishoudens tot een inkomen van 41.056 euro te huisvesten in de sociale woningvoorraad. Dat betekent dat er nog steeds gezinnen zijn die geen geliberaliseerde huur kunnen betalen, die daarop wel zijn aangewezen. Kleine gezinnen kunnen pas vanaf 45.000 euro een huur van 711 betalen en grote gezinnen kunnen dat pas vanaf een jaarinkomen vanaf 56.000 euro. Voor hen is theoretisch het probleem niet opgelost.

Waar wonen de huishoudens die geen huur van 711 euro kunnen betalen en wel zijn aangewezen op geliberaliseerde huurwoningen? Van de 122.800 huishoudens woont een groot deel in koopwoningen en sociale huurwoningen. Koopwoningen lijken echter steeds minder vaak een mogelijkheid. In het noordelijke deel van de Randstad, de Veluwe, het Rivierengebied en in Oost-Brabant zijn weinig passende koopwoningen wanneer zij geen of weinig eigen vermogen meenemen. Na verhuizing komen zij steeds vaker terecht in huurwoningen met een huurprijs boven de 711 euro (7% totaal en 25% na verhuizing), die zij gezien hun bestedingsruimte eigenlijk niet kunnen betalen. Deze koers is onwenselijk.

De tijdelijke extra ruimte in de sociale woningvoorraad lijkt deze koers niet te stoppen. De lage middeninkomens weten de woningcorporaties onvoldoende te vinden. Om de negatieve koers een halt toe te roepen en het stelsel doeltreffender te maken, adviseren wij een differentiatie van de inkomensgrens naar type huishouden, zodat alle huishoudens die geen huur boven de 711 kunnen betalen, terechtkunnen in de sociale woningvoorraad.

Rapport Ruimte voor middeninkomens

Platform31 onderzocht in samenwerking met RIGO de situatie van huishoudens die primair zijn aangewezen op het middensegment. Hoe zit het met hun betaalbaarheid, hun huidige woonsituatie en de rol van woningcorporaties daarin? Tot slot komen we met een advies voor beleid. De resultaten zijn te lezen in het rapport Ruimte voor middeninkomens.