Minder regels, meer gezond verstand

Veel gemeenten vinden de regels voor ruimtelijke plannen ingewikkeld en onduidelijk. Met de Omgevingswet wil de overheid deze regels vereenvoudigen en samenvoegen. Al gaat het in de kern niet eens zozeer om het schrappen van regels, maar veel meer over gedragsverandering, andere procesvormen en bestuurscultuur. De tweede praktijkbijeenkomst van Nu al aan de slag met de Omgevingswet op 7 juli 2016 voerde de deelnemers daarom naar het Brabantse Oss, naar een gemeente die het ondernemerschap in de binnenstad aanmoedigt. Met minder regels en meer gezond verstand.

Burgers met een goed initiatief die zich melden bij de gemeente worden vaak geconfronteerd met ellelange checklijsten. Dat vindt Gé Wagemakers, wethouder in de gemeente Oss. “Gemeenten zouden meer afstand mogen nemen van hun wettelijke leidraad en meer hun gezond verstand moeten gebruiken. In die zin is de nieuwe Omgevingswet veelbelovend, maar het succes hangt vooral af van de mate waarin mensen bereid zijn hun gedrag aan te passen.” Jos Feijtel van het actieteam Ontslakken, is het grondig met hem eens en roept op tot meer ruimte voor versoepeling van regels en flexibele bestemmings- en omgevingsplannen. “Dat vergt een andere organisatie van de samenwerking en lef van de bestuurders die daar achter gaan staan.”

Belemmerende werking

Volgens Feijtel hoeft die regeldruk overigens niet voor elk stadsdeel omlaag. Bij gebiedsontwikkeling kunnen er striktere regels nodig zijn voor beschermde stadsgezichten en juist soepelere voor andere delen van de stad. Met ambtenaren en experts onderzocht het actieteam Ontslakken onder andere hoe initiatiefnemers in gemeenten gebiedsontwikkeling konden versnellen door het ontmantelen of versoepelen van regels. “Want is het écht nodig dat een aannemer voor het bouwen van vijf huizen 130 beleidsnota’s moet doorworstelen? Precies dít is de cultuur waarin we momenteel leven: ervaren we een probleem, dan lossen we dat op met regels.”

Experimenteren zonder regels

Het versnellen, versimpelen en opdoeken van regels om gebiedsontwikkelingen en concrete bouwprojecten te bevorderen, ligt mooi in het verlengde van de nieuwe Omgevingswet. In toekomstige Omgevingsplannen staat straks niet hoeveel parkeerplaatsen er precies komen, wel dat er in voldoende mate is voorzien in parkeergelegenheid. In Zaanstad is hiermee volop geëxperimenteerd. Op de plek waar een scholencomplex werd afgebroken realiseren de ontwikkelaar en toekomstige bewoners zonder belemmerende regelgeving hun nieuwbouwplannen. Wat bleek: geef burgers de verantwoordelijkheid en ze gaan zelf nadenken over bouwhoogte, bezonning en parkeerruimte. Kortom: het plan wordt begrenst door wat de buurt ervan vindt.”

Compacte APV

Ook in Hollands Kroon wil de gemeente vaker een beroep kunnen doen op de oplossingsgerichtheid van burgers. Toen Wieringen, Wieringermeer, Anna Paulowna en Niedorp in 2012 fuseerden tot Hollands Kroon, moesten vier Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV) worden samengevoegd tot één nieuwe. “We zijn toen direct een stap verder gegaan”, vertelt Arjen Akse, projectleider bij de gemeente Hollands Kroon. “Hoe kunnen we de APV nog compacter maken, zonder dat de veiligheid in het geding komt? We zijn erin geslaagd om de APV op te stellen met 70 procent minder regels dan voorheen. Zo kunnen we bijvoorbeeld best zonder reclame- en ventvergunningen of regels voor overlast van dieren, maar we vragen wel nog steeds een evenementenvergunning of kapvergunning aan bij de gemeente.”

Voor de een, voor de ander

Hoe minder regels, des te groter de rol van de burger. Hoe zorgde Hollands Kroon ervoor dat de burger die rol ook echt pakt? Akse: “Dat deden we onder andere met de bewustwordingscampagne ‘Voor de een, voor de ander’, waarin we bewoners via een website uitleggen waarom een groot deel van de gedrags- en fatsoensnormen niet meer worden opgenomen in de APV. Als onderdeel van deze campagne stelden we ook buurtbemiddelaars aan die bewoners begeleiden bij het oplossen van conflicten rond geluidsoverlast of het parkeren van campers en caravans. De Radboud Universiteit Nijmegen onderzoekt en begeleidt het invoeringstraject van de nieuwe APV. Tijdens de pilotperiode van twee jaar zet ze op drie momenten een vragenlijst uit bij een grote groep inwoners. Met als doel om erachter te komen of burgers die rol daadwerkelijk pakken en antwoord te krijgen op de vraag of minder regelgeving leidt tot meer buurtcohesie.”

Plantjevlag

Meer samenhang in de wijk kwam in elk geval tot stand in de Nijmeegse VINEX-locatie Vossenpels. Ruim 250 bewoners ontwerpen en bouwen hier hun eigen huis, werkplek of ontmoetingsruimte. “Onder aanvoering van Andries Geerse ontwikkelde het Rotterdamse bureau WeLoveTheCity in eerste instantie een relatieschema, plan van aanpak en marketingstrategie voor de ontwikkeling van dit gebied”, vertelt Kees Zoon, stedenbouwkundige bij de gemeente Nijmegen. “Het concept van Plantjevlag is dat geïnteresseerden zelf de plek, de grootte van het kavel én het ontwerp bepalen, maar ook de inrichting van de openbare ruimte grotendeels zelf in onderling overleg vormgeven. Toekomstige bewoners werden in korte tijd benaderd via sociale media, de website www.plantjevlag.nl een aantal events op locatie. Samen met hen is het ontwikkelingsplan afgerond en werd er in hoog tempo een nieuw bestemmingsplan gemaakt en vastgesteld.”

Gemengde bestemming

Plantjevlag is niet aangemeld als experiment binnen de Crisis- en Herstelwet en is ook niet aangemerkt als bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Planjurist Etienne Waterval legt uit waarom. “Vanwege de crisis lag de ontwikkeling van het gebied al te lang stil. De aanmeldprocedure zou vermoedelijk teveel tijd kosten. In het nieuwe bestemmingsplan voor Vossenpels Zuid kozen we uiteindelijk voor een combinatie van woningbouw en andere functies via (collectief) particulier opdrachtgeverschap, onderverdeeld in drie categorieën: mogelijkheid van bedrijf aan huis, woningbouw gemengd met kleinschalige bedrijvigheid en woningbouw gecombineerd met horeca.”

Zelforganisatie en zelfbouw

Hoewel de particulier opdrachtgevers zelf de touwtjes in handen hebben, bleek zelf- en samenbouw toch niet voor iedereen een haalbare kaart. Zoon: “Ondanks de starterslening van de gemeente bleek de grond te kostbaar of kregen bewoners geen lening van de bank, omdat hun woonvorm te veel afweek van traditionele type woningen.” Om Plantjevlag ook toereikend te maken voor Nijmegenaren met een smallere beurs, bood de gemeente de aanvullende regeling ‘Ik-bouw-betaalbaar-Nijmegen’. Daar hebben uiteindelijk 38 bewoners gebruik van gemaakt”, vult Waterval aan.

Bewoners die de financiering rond kregen, profiteerden van minder regels en konden bijvoorbeeld hun eigen energiebehoefte organiseren via zonne-energie of anderszins. Ook werden voor dit project de regels voor de beeldkwaliteit en welstand losgelaten. Zoon: “Mensen kunnen bouwen wat ze willen, zolang ze dit in overleg met elkaar doen. Uiteindelijk zijn er zeven buurten ontstaan waar bestaande architectuur is gecombineerd met nieuwe woonvormen, waaronder meergeneratiewoningen en ecologische woonvormen. De discussie die we momenteel voeren is of Plantjevlag ook elders in de stad mogelijk is: hoe zouden initiatieven zich kunnen voegen in het bestaande stedelijke weefsel en welke mate van regie of loslaten past bij welke locatie? De ontwikkelde roadmap kan daarbij goed bruikbaar zijn.”

Vernieuwend Ondernemerschap

Dat minder regels zich kunnen uitbetalen in zelfsturing en zelforganisatie, blijkt ook uit de landelijke pilot Verlichte Regels Winkelgebieden waar de gemeente aan deelneemt. Een pilot die de gemeente overigens zelf liever Vernieuwend Ondernemerschap noemt. Ingrid van Berlo, van de gemeente Oss legt uit waarom. “Het gaat ons niet alleen over het verlichten van de regeldruk, maar we willen vooral het eigen ondernemerschap stimuleren. Al of niet geholpen door studenten van de opleiding Retailmanagement & Businesscreation van Avans Hogeschool.”

Initiatieven in Oss

Het afgelopen jaar kon iedere ondernemer in de binnenstad een initiatief indienen die de kwaliteit van het centrum verbetert en voldoet aan de veiligheidsnormen. Van Berlo: “Een van de eerste initiatieven was een stadsstrand en een terrasverbreding. Nadat de krant er verslag van deed en we ondernemers uitnodigden voor de koffie met de wethouder en het centrummanagement, meldden zich meer ondernemers, zoals Da Tomasso, een delicatessenzaak in die ook graag een glas wijn wilde verkopen. Verder kwam de eigenaar van een muziekwinkel met het idee van een troubadour voor zijn winkel en er meldde zich een initiatiefnemer die een poppentheater wilde beginnen in een leeg winkelpand.”

Bezoekers, reuring, omzet

Inmiddels is de pilot halverwege. De ervaringen van de ondernemers zijn positief, ook over de inzet van de studenten. Ondernemers vinden het prettig om samen op te trekken en elkaar aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid. Desondanks leidt de pilot niet direct tot meer omzet. Dit heeft volgens Van Berlo ook te maken met de relatief korte looptijd van de pilot. “We kunnen niet van ondernemers verwachten dat ze voor anderhalf jaar grote investeringen doen. Wat wel positief uitpakte is dat de relatie tussen de gemeente en ondernemers behoorlijk is versterkt. Ondernemers vinden het prettig dat de gemeente openstaat voor nieuwe ideeën en echt kijkt naar wat mogelijk is. Zelfs als een initiatief in strijd is met de Drank- en Horecawet. Bijzonder is dat de ondernemers geen last hadden van tegengestelde belangen. Jack van Lieshout, van het centrummanagement in Oss: “Omdat we duidelijk konden uitleggen wat we met de pilot beoogden, leidde dit nauwelijks tot broodnijd bij ondernemers. Sterker nog, zij respecteren elkaars expertise en waren vooral gericht op samenwerking.”