Meer waarde uit rijksvastgoed

Impressie van de conferentie Provinciale rijksvastgoedplannen


We kunnen met rijksvastgoed meer maatschappelijke waarde realiseren als er een sterkere relatie wordt gelegd met sectoraal, provinciaal en lokaal beleid. Dit vergt heldere ruimtelijke kaders en concrete beleidsdoelen. Daarmee kunnen alle betrokken overheidsdiensten en –lagen hun handelen gericht op elkaar afstemmen. Robuuste onderlinge netwerken zijn daar essentieel voor. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de conferentie Provinciale rijksvastgoedplannen op 2 juni in Soesterberg. Namens de Rijksoverheid en met alle provincies presenteerde het Rijksvastgoedbedrijf twaalf rijksvastgoedplannen waarmee de intensieve samenwerking verder ontwikkeld wordt.

Verslagen deelsessies

Onderstaand verslag betreft het plenaire programma. Onderaan dit bericht vindt u ook de verslagen van de tien deelsessies op de conferentie over onder meer de huisvesting van vluchtelingen, natuurcompensatie en – ontwikkeling, hergebruik van leegstaand publiek vastgoed, opwekking van duurzame energie, de rol ruimtelijke plan- en visievorming, knooppuntontwikkeling, werelderfgoed en rivierontwikkeling.

Vertegenwoordigers van onder meer provincies, gemeenten, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), Staatsbosbeheer (SBB), Rijkswaterstaat (RWS), Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de ministeries van Infrastructuur en Milieu, Economische Zaken, Binnenlandse Zaken, Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en Defensie kwamen bijeen in het voormalige Officierscasino in Soesterberg. Een toepasselijke plek, want dit monumentale pand, dat werd gebouwd door de Nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog, is rijksvastgoed en staat momenteel leeg. “Wat zouden we kunnen doen met dit grote lege pand?” filosofeert Bart Krol, gedeputeerde van de provincie Utrecht en ex-wethouder van Soest, “Misschien een basketbalzaal, of een dansschool? Of moeten we toch iets met het militaire verleden?” “De kopers staan hiervoor in de rij”, fluisterde een deelnemer tijdens de pauze, “En niet om er een basketbalzaal van te maken.”

Provinciale rijksvastgoedplannen

Het Rijksvastgoedbedrijf gaf Platform31 de opdracht om de conferentie juist nu te organiseren, omdat onlangs de zogeheten ‘provinciale rijksvastgoedplannen’ zijn opgesteld.

Dit zijn analyses op provinciaal niveau van het aanwezige rijksvastgoed (inclusief gronden, infrastructuur en wateren) in alle provincies en hoe dat kan bijdragen aan realisatie van nationaal en regionaal omgevingsbeleid. De analyses kwamen tot stand met betrokkenheid van de vastgoedhoudende rijksdiensten, beleidsdepartementen en medeoverheden. Uit de analyses komen per provincie diverse kansrijke ‘beleid-vastgoedcombinaties’ tevoorschijn, waar meer maatschappelijke waarde gecreëerd zou kunnen worden door slimme samenwerking rondom de inzet van rijksvastgoed.

Peter Heij en Jaap Uijlenbroek, respectievelijk directeur-generaal van Ruimte en Water (Min. IenM) en van het Rijksvastgoedbedrijf (Min. BZK) benadrukken de kansen die betere samenwerking rondom rijksvastgoed bieden. Jaap Uijlenbroek: “We moeten beter samenwerken zodat de processen rondom specifieke panden en gronden soepeler lopen en voor iedereen tot betere uitkomsten leiden. Daarvoor moet je dan wel eerst weten waar je het over hebt, dus ik ben blij dat deze analyses er nu liggen.” Staat het Rijk wel echt open voor de bemoeienis van medeoverheden met rijksvastgoed? Peter Heij stelt: “Wij vinden het belangrijk dat onze vastgoedopgave beleidsmatig wordt aangestuurd. Vanwege de decentralisatie in de ruimtelijke ordening betekent dat: aangestuurd door beleid van provincies en gemeenten.” Uijlenbroek vult aan: “We moeten in dit dichtbevolkte land gewoon transparant zijn en onze wederzijdse belangen open op tafel leggen. Daarnaast is het zo dat deze rijksvastgoedplannen ook helpen om binnen het Rijksvastgoedbedrijf en de overige vastgoedhoudende rijksonderdelen de neuzen dezelfde kant op te krijgen, zodat het Rijk sterker met één mond gaat spreken wat vastgoed betreft.” Voor overleg over rijksvastgoed tussen verschillende departementen bestaat de Interdepartementale Commissie Rijksvastgoed (ICRV). Peter Heij is vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu de voorzitter van deze commissie, waarin ook de ministeries van Economische Zaken, Binnenlandse Zaken, Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, Defensie, Veiligheid en Justitie en Financiën vertegenwoordigd zijn.

Meer waarde uit rijksvastgoed

Alliantievorming

Peter Heij schetst het vervolgproces waar hij op hoopt: “Mijn wens is dat we na het delen van deze inventarisaties, kunnen komen tot gezamenlijke ambities en het vormen van allianties rondom specifieke rijksvastgoedopgaven. Als overheden, zowel binnen het Rijk als tussen Rijk en medeoverheden, denken we nog te vaak in hokjes. Terwijl we pas echt meerwaarde kunnen bereiken met rijksvastgoed door over verschillende sectoren en bestuurslagen heen kijken en te handelen.” Jaap Uijlenbroek: “En ja, daar is intensief vooroverleg voor nodig. Dat kost tijd. Maar je kan beter investeren in een goed voorproces waarbij alle belanghebbenden zijn gehoord en duidelijke afspraken zijn gemaakt. Daar heb je de rest van het uitvoeringsproces veel plezier van en voorkom je jarenlange procedures achteraf.”

Provinciaal perspectief

Gedeputeerde Bart Krol van de provincie Utrecht en wethouder Jeroen Hatenboer van de gemeente Enschede bekijken de omgang met rijksvastgoed vanuit provinciaal en gemeentelijk perspectief. Krol illustreert de samenwerking tussen Rijk en lagere overheden in een anekdote: “Toen vliegbasis Soesterberg leeg kwam en de provincie Utrecht het wilde kopen, zijn we bij de toenmalige eigenaar Dienst Landelijke Gebied op de koffie geweest. Die zeiden gewoon: €20 miljoen. Waarop wij zeiden: ‘Maar volgens beleid moet dit natuurgebied worden, dus waar komt dat bedrag vandaan?’ ‘Dan bouw je toch gewoon huisjes?’ was de respons. Uiteindelijk is de verkoop bestuurlijk afgekaart, zoals we dat Nederland vaak doen.” Verre van een transparant en integraal proces, wil hij maar zeggen.

Bart Krol: “We moeten als provincies goed weten wat wij voor belangen hebben bij rijksgronden, vanuit onze regierol in de ruimtelijke ordening. Bij verdelingsvraagstukken moeten wij gemeenten helpen. Ik vind dat gemeenten de leiding zouden moeten hebben als het gaat over vastgoed van het rijk, want daar hebben wij als provincies minder kaas van gegeten. Hoe dan ook moeten we het sámen doen als bestuurslagen. Een onderdeel daarvan is dat we met elkaar voor rijksgrond en –vastgoed bestemmingen vinden die maatschappelijk de meeste meerwaarde leveren. Als de huidige analyses daartoe leiden, dan ben ik er blij mee.”

Gemeentelijk perspectief

Wethouder Hatenboer legt uit dat de gemeente Enschede sinds 2014 al het gemeentelijk vastgoed in één gemeentelijk vastgoedbedrijf heeft samengebracht. “In een A4’tje per object geven we nu aan wat de beleidsmatige context is waarbinnen een gemeentelijk vastgoedobject kan worden verkocht. Overigens kiezen we soms ook om een object in te brengen als onderdeel van een businesscase van een langdurige integrale gebiedsontwikkeling. Toen we de integratie eenmaal voor elkaar hadden, hebben het stadsbestuur en de gemeenteraad overigens meteen vastgesteld dat wij als gemeente eigenlijk helemaal geen vastgoed nodig hebben om maatschappelijke doelen te bereiken. Dat kunnen we met alleen beleid óók bereiken.”

Ook Hatenboer is vanuit het verleden niet altijd tevreden over hoe (onderdelen van) de rijksoverheid zijn omgegaan met rijksvastgoed in Enschede: een voormalige fabrieksvilla waar een woonvorm voor reïntegrerende TBS’ers in was gehuisvest werd in zijn ogen (te) snel verkocht aan de provincie, zonder de gemeente te raadplegen. Een verouderd ziekenhuis werd permanent gesloten, onder druk van een rijkstoezichthouder. Nieuwbouw vond plaats. “Maar waarom is er bij die nieuwbouw niets afgesproken over de sloop of herontwikkeling van het oude pand dat achterbleef? Ik zou hier als gemeentebestuurder nadrukkelijker in betrokken willen worden.”

De Enschedese bestuurder geeft zijn visie op het vervolgproces: “Natuurlijk is het goed om overleg over rijksvastgoed structureel te voeren tussen bestuurslagen, maar laten we ook niet proberen om alles aan de voorkant te bedenken. De crux zit in het organiseren van meer flexibiliteit in dit soort processen en het verruimen van de kaders. Het mag van mij minder gaan over functies en taken en meer over rollen en talenten.”

Openbaar bestuur: succes door samenspel

Hoogleraar bestuurskunde Geert Teisman focust zijn bijdrage op het governancemodel dat nodig is om samenwerking tussen verschillende onderdelen en lagen van de overheid te versterken. Hij kan zich vinden in de oproep van Hatenboer.

“Wat openbaar bestuur betreft zitten we in een transitie: het is niet langer de competentie van één machtige organisatie, maar ons vermogen tot samenspel dat het succes bepaalt. Ketens en netwerken zijn anno 2016 de belangrijkste ordenende principes in de samenleving. Succesvolle bedrijven snappen dit en werken voortdurend aan ketenintegratie en samenwerking met concurrenten. Als overheden moeten we hier ook aan geloven. Dat is moeilijk, want u heeft te maken met politiek, de illusie van ministeriële verantwoordelijkheid en medialogica. Bovendien is het spannend dat je in een netwerk alleen een plek krijgt als je meerwaarde voor dat netwerk hebt. Toch is een netwerkbenadering de enige manier om de complexe samengestelde vraagstukken op te lossen waarvoor we ons gesteld zien. Denk maar aan de klimaatverandering en het vluchtelingenvraagstuk.”

“In een netwerkbenadering moet je ‘hoogwaardig grensverkeer’ tussen overheidsonderdelen organiseren: ‘grenswerkers’ die in staat zijn belangen samen te brengen. In de praktijk zijn dit project- en programmamanagers. Zij moeten horizontale (tussen maatschappelijke domeinen), verticale (tussen hiërarchische lagen) en dieptedimensies overbruggen. Daar zijn hybride ‘tussenruimtes’ voor nodig waar dit kan gebeuren. Dan is het dus niet handig om te rigide procedures en verantwoordingsstructuren in te richten. Een krachtig samenspel is dat waarin hoofdrolspelers excelleren en de regisseur(s) alle spelers beter laat spelen.”

Kenmerken van een goed plan

Geert Teisman gaat ook specifiek in op de rol van plannen in een netwerkbenadering: “Klassieke plannen worden vooral door overheden gebruikt om anderen de wil op te leggen. Onderzoek wijst uit dat dit niet zo’n effectieve strategie is. Effectieve plannen presenteren een attractief perspectief waaraan andere hun handelingen willen aanpassen. Plannen die worden ervaren als een richtinggevend en informatief openingsbod, en ruimte bieden voor tegenvoorstellen en verbeteringen.”

“Laten we dan direct maar stemmen over de provinciale rijksvastgoedplannen”, stelt gespreksleider Ruben Maes voor. “Zijn ze attractief, richtinggevend en informatief genoeg?” Het grootste deel van de zaal vindt van wel. Maar kritiek is er ook: “De huidige analyses zijn vooral een inventarisatie: ik zie nog weinig richtingen om me mee of tegen te verhouden.”

Ontwerpkracht

Rijksbouwmeester Floris Alkemade werpt de kwestie op hoe je financiële belangen moet afwegen tegen maatschappelijke belangen als het om rijksvastgoed gaat. “Dat is een wezenlijke vraag, maar ik heb het antwoord er nog niet op.” Hij vervolgt: “Wat ik wel weet: vooral als er beweging is, kun je sturen. Dus moet je weten wáár die beweging plaatsvindt en welke bewegingen op specifieke plekken samenvallen.” Hij laat onderdelen van de Atlas van Dynamiek in Nederland zien, waar hij als Rijksbouwmeester aan werkt.

“Daarin zie je bijvoorbeeld dat veel rijkskazernes leeg komen, die in gebieden liggen die groeien qua inwonertal, met een hoge leefbaarheid én sterke vergrijzing. Die gecombineerde bewegingen bieden duidelijke aanknopingspunten voor de herbestemming van die kazernes. Om tot een sterk concept te komen, waarin alle belangen worden gewogen en maximale maatschappelijke meerwaarde wordt gecreëerd, heb je vervolgens ontwerpkracht nodig. Dat blijf ik als rijksbouwmeester bepleiten.”

Afsluiting met minister Stef Blok

Nadat deelnemers in twee rondes van thema- en gebiedsgerichte deelsessies met elkaar in gesprek zijn geweest (zie verslagen onder dit bericht), komen zij voor de afsluiting terug in de plenaire zaal, waar inmiddels ook minister Stef Blok van Wonen en Rijksdienst is aangesloten. De opbrengsten en dilemma’s van de conferentie worden aan hem voorgelegd.

“Het publiek ontgaat het volledig dat overheden onderling soms niet goed samenwerken. Dat kunnen we ook echt niet verkopen, omdat we zo’n duidelijk gezamenlijk belang nastreven. De rijksoverheid heeft in haar verschillende geledingen op heel veel plekken in het land vastgoed en grond. Vanuit Den Haag weten we natuurlijk niet wat er lokaal en regionaal allemaal speelt. Daarvoor moeten we dus een continu gesprek aan met medeoverheden.”

“Leegstaand vastgoed en ongebruikte gronden van het Rijk hebben op veel plekken grote potenties”, vindt de minister. “In Den Haag hebben we in het oude hoofdkwartier van de luchtmacht in de Binckhorst een danceverzamelgebouw gerealiseerd. Ook van de energieopwekking op vastgoed en gronden van het Rijk moeten we snel werk maken. Ik krijg daar ook vragen over uit de Tweede Kamer.”

Meer waarde uit rijksvastgoed

Financiële versus maatschappelijke waarde

Hoe kijkt de minister aan tegen de ‘marktconforme’ prijzen die het Rijk voor zijn grond en vastgoed kijkt? Moet de maatschappelijke waarde van vastgoed soms niet zwaarder wegen? Blok: “Beide belangen wegen zwaar en daarom moeten ze ook transparant gemaakt worden. Vergeet niet: grond en –vastgoed van het Rijk is in feite ‘versteend’ belastinggeld. Nederlanders willen dus weten wat het waard is en wat we daarmee doen. Dus laten we alles taxeren.”

“Medeoverheden krijgen altijd als eerste de kans om rijksvastgoed te kopen, tegen een marktconforme prijs. Is daar geen interesse of komen we er niet uit, dan pas gaan we de vrije markt op. Als ik rijksvastgoed voor een lagere prijs aan een medeoverheid zou verkopen, dan komt er meteen discussie over waarom ik dat heb gedaan. Bovendien loop je dan ook het risico op doorverkoopconstructies naar marktpartijen. Ik wil overigens de indruk wegnemen dat marktconform altijd gelijk staat aan duur. De gevangenis in Lelystad hebben we bijvoorbeeld voor 1 euro verkocht, omdat dat de marktconforme prijs bleek.”

Vervolg

De minister blikt vooruit naar de toekomst. “Wij willen graag verder in gesprek over de lange termijn van rijksvastgoed met medeoverheden. Soms betekent dat wellicht dat we even kunnen wachten met afstoot, bijvoorbeeld omdat we samen op marktherstel wachten, of omdat medeoverheden nog scherp beleid willen vormen. Hoe dan ook moeten we in een vroeg stadium met elkaar in gesprek komen, om uiteindelijk een weloverwogen beslissing te nemen. Daarvoor moeten we dus samen zorgen dat we een traject ingaan om te zorgen dat die beslissing er komt. Deze provinciale rijksvastgoedplannen bieden daar uitstekende handvatten voor. Met deze conferentie hebben we vandaag een goede stap gezet: we zoeken naar hetzelfde, maar hebben elkaar nog niet allemaal gevonden. Dus mijn voorstel zou zijn: we zien elkaar weer.”

Contact

Arjan Raatgever

Arjan Raatgever

Senior projectleider

06 57 94 39 38