Matchmaking voor Europees 'Smart Urban Futures'-programma levert waaier aan onderwerpen

Slimme urbane regio’s van de toekomst, hoe zien die er precies uit? Als het aan de ‘pitchers’ tijdens de matchmakingsbijeenkomst voor het ENSUF-programma (onderdeel van het JPI Urban Europe) ligt: veelkleurig. Het is zeker niet zo dat ‘slim’ (of ‘smart’) vooral met ICT-systemen te maken heeft, zo bleek tijdens de middag in Utrecht. Opvallend was het aantal ideeën waarin onderlinge samenwerking tussen mensen centraal stond en duurzame oplossingen voor stedelijke problemen de boventoon voerden.

Pieter Hooimeijer, wetenschappelijk directeur van VerDuS (Verbinden van Duurzame Steden), dat in Nederland de programmering van JPI Urban Europe ondersteunt, opent. “Het gaat goed met de steden in de EU, maar er liggen ook grote problemen die schreeuwen om onderzoek en het bundelen van krachten. Het gaat om bereikbaarheid, rechtvaardigheid, milieu en publieke diensten die van karakter veranderen. Binnen JPI Urban Europe zijn verschillende calls in de maak. Zorg dat je met je ideeën bij de juiste call terecht komt.” Het doel van de bijeenkomst is tweeledig, vertelt Hooimeijer. “We geven voorlichting zodat er bij iedereen een zo helder mogelijk beeld ontstaat over de mogelijkheden en voorwaarden van de ENSUF-call die nu open is. Zo kun je inschatten of je idee voor een project kansrijk is. Het tweede doel is om de kans te bieden om tot nieuwe coalities te komen. Goed zijn in je vak, bijvoorbeeld als wetenschapper, is nu niet meer goed genoeg. Je moet een robuust consortium samenstellen met partijen uit tenminste drie deelnemende landen.”

ensuf-2016
Matchmaking voor het ENSUF-programma

Buzzwords

Arjan van Binsbergen van de management board van JPI Urban Europe licht de focus van de call nader toe. “Het gaat om een echte, duurzame verbetering van de situatie in steden. En meer dan ooit willen we daarbij de kloof dichten tussen de wetenschap en de mensen op straat. Daarmee moet je als onderzoekers echt in gesprek. En dan niet alleen in je eigen land, maar ook in de landen van de partners met wie je samenwerkt.” Van Binsbergen vertelt verder dat de procedure in twee fases verloopt: eerst dienen consortia pre-proposals in en daarvan wordt een deel geselecteerd om het idee verder uit te werken tot een full proposal. “Transdisciplinariteit en cocreatie zijn heel belangrijk. Dat wil zeggen dat de samenwerking tussen wetenschappers en andere partijen daadwerkelijk nieuwe kennis oplevert. Denk hierbij aan partijen als bedrijven, architecten en kunstenaars. ‘Smart’ is een ander buzzword, maar ik zou liever nog benadrukken dat de projecten een integrale benadering moeten hebben. Dus dat wil zeggen cross-sectoraal, over de beleidsdomeinen en disciplines heen. En tot slot gaat het om een ruimtelijke en een institutionele blik op stedelijke gebieden tegelijk.”

ensuf-arjan-van-binsbergen
Arjan van Binsbergen licht de focus van de call toe

De drie hoofdonderwerpen van de ENSUF-call zijn:

  • Concepts and strategies for smart urban transformation, growth and shrinkage
  • New dynamics of public services
  • Inclusive, vibrant and accessible urban communities

Nederlandse regels voor Nederlandse aanvragers

Carolien Maas, junior-beleidsmedewerker bij NWO, is Nederlands contactpersoon voor de ENSUF-call. Zij licht het tijdpad toe. “De pre-proposals moeten op 15 maart binnen zijn en de full proposals op 20 september. In december verwachten we de besluitvorming en vervolgens moeten de projecten uiterlijk in maart 2017 gestart zijn. Dat is relatief snel!” Ook vertelt Maas wie er allemaal precies kunnen indienen. “Elke landelijke organisatie die bijdraagt, heeft daar zijn eigen regels voor. In Nederland gelden dus de regels van NWO en dat betekent dat een hoofdaanvrager een senior wetenschapper in dienst van een kennisinstelling moet zijn.”

ensuf-carolien-maas
Carolien Maas van NWO is contactpersoon

Met creativiteit is veel mogelijk

Pieter Hooimeijer vraagt vervolgens Katherina Guggerell, die een Urban Europe-project uit een eerdere call leidt vanuit de RUG, naar haar ervaringen. ‘Wat is jouw succesfactor?’ Guggerell: “Allereerst hadden we een goed idee! Ik hou zelf erg van games en ineens vroeg ik me af of we ook voor stedelijk onderzoek niet iets met gaming zouden kunnen doen. Die gedachten hebben we verder uitgewerkt.” Hooimeijer: “Ik neem aan dat de mogelijkheid van games niet in de call genoemd stond.” Guggerell: “Dat klopt. Je moet zelf creatief zijn en de verbindingen leggen. En dan is er veel mogelijk. We zijn aan ons consortium gekomen door zowel mensen die we al kenden als ook nieuwkomers te betrekken. Het smeden van een consortium is niet zo makkelijk. Vertrouwen opbouwen in een hoog-competitieve omgeving…” Ook lastig vindt Guggerell de verschillende regels in de verschillende landen. En het feit dat een goed voorstel nog altijd afgewezen kan worden? “Daar moet je niet teveel mee zitten. Er zijn verschillende mogelijkheden om aan calls mee te doen. Ik heb dat nu acht keer gedaan en daarbinnen is twee keer en voorstel gehonoreerd. Ik vind dat geen gekke score.”

Netwerken

Marcus van Leeuwen, senior-beleidsmedewerker bij NWO, geeft nog enkele tips. “Vraag de mensen in je internationale netwerk naar de geldende regels in hun eigen land. En vraag hen ook om mee te helpen zoeken naar mogelijke niet-academische partners.” Vervolgens is het tijd voor vragen uit de zaal. Die gaan onder meer over de samenstelling van consortia. Hoe groot of klein moeten die zijn? Van Leeuwen: “Dat hangt helemaal van je vraagstelling en het onderwerp af. Drie partijen zou ik weinig vinden, maar tien kan alweer teveel zijn.” En hoe zit het met de tarieven van de mensen die met elkaar samenwerken? “Voor Nederlandse wetenschappers gelden de tabellen van de VSNU. Consultants hanteren hun eigen tarieven en dan moet je binnen het materiële budget kijken of je daarmee uit kunt. Dat staat je – indien goed gemotiveerd – vrij in je voorstel.” Is het mogelijk om meer dan een voorstel tegelijk in te dienen? “Ja, je kunt in totaal meedoen aan twee aanvragen, waarvan een keer als hoofdaanvrager.” Bram Heijkers van Platform31 wijst graag nog even op het netwerk SEISMIC, waarin geïnteresseerde, maatschappelijk actieve organisaties gevonden kunnen worden.

ensuf-marcus-van-leeuwen
Pieter Hooimeijer, Marcus van Leeuwen en Katharina Guggerell

Bonte waaier

Vervolgens is het podium voor een negental ‘pitchers’, mensen met verschillende achtergronden die hun idee, organisatie of benadering uit de doeken doen en op zoek zijn naar partners om hun project te completeren of verder uit te bouwen. Een veelkleurige waaier aan invalshoeken op de toekomstige stad ontvouwt zich. Onderzoeker Roland Kager wil graag meer inzicht genereren in de fiets-/treincombinatie. Virginia Dignum, ook onderzoeker, wil toe naar een ‘social smart city’ waarin de houding van burgers een wending maakt: ‘yes, in my backyard’. Ron Sint Nicolaas van de gemeente Deventer heeft geen eigen project op het oog, maar wil vooral wetenschappers informeren over waar ze tegen aanlopen als ze samenwerken met gemeenten en overheden in het algemeen. De gemeente staat daarnaast ook open voor nieuwe initiatieven. Huib Haccou is niet alleen onderzoeker aan Hogeschool Saxion, maar ijvert ook voor meer huisvestingsmogelijkheden voor vluchtelingen – een zeer actueel stedelijk probleem. Erna Bosschart vertegenwoordigt een netwerk van zeer veel verschillende partijen in verschillende landen. “Wij zijn ordinary people with extraordinary ideas en zoeken Nederlandse steden met wie we onze ideeën kunnen verwezenlijken.”

ensuf-erna-bosschart
Pitcher Erna Bosschart

Joep de Roo van bureau Linkeroever houdt zich bezig met klimaataspecten bij het transformeren van terreinen en gebouwen, zoals op het Amsterdamse marineterrein. “We hebben daar een living lab en zoeken nu samenwerking met onderzoekers.” Cornelia Dinca is urban planner en is bezig met ‘rethinking space’. Haar vraag is hoe veranderingen in het stedelijk ruimtegebruik de sociale, economische en milieu-aspecten van de stad beïnvloeden. Fokke de Jong is inwoner van Amersfoort en actief in zijn eigen wijk, Soesterkwartier. Hij heeft ervaring met hoe mensen gezamenlijk hun eigen woonomgeving kunnen verduurzamen. Martijn Kramer, werkzaam bij zowel Hogerschool Saxion als SBRCurNet, heeft een project opgezet, genaamd UPSCALES. “Dit staat voor Upscaling Performance of Sustainable and Collective Accelaration of our Living Environments and Existing building Stock. We willen naar een one-stop-shop voor steden waarin verschillende disciplines samenwerken, onder andere op het terrein van financiering en wet- en regelgeving.”

Na de pitches gingen de bijna honderd aanwezigen uit elkaar in kleine groepen om met de pitchers en elkaar te overleggen over de verschillende ideeën en invalshoeken die voorbij waren gekomen.

Meer informatie

Marloes Hoogenbrugge

06 57 94 21 69 – marloes.hoogerbrugge@platform31.nl
LinkedIn Logo 11x41