Matchmaking in Haaglanden

Een interview met Gijs Hoofs van de gemeente Delft en Peter van Os van RIGO

Matching en verevening zijn beladen woorden. Toch verschijnen er de laatste tijd bijzondere voorbeelden. Platform31 brengt deze voorbeelden in beeld en interviewt de matchmakers. Hieronder leest u het eerste interview met Gijs Hoofs van de gemeente Delft en Peter van Os van RIGO over de situatie in de woonregio Haaglanden en het convenant ‘Gaten dichten in Haaglanden’, dat eind 2017 werd ondertekend.

Wat was de aanleiding van het convenant?

“Directe aanleiding van het convenant was het scheidingsvoorstel Daeb (sociale huurwoningen) en niet-Daeb (vrije sectorwoningen) van Vestia in augustus 2016”, vertelt Gijs Hoofs. “De financieel zwakke corporatie hevelde een groot deel van haar Daeb-woningen over naar de niet-Daeb-poot met de intentie deze woningen te verkopen of commercieel te verhuren. Ook andere corporaties brachten delen van hun bezit onder in de niet-Daeb. De optelsom van al deze voorstellen zou leiden tot een grote afname van de sociale woningvoorraad. Een aantal kernen zou géén sociale woningen meer kennen en de verdeling van woningen tussen centrum en randgemeenten kwam nog meer in onbalans. Nadat dit regionaal inzicht op papier stond, was het voor iedereen duidelijk dat deze situatie zeer onwenselijk was.”

Waar is het initiatief ontstaan om dit gezamenlijk op te pakken?

“Haaglanden heeft een lange samenwerkingsgeschiedenis rondom het wonen”, vervolgt Peter van Os. “De ongedeelde regio is hierin altijd al een belangrijk thema. De bestuurders wilden de ongedeelde regio graag behouden. Het initiatief is juni 2016 gestart vanuit de bestuurlijke tafel wonen waar de scheidingsplannen en de IBW van de regiocorporaties werden besproken. De periode tot oktober 2016 is vervolgens benut voor het ontwikkelen van een helder doel en opdrachtformulering richting RIGO namens de negen gemeenten. Vervolgens zijn de corporaties via hun regionale koepel (de SVH) benaderd en als gelijkwaardige partij betrokken in het proces. Betrokkenheid van alle gemeenten en corporaties in de regio is immers essentieel bij het opstellen van oplossingen.”

Hoe hebben jullie het proces ingericht?

“Een issueteam met daarin zes corporatievertegenwoordigers en vier gemeenteambtenaren gaf leiding aan dit proces. We hebben het bewust geen projectteam genoemd”, vertelt Hoofs. “Een project heeft een kop en een staart en een goed in te schatten proces daartussen. Vanaf het begin wist ik dat dit een bijzonder proces zou worden waarvan niemand (ook ik niet) het einde kon voorstellen. Wat we wél wisten, was dat de knelpunten die waren gerezen een issue waren. Vandaar de benaming ‘issueteam’. We hebben RIGO vanaf het begin als extern onderzoeker en adviseur bij het issueteam betrokken. RIGO kreeg de opdracht om inzicht te verschaffen in de effecten van de beleidsvoornemens van de corporaties op de voorraad sociale huurwoningen over tien jaar. Daarnaast onderzocht RIGO in hoeverre deze effecten afweken van de gemeentelijke ambities zoals benoemd in de regionale woonvisie. Vervolgens bracht RIGO in beeld welke bouwstenen mogelijk waren om de ontstane gaten te dichten. De uitkomsten zijn opgenomen in het rapport ‘Gaten dichten in Haaglanden’.”

Van Os vult aan: “De bouwstenen zijn door de bestuurders vastgesteld, verder uitgewerkt door het issueteam en opgenomen in een gedetailleerde bouwstenennotitie. Vervolgens is de bouwstenennotitie door de gezamenlijke corporaties uitgewerkt. Daardoor geeft het concrete voorbeelden met financiële uitwerkingen.”

Hoe hebben jullie de verschillende belangen kunnen verenigen in het convenant?

“Met negen gemeentebestuurders en veertien corporatiebestuurders in verschillende werkgebieden, ontstaat een ingewikkeld krachtenspel, benadrukt Hoofs. “Dat er als gevolg van de Daeb-scheiding een urgente opgave ligt, is evident. Ook dat deze opgave alleen met gezamenlijke inzet is te trotseren. Toch blijft er verschil in belangen en inzichten tussen de bestuurders. Maar wrijving geeft glans”, nuanceert hij het lastige proces. “Je moet het zien als een soort spel waarbij de opgaven, belangen en oplossingsrichtingen langzaam zichtbaar en benoemd worden.”

Desondanks was het een flinke zoektocht naar de juiste wijze om gezamenlijke afspraken vast te leggen. In de eerste convenantstekst waren alle scherpe kantjes weggeschreven waardoor een wollig document ontstond. De bouwstenennotitie vonden de corporatiebestuurders daarentegen te concreet. Uiteindelijk is ervoor gekozen om de convenantstekst concreter te maken en te concentreren op de principes en keuzes. De bouwstenennotitie vormt nu een bijlage van het convenant.

Wat worden de volgende stappen?

“Het convenant vormt het kader voor de verdere regionale aanpak. Deze moet nog verder uitgewerkt worden en vorm krijgen in afspraken op gemeentelijk niveau over de sociale volkshuisvestelijke opgave. Hier gaan we hard aan werken”, aldus de slotwoorden van beide matchmakers.

Uitgelicht: leerpunten en succesfactoren

  1. Discussie langs de volkshuisvestelijke opgave: de discussie moet lopen langs de lijn van de volkshuisvestelijke opgave in plaats van de volkshuisvestelijke middelen en IBW (indicatieve bestedingsruimte van woningcorporaties).
  2. Onafhankelijk onderzoek: een van de succesfactoren is de betrokkenheid van een gedegen en onafhankelijk onderzoeksbureau dat de volkshuisvestelijke opgave en de effecten van het huidige beleid helder in beeld brengt. Bij het vaststellen van de effecten zijn alle cijfers uitgezocht en vervolgens teruggelegd bij de bestuurders. Kloppen de cijfers? Herkennen zij de effecten? Wat is hun visie en wat zijn de randen van het speelveld? Onenigheid over de onderliggende cijfers werkt desastreus in het proces.
  3. Juiste projectleider: in een proces als dit moet een projectleider niet bang zijn om stappen te zetten, ook als nog onbekend is wat de exacte richting is. Het is ‘muddling through’, waarbij kleine successen worden geboekt en er zaken verkeerd uitpakken. Het vergt daarnaast geduld, diplomatie en een dikke huid. Hiervoor is de juiste projectleider nodig. In dit proces is naast een onafhankelijk onderzoeker, ook een empathische en doortastende gespreksleider ingezet voor twee sessies.
  4. Regionaal coördinator: er is een regionale, onafhankelijke coördinator nodig die het tempo erin houdt, die de smeerolie vormt en helpt om de onderliggende drijfveren en motieven inzichtelijk te maken. Juist bij matchingdiscussies zijn de drijfveren essentieel. Gijs Hoofs en Peter van Os vervulden in Haaglanden deze rol. Dankzij de onafhankelijke rol van Gijs Hoofs zijn de pijnpunten makkelijker te benoemen. Hij moest vaak schakelen in zijn rol als ambtenaar in dienst van de gemeente Delft en zijn neutrale rol als trekker van het proces. Peter van Os kon ingewikkelde zaken begrijpelijk uitleggen, wat de communicatie met de vele bestuurders – die toch wat meer op afstand staan – vereenvoudigt.
  5. Betrek de huurdersorganisatie(s): vergeet niet om de huurdersorganisatie(s) een positie te geven. Zij zijn met name in staat om de doelstellingen van de ongedeelde regio hoog te houden en de partners/partijen terug te verwijzen naar het oorspronkelijke, hogere volkshuisvestelijke doel op het moment dat partijen (te) veel de zijweg van hun eigen belangen dreigden in te slaan.
  6. Regionale samenwerking: Haaglanden kent een lange traditie van regionale samenwerking. Er is een regionale woonvisie en men spreekt elkaar in regionale samenwerkingstafels. Dat er al een historie en basis lag, vergemakkelijkt het proces.
  7. Daadkracht uitstellen en beslissingen entameren: het is aanlokkelijk om meteen met een gezamenlijke opdrachtverlening (tussen gemeenten en corporaties) te komen. Doe dit niet. In zo’n complexe samenwerking is het eerst van belang om het onderscheid aan te brengen tussen belangen, drijfveren en standpunten. Dan kan een scherpere opdracht gegeven worden. Zorg er vervolgens voor dat er gezamenlijkheid, verbinding en openheid ontstaat. Temper ook de neiging tot snelle beslissingen. Hoewel bestuurders dit doorgaans graag willen, lag het succes hier juist in het feit dat er eerst verschillende opties (resultaten) en de wegen om elkaar tegemoet te kunnen komen (proces) werden uitgedacht.

Convenant Gaten dichten in Haaglanden

Eind 2017 tekenden de wethouders van negen gemeenten en veertien corporatiebestuurders het convenant ‘Gaten dichten in Haaglanden’. Daarin staat dat de corporaties de komende jaren gezamenlijk 12.000 sociale huurwoningen willen toevoegen, door overname van niet-DAEB bezit van Vestia en met nieuwbouw. Hierdoor blijft de sociale woningvoorraad bereikbaar en op peil. In het convenant is ook de verdeling van de sociale huurwoningen tussen de gemeenten opgenomen, met als doel het behoud van de ‘ongedeelde regio’, oftewel een evenwichtige verdeling van de sociale huurwoningen in de regio.

Mijlpaal in de sector

Het convenant is een toonbeeld van regionale samenwerking en een mijlpaal in de corporatiesector. Niet eerder zijn er op regionaal niveau afspraken gemaakt over het aantal toe te voegen sociale huurwoningen, de verdeling daarvan binnen de regio en de gezamenlijke zorg voor de realisatie hiervan.

Als u belangstelling heeft voor het convenant ‘Gaten dichten in Haaglanden’, laat het Gijs Hoofs even weten, dan stuurt hij u een exemplaar toe: ghoofs@Delft.nl