'Maak scherpere keuzes bij herstructurering bedrijventerreinen'

De naar schatting één miljard euro die is geïnvesteerd in de herstructurering van verouderde bedrijventerreinen heeft geen groei van het aantal bedrijven of werkgelegenheid opgeleverd. Met deze boodschap vielen onderzoekers Huub Ploegmakers en Jasper Beekmans van de Radboud Universiteit met de deur in huis tijdens een seminar over de toekomst van bedrijventerreinen op dinsdag 16 juni.

markt voor bedrijventerrein 5

Publicatie

Beide onderzoekers hebben de afgelopen zes jaar, onder leiding van professor Erwin van der Krabben, promotieonderzoek gedaan naar de herstructurering van bedrijventerreinen. Het onderzoek was onderdeel van het programma Kennis voor Krachtige Steden (KKS) van Platform31 en heeft de publicatie ‘De markt voor bedrijventerreinen. Uitkomsten van onderzoek en beleid’ opgeleverd. Tijdens het seminar, georganiseerd door Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), Oost NV, BOM Bedrijfslocaties BV en Platform31, is de publicatie overhandigd aan burgemeester Noordanus van Tilburg en tevens oud-voorzitter van de Taskforce Herstructurering Bedrijventerreinen.

Lees hier meer over de overhandiging van de publicatie. Hieronder vindt u een korte impressie van het seminar en kunt u de presentaties van de vijf sprekers downloaden.

Vliegwieleffect

Hoewel de investeringen in verouderde bedrijfsterreinen economisch gezien weinig hebben opgeleverd, heeft het wel een vliegwieleffect: “De kansen dat private partijen investeren is hoger, en het bedrag dat zij investeren ook”, legde Huub Ploegmakers uit. Collega-onderzoeker Jasper Beekmans stelde dat het noodzakelijk is dat gemeenten scherpere keuzes gaan maken en dat zij hun investeringsbeslissingen beter moeten gaan uitleggen: “Stop met de herstructurering van bedrijventerreinen of leg keuzes beter uit.” Volgens Beekmans is het belangrijk dat overheden eerst de vraag in beeld brengen en de behoeften gaan inventariseren, voordat ze beginnen met de herstructurering van een terrein. “Wat heeft een ondernemer nu echt nodig om te kunnen ondernemen, en welke bijdrage kunnen zij zelf leveren?” In plaats van een ruimtelijke herstructurering is er meer behoefte aan een economische herstructurering van bedrijventerreinen, aldus Beekmans.

markt voor bedrijventerrein 7

Ondernemersgerichte benadering

Zowel Ploegmakers als Beekmans pleitten voor een meer ondernemersgerichte benadering van bedrijventerreinen. Door met de bedrijven in gesprek te gaan, kunnen gemeenten nagaan wat zij nu belangrijk vinden. De kans is groot dat bedrijven andere prioriteiten hebben dan de zaken waarin de gemeenten de afgelopen jaren hebben geïnvesteerd. Een groot deel van het herstructureringsbudget is geïnvesteerd in de openbare ruimte en het opkopen van panden, terwijl veel bedrijven hier minder belang aan hechten. Het is belangrijk om de eigenaren/gebruikers veel intensiever bij de herstructurering van hun terreinen te betrekken. Daarnaast moet er worden voorkomen dat bedrijven achterover gaan leunen zodra zij horen dat er herstructureringsplannen zijn voor het terrein waarop zij gevestigd zijn.

Schrap planaanbod

“Er is een wildgroei van logistieke locaties in Nederland,” stelde Peter van Geffen van Stec Groep. “Alle gemeenten willen de logistieke bedrijven binnenhalen en laten zich op deze manier tegen elkaar uitspelen. Dit leidt tot een overaanbod van zulke terreinen.” Van Geffen benadrukte dat er nog veel geschrapt moet worden; niet alleen in zachte plannen maar ook in harde plannen. Zo is er volgens hem tot 2040 nog vijf keer teveel planaanbod in de Brainport Eindhoven regio. “Het is tijd dat de overprogrammering wordt aangepakt en dat de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ goed wordt toegepast.” Van Geffen merkte op dat de Raad van State bij nieuwe plannen voor bedrijventerreinen al veel strenger is in vergelijking met de provincies. Al gaan steeds meer provincies strakker sturen op de overprogrammering van bedrijventerreinen.

Vraaggericht ontwikkelen

Angela van Aerle-Vogelsangs, procesmanager BOM Bedrijfslocatie, ging tijdens haar presentatie in op de pilot ‘vraaggericht ontwikkelen’ die is uitgevoerd in de gemeente Helmond. In de pilot stond de vraag achter de vraag centraal. Het is volgens haar vaak noodzakelijk om door te vragen wat nu precies het probleem is van een bedrijf om samen naar oplossingen te kunnen kijken: “Betrokken partijen moeten samenwerken op basis van gelijkwaardigheid waarbij zij ook een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid voelen. Hierbij is het vanuit de overheid van belang dat het accounthouderschap op orde is. Zij moet de bedrijven kennen en snel duidelijkheid kunnen geven, ook als zij een ‘nee’ moet verkopen. Dit horen bedrijven liever op korte termijn dan dat zij lange tijd aan het lijntje worden gehouden.” De vraaggerichte aanpak van ontwikkelen heeft in Helmond veel voordelen opgeleverd en biedt dan ook belangrijke lessen voor andere partijen die bezig zijn met bedrijventerreinen.

markt voor bedrijventerrein 8

Omgevingsvisie en gemeentelijk belastinggebied

Professor Erwin van der Krabben van de Radboud Universiteit merkte op dat het Rijk de grote afwezige was tijdens het seminar, terwijl zij wel degelijk een rol heeft. In de discussies rondom de nieuwe Omgevingswet heeft de minister het verplichte spoor van stedelijke herverkaveling al los gelaten. Op deze manier kan herverkaveling alleen via het vrijwillige spoor van de grond komen. Overheden hebben dan alleen geen stok achter de deur waarmee zij partijen kunnen dwingen om mee te doen. Van der Krabben vroeg zich hardop af wat er van de herverkaveling terecht moet komen als de verplichte variant achterwege wordt gelaten. Ook de financiële ruimte van gemeenten werd ter discussie gesteld. Door het belastinggebied van gemeenten te vergroten zijn er meer mogelijkheden om de inkomsten flexibel in te zetten in de fysieke ruimte. Nu zijn bouwgrondexploitaties nog een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten, waardoor zij eerder geneigd zijn om een actief grondbeleid te voeren om op deze manier inkomsten te genereren.

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen

Van der Krabben pleitte ook voor een taakuitbreiding van regionale ontwikkelingsmaatschappijen: “Zij kunnen een belangrijke, onafhankelijke rol spelen bij regionale afstemming en daarnaast een regionale acquisitiestrategie voeren. Een regionaal grondbedrijf blijft natuurlijk ingewikkeld. Maar als het ergens kan, dan is het wel bij bedrijventerreinen.” Ook bracht hij het Bedrijven Investeringszone (BIZ)-fonds ter sprake. In vergelijking met andere landen is de bijdrage per eigenaar/gebruiker relatief klein, terwijl er juist op deze manier gezamenlijk geïnvesteerd kan worden in de openbare ruimte of in een sloopfonds. Zeker als de BIZ-uitgaven gekoppeld kunnen worden aan investeringen van de overheid. Voor de overheden ziet Van der Krabben een belangrijke faciliterende rol weggelegd. Niet langer als subsidieverstrekker maar als investeerder. Daarnaast kunnen gemeenten een herstructureringsbijdrage invoeren bij de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen.

Noordanus II

Tijdens de overhandiging van de publicatie door Henk Jan Bierling van Platform31 aan burgemeester Noordanus, oud-voorzitter van de Taskforce Herstructurering Bedrijventerreinen werd er gezinspeeld op de Taskforce Noordanus II. Noordanus benadrukte dat er nog veel werk verzet moet worden: “De komende jaren staan we voor grote uitdagingen die de marktsector zelf niet kan oplossen. We moeten na gaan denken over een economische stadsvernieuwing waar bedrijventerreinen onderdeel van gaan uitmaken. Alleen op deze manier kunnen we de potentie van de terreinen optimaal benutten.”