Lokaal geworteld initiatief scoort in de wijk

Vanuit het stimuleringsprogramma Gezond in… bracht Platform31 de resultaten in beeld van de brede, integrale aanpak van Scoren in de Wijk, een lokaal geworteld initiatief dat werkt aan de leefbaarheid en participatie in een aantal achterstandswijken. Interessant aan Scoren in de wijk is dat de regie op het proces wordt georganiseerd via een stichting op afstand van de overheid. Dankzij een heldere visie en vaste werkwijze ontstaat stabiliteit, met voldoende wendbaarheid die past bij deze tijdsgeest. Een interview met de auteurs: Mirjan Oude Vrielink en Lydia Sterrenberg.

Tegen welke achtergrond schreven jullie aan de publicatie Scoren in de wijk; integraal en met burgerkracht werken aan gezonde achterstandswijken?

“Gemeenten zijn momenteel volop bezig om het werk rond maatschappelijke opgaven anders te organiseren”, vertelt Sterrenberg. “Meer integraal, zeker in het sociale domein, maar ook omdat ze burgers willen betrekken en mobiliseren. Hiervoor zijn diverse mogelijkheden, al zijn er weinig voorbeelden bekend uit wijken met veel inwoners met een lage sociaaleconomische status (SES). Terwijl juist in deze wijken de opgaven rond thema’s als werk, gezondheid, scholing en samenleven groot zijn. De vraag is hoe gemeenten daar met burgers aan kunnen werken.”

Het rapport is geschreven rond Scoren in de wijk in Twente. Waarom kozen jullie juist voor deze casus, en wat is Scoren in de wijk eigenlijk?

“Scoren in de wijk is een langlopend initiatief dat al sinds 2005 is gericht op het verbeteren van de leefbaarheid in een aantal aandachtswijken”, licht Sterrenberg toe, “Het biedt een interessante, andere invalshoek, dan integrale benaderingen die gezondheid als aangrijpingspunt hebben.” Oude Vrielink vult aan: “Ik woon in Twente en ken het initiatief daardoor van dichtbij. Het mooie was ook dat we van oud-collega’s van de Universiteit Twente verschillende evaluatieonderzoeken konden gebruiken. Door die studies in samenhang te bekijken, wordt duidelijk wat met de aanpak specifiek voor de lage ses-groepen is bereikt.” “Daar komt bij dat al vanaf het begin sterk op participatie van burgers is ingezet”, vertelt Sterrenberg, “Tal van organisaties werken samen rond allerlei projecten, zoals sportcursussen en- evenementen, projecten voor scholing en arbeidsparticipatie en projecten die mensen bij de samenleving betrekken. Er is zelfs een voetbalkoor.”

Inmiddels weten we al veel over burgerkracht en integraal organiseren. Welke nieuwe inzichten heeft deze casus opgeleverd? Waardoor zijn jullie verrast?

“Scoren in de wijk laat zien hoe een directe en indirecte benadering van gezondheidsachterstanden in één aanpak te combineren is”, vertelt Oude Vrielink. “We zagen dat de helft van de projecten op participatie inzet, wat past bij de beleidsambities van de afgelopen tien jaar. Dankzij de verbinding met de sportomgeving van FC Twente richt ook een flink aantal projecten zich direct op gezond gedrag. De werkwijze van Scoren in de wijk maakt dat zich steeds andere organisaties rond een concreet project kunnen verbinden. Daardoor wordt het mogelijk om elkaar rond verschillende thema’s te vinden en op verschillende beleidstrends aan te haken.” Sterrenberg: “Inhoudelijk is Scoren in de wijk interessant, omdat de onafhankelijke stichting het mogelijk maakt onverdeelde aandacht aan projecten en initiatieven te geven. Tegelijkertijd is er een prikkel om aan te sluiten bij wat er maatschappelijk leeft, omdat steeds aanvullende financiering nodig is. Vanuit participatie was opvallend dat bij Scoren in de wijk bewoners vooral als deelnemers of vrijwilligers in beeld zijn. Vanuit het huidige denken zouden ook burgerinitiatieven een rol kunnen vervullen.”

Wat kunnen andere gemeenten met de inzichten uit jullie rapport?

“In veel beleidsdocumenten zien we het uitgangspunt van eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid. Wat veel gemeenten eigenlijk willen is dat mensen meer zelfredzaam zijn met hulp uit hun omgeving, waaronder burgerinitiatieven. En dat mensen die hulp krijgen hun talenten gebruiken om iets voor de samenleving te betekenen. Ons rapport helpt een scherper onderscheid te maken tussen deze verschillende vormen van burgerkracht”, benadrukt Oude Vrielink. “Daarnaast kunnen gemeenten het onderscheid in verschijningsvormen ook gebruiken als toets. Gebruiken ze eigenlijk wel alle mogelijkheden die er zijn om burgers te betrekken?” “Verder kan het rapport aanleiding zijn om een bewuste keuze te maken op welk niveau gemeenten hun integraliteit gaan organiseren”, verwacht Sterrenberg. “Is dat op het niveau van het beleid, of dichter op de wijk? Dat laatste blijkt in Twente uitstekend te werken, vanwege kennis van het netwerk en datgene wat er speelt in de wijk. Tot slot: Scoren in de wijk heeft bij andere betaalde voetbalclubs al veel navolging gekregen. Maar waarom zouden niet ook andere sportclubs dit voorbeeld volgen? Scoren in de wijk leert dat het initiatief deelnemers en lokale sponsors kan aantrekken.”