Laagopgeleiden profiteren onvoldoende van extra banen

In steden met veel hoogopgeleiden hebben laagopgeleiden meer kans op werk. Maar die kansen leiden niet altijd tot een lagere werkloosheid onder laagopgeleiden. Dat komt onder meer door verdringing op de arbeidsmarkt door hoogopgeleiden. Dat blijkt uit het Platform31-onderzoek: ‘Trickle down in de stad’ dat vandaag verschijnt. 10 procentpunt meer hoogopgeleiden in een stad, doet het aantal banen voor laagopgeleiden met gemiddeld 3 procent groeien.

In steden die erin slagen om meer hoogopgeleiden aan zich te binden, groeit de werkgelegenheid voor laagopgeleiden ook sneller, dit is het zogenoemde ‘Trickle-downeffect’. De extra banen ontstaan onder meer in de horeca. Deze banen komen echter niet een-op-een ten goede aan laagopgeleiden. Afhankelijk van de arbeidsmarkt nemen middelbaar- of hoogopgeleiden die onder hun niveau werken deze banen in.

Steden die sterk inzetten op het aantrekken en behouden van hoogopgeleiden in de verwachting dat dit ook zorgt voor extra banen voor laagopgeleiden doen dat dus terecht. Maar om de werkloosheid onder laagopgeleiden fors te verlagen, is aanvullend beleid nodig. Denk aan handhaving van zwartwerkende studenten in de horeca en het stimuleren van de ‘witte werkster’.

Het onderzoek toont ook de noodzaak aan om arbeidsmarktvraagstukken regionaal aan te pakken. Steden hebben immers te maken met regionale verdringing: de banen voor laagopgeleiden in de steden worden ingevuld door mensen uit de wijdere regio.

In KKS, het onderzoeksprogramma van Platform31, werd samengewerkt met de gemeenten Arnhem, Delft, Haarlem, Leeuwarden en Zaanstad om te onderzoeken of hoogopgeleiden zorgen voor extra banen voor laagopgeleiden. En of dit leidt tot een lagere werkloosheid onder laagopgeleiden in die steden. Het onderzoek werd uitgevoerd door Rijksuniversiteit Groningen/Atlas voor gemeenten.

Meer informatie

Marloes Hoogerbrugge

06 57 94 21 69 – marloes.hoogerbrugge@platform31.nl
linkedin.com/in/marloes-hoogerbrugge