“Kosten van segregatie te weinig meegenomen in beleid”

*Doembeelden van Franse voorsteden, Britse achterstandswijken en het Brusselse Molenbeek. Wordt ook Nederland ‘een land van afstand’, van scherpe tegenstellingen en segregatie? Dagblad Trouw ging op pad in Den Haag met Hamit Karakus, directeur van Platform31.

In het onlangs verschenen rapport ‘Werelden van verschil’ schetst het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een scheidslijn tussen autochtoon en allochtoon. Vooral Nederlanders van Turkse en Marokkaanse afkomst voelen zich niet thuis. Hamit Karakus weet wat afstand en achterstand is. Hij maakt zich zorgen over de groeiende kloof in Nederland: ook tussen arm en rijk, laag- en hoogopgeleid, bestuur en burger. Waar anderen deze scheiding accepteren blijft hij hardnekkig bruggen bouwen tussen bevolkingsgroepen. Tijdens een wandeling door Den Haag, de meest gesegregeerde grote stad in Nederland, ziet hij vooral kansen om het anders te doen.

´Maak onze samenleving sterker in plaats van onzeker’

We vertrekken vanaf het Binnenhof. Bewapende marechaussees in veiligheidsvesten voor de ingang van de Kamer checken met hun blik iedere voorbijganger. “Sinds de aanslagen in Parijs valt vooral de beveiliging op. Maar in welk land loop je vanuit het parlement zo de volksbuurten in? Nederlandse volksvertegenwoordigers, onze beleidsmakers, kunnen dus dicht bij het volk staan. Toch is er afstand.

Degenen die zeggen het voor de bewoners van deze volksbuurten op te nemen, blijven steken in populistische uitspraken en krijgen weinig weerwerk. Ze hameren op verschillen. Het maakt angstig. In plaats van onzeker moeten we onze samenleving sterker maken. Waar zijn de concrete acties om buurten te verbeteren? Mensen moeten zich veilig voelen, sociaal en economisch stappen vooruit kunnen zetten. Weinigen zeggen dat ze arm zijn, hun onvrede is het gebrek aan perspectief. Ze haken af. Het gaat erom dat hun wijk aantrekkingskracht heeft, er anderen komen en je trots kan zijn op waar je woont.”

Het Brusselse Molenbeek, waar de aanslagplegers van Parijs vandaan komen, is een probleem geworden omdat het door de politiek in de steek is gelaten. Banden met de bewoners ontbreken, het is anoniem gebied geworden. Niemand had zicht op wat zich er afspeelde. Als werelden uit elkaar drijven kan het ook hier die kant opgaan.”

Geef ondernemende types de ruimte

We passeren de Schilderswijk op weg naar Transvaal. De stadsvernieuwers hebben hun werk gedaan, maar beide Haagse wijken scoren op de recente nationale Leefbaarometer nog altijd een dikke onvoldoende. De armoede is gebleven. Veel bewoners, meer dan in andere Nederlandse stadsbuurten, moeten zien rond te komen van minimale inkomens. “Met alleen woningen opknappen ben je er niet. Bij de stadsvernieuwing hadden we ook achter de voordeuren moeten kijken hoe hun leven te verbeteren”, analyseert Karakus.

Om de hals van Gandhi op het Hobbemaplein hangt een bloemenketting, een eerbetoon van de talrijke Hindoestanen die er wonen. De wortels van bewoners en ondernemers in Transvaal liggen wereldwijd. Tussen slijterij Het Vosje, China Trade en een Surinaamse supermarkt wapperen glimmend-roze kinderjassen aan de gevel. De waar van kledingzaak Moon Flash wordt uitbundig geëtaleerd. Eigenaar Ilyas Chaudhry zit voor de deur.

“Met de zaken gaat het goed, met de verdiensten kan het iets beter”, antwoordt hij met Haags-buitenlands accent. Meer dan 30 jaar woont hij hier en heeft het “voor 100 procent” naar zijn zin. Zijn familie – vijf kinderen – gaat goed. Een lange, slanke jongen komt in de verte aanlopen. Trots: “Mijn zoon, hij studeert accountancy.”

Ja, er zijn veel nationaliteiten hier, zelf is hij Pakistaans. En nee, dat is geen probleem. “Het maakt me niet uit waar iemand vandaan komt zolang je elkaar respecteert.” Van die verschillende herkomst zouden we veel meer gebruik kunnen maken, vindt Karakus.

In de Franse voorsteden is het belang van een lokale economie over het hoofd gezien, signaleert hij. Als ze al werk hebben, moeten bewoners er ver voor reizen. In hun directe omgeving kunnen ze nauwelijks een baan vinden of bedrijfjes opbouwen. Daarmee blijven kansen op een beter leven onbenut.

“Er zit potentie in deze wijk. Deze Hagenaar heeft iets weten te creëren voor zijn gezin en de buurt. Het ondernemen zit in het bloed. Van kind af zijn mensen als Chaudhry ermee opgegroeid. Crowdfunding was hier al lang uitgevonden. Overal in Transvaal vind je etnische winkels, eettentjes en bedrijfjes, die met familiekapitaal zijn opgebouwd.

Ze geven de lokale economie een oppepper. Het zouden er meer kunnen zijn. Maar voordat deze ondernemende types iets kunnen beginnen moeten ze aan een berg regels voldoen en door een papierwinkel heen. Het past allemaal niet. Het wordt al langer geroepen: Help ze, maak het makkelijker. Gelukkig wordt er nu geëxperimenteerd met regelvrije zones waar ondernemers meer vrijheid krijgen. Hier zitten we moeilijk te doen. In Berlijn hebben ze die vrijheid en kijk hoe levendig die stad is.”

hamit-karakus2

Zorg voor goede, emanciperende scholen

Een eindje verderop belanden we bij de Kracijek Playground in het Wijkpark. Voorzetjes, schijnbewegingen, een kopbal. Bloedfanatiek zijn ze, de zeven meiden van basisschool De Springbok, die onder leiding van een meester tegen elkaar voetballen. Vijf verschillende nationaliteiten blijkt als ze met enige tegenzin het partijtje onderbreken.

Ze doen mee aan wedstrijden, maar voetballer worden? “Dokter, kapster, zangeres-actrice, iets in een laboratorium.” Karakus vraagt door: allemaal hebben ze bij deze beroepskeuze familieleden als voorbeeld. Zelf kwam hij ook na de LTS in de fabriek waar zijn vader werkte. “Wat me opvalt, ze maken keuzes op basis van hun omgeving en die is beperkt. Ze weten niet wat bepaalde beroepen inhouden die hen een veel sterkere positie geven. Zegt zo’n jongen tegen mij ‘ik wil beveiliger worden, want dat verdient goed’. En loodgieter dan, vraag ik, want dat verdient nog beter. Maar hij heeft geen idee wat een loodgieter is. Hij heeft geen voorbeelden.

Om achterstanden in te halen, te emanciperen, zijn goede scholen juist in deze wijken cruciaal. Kinderen kunnen vaak niet terugvallen op thuis voor hulp. Veel hangt af van hun leerkrachten of die extra ondersteuning en nieuwe inzichten bieden. Zo’n leerkracht die hier werkt, mag daarom van mij best meer verdienen.“
Maar het moet verder gaan dan goed onderwijs, vindt hij. “Waarom zijn hoogopgeleide Marokkaanse en Turkse jongeren vaker werkloos? Discriminatie speelt mogelijk een rol, het gebrek aan netwerken en voorbeelden is waarschijnlijk een groter probleem. Ook daar moet je je beleid op inzetten: probeer daarom mensen in deze wijken vast te houden die hoger opgeleid zijn en carrière maken. Zo ontstaat een wisselwerking. Ze kunnen deze jongeren helpen met stages en banen en de jongeren helpen op hun beurt de buurt vooruit.” Hoe die carrièremakers vast te houden? Misschien klinkt het een tikkeltje ouderwets, maar dit is het antwoord van Karakus: bouw aan gemengde wijken.”

Bouw aan gemengde wijken

Rond de Beijersstraat krijgt het Transvaal van de eenvormige huizenrijen een ander, ruimer karakter. Vanaf een balkon hangt een bordje te koop. Hier is duidelijk geprobeerd om meer variatie aan te brengen in het woningaanbod, iets wat Karakus toejuicht. “Bewoners die stijgen op de maatschappelijke ladder moeten in deze wijken ook een wooncarrière kunnen maken: Biedt hun ruime stadshuizen, koop en huur, in een prettige, gevarieerde omgeving.
Marokkaanse meiden vertelden mij laatst enthousiast over de trendy restaurants en uitgaansgelegenheden in Marrakesh. De theehuizen hier zijn voor oude mannen, ze hebben hun niets te bieden. Ook de inrichting van de openbare ruimte is belangrijk. Het zijn de plekken die mensen delen, waar ze elkaar ontmoeten. Van die mooie plekken zouden we nog meer werk kunnen maken.”

Helaas staan de pijlen de andere kant op: de gemengde, gevarieerde wijk raakt uit beeld, signaleert Karakus. “In hun woonvisies duwen verschillende gemeenten groepen met lage inkomens naar de randen van de stad of zelfs de stad uit. Ze bevoordelen de welgestelden en dat blijft niet beperkt tot het centrum.” Omliggende wijken krijgen eveneens met die verdringing te maken zoals al zichtbaar is in Amsterdam. Daar veranderen buurten omdat armere bewoners zich er geen huis kunnen permitteren.

Dat woningcorporaties aan banden liggen en zich moeten beperken tot sociale huisvesting, “helpt ook al niet”. Tot voor kort bouwden die duurdere huur- en koopwoningen en zorgden zo voor menging in achterstandswijken. Ze investeerden bovendien in leefbaarheid, nieuwe scholen en verzorgingshuizen. Nu is dat aan private investeerders. Uit zijn vorige carrière – hij was een tijdje makelaar – weet hij hoe lastig die te strikken zijn voor dit soort maatschappelijke klussen. “Als je het aan de markt overlaat dan ontwikkelen zij alleen de mooiste plekken want daar valt het meeste te verdienen.”

Gemengd bouwen in oude wijken komt niet makkelijk van de grond, heeft hij toentertijd ervaren. Hij probeerde eind jaren negentig particuliere investeerders en bewoners te interesseren voor een project met koopwoningen in de Haagse Stationsbuurt, dicht bij Transvaal. “Wie durft dat aan in zo’n wijk? Uiteindelijk lukte het met een creatieve constructie: de terugkoopregeling. Kopers kregen de garantie dat ze hun huis altijd kwijt konden aan een woningcorporatie.”

Koesteren wat we hebben bereikt

Nederland zou er volgens Karakus goed aan doen te koesteren wat er is bereikt. “We kennen geen no-go areas waar de politie nauwelijks naar binnen durft. Verschillen zullen er altijd zijn, maar laten we ze niet te groot maken. Dat geeft schuring. Voelen rijken zich veilig als ze omringd worden door mensen die zich tegen de samenleving keren? In andere landen moeten ze zich achter slagbomen en hekken terugtrekken.”

De kosten van segregatie worden te weinig meegewogen in het beleid, meent hij. Ongelijkheid zet een rem op de ontwikkeling van de samenleving. Het leidt tot minder acceptatie van het andere. Werelden die uit elkaar drijven veroorzaken onbegrip en spanningen terwijl mensen elkaar zouden kunnen inspireren. Ik durf de stelling aan dat we heel wat duurder uit zijn als we segregatie accepteren.”

Op de terugweg naar het centrum passeren we drie Turkse jongens, druk aan het spelen op hun mobieltjes. Verder is voetbal hun grote passie. Fans van ADO Den Haag of Fenerbahce? Ze wijzen op hun shirts, de een supportert FC Barcelona, de ander heeft meer met Bayern München. Karakus: “Ze zijn Europeanen. Europa is hun toekomst.”

Dit artikel verscheen op 19 januari in dagblad Trouw, geschreven door Wilma van Meteren.

Meer informatie

Karien van Dullemen

Communicatieadviseur
06 12 40 75 55 – karien.vandullemen@platform31.nl