Klimaatstresstesten binnen ruimtelijke adaptatie

Verslag van de leergemeenschap Water en ruimte Zuid, 9 november 2016, Venlo

Klimaatstresstesten geven snel inzicht in de risico’s op het gebied van wateroverlast, waterveiligheid, hitte en droogte. Om ruimtelijke adaptatie meer handen en voeten te geven, doen steeds meer partijen ervaring op met deze klimaatstresstesten. Tijdens deze leergemeenschap bekeken we hoe stresstesten in het bredere perspectief van ruimtelijke adaptatie past. We maken hierbij gebruik van de ervaringen die zijn opgedaan in onder meer Nederweert, Weert en Breda.

Voor de leergemeenschap Zuid zijn we te gast in het nieuwe stadskantoor van Venlo. José de Wit heet ons met trots welkom in dit mooie stadskantoor. Met 25 kilometer rivier is water de ruggengraat van de gemeente. De hoogwaterstanden in 1993 en 1995 hebben hier een grote impact gehad.

Mede als gevolg daarvan startte de regio in 1999 het programma Maascorridor. Doel was om de (hoog)wateropgave te verbreden met andere belangen die relatie hebben met water en ruimte, zoals natuurontwikkeling, ruimtelijke kwaliteit en recreatie en toerisme. Het Deltaprogramma (Maas, Hoge Zandgronden én Ruimtelijke Adaptatie) versterkte het denken hierover. In Venlo is in de ruimtelijke structuurvisie van 2014 een integraal hoofdstuk over water opgenomen. Hierin komen uiteenlopende thema’s aan bod, zoals beken, maar ook verdroging en hittestress.

Willem Messer (Waterschap Aa en Maas) geeft een korte toelichting op de profielenpagina’s die we bij de vorige leergemeenschap in Zuid introduceerden. Omdat de leergemeenschappen in de huidige vorm mogelijk komen te vervallen, is vasthouden van het netwerk belangrijk. De deelnemers vroegen we een profielenpagina in te vullen, zodat we elkaar ook na vandaag kunnen terugvinden.

Stimuleringsprogramma ruimtelijke adaptatie

In 2020 klimaatbestendig en waterrobuust handelen is één van de doelen van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie. Jeroen Grutters van het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie geeft aan dat zij adviseren om aan de hand van weten, willen en werken de ruimtelijke adaptatie aan te vliegen. Dat kan overigens ook tegelijk en is niet per se deze volgorde. Het gaat erom dat je inspeelt op veranderingen in het klimaat, dus wateroverlast, maar ook droogte en hitte. Hij benadrukt dat hitte belangrijker is dan veel mensen denken. Zo eist dit veel meer slachtoffers dan wateroverlast en waterveiligheid.

Vanuit het Stimuleringsprogramma is een handreiking voor klimaatstresstesten (pdf) gemaakt. Hiervoor is geen blauwdruk. Een test is afhankelijk van gebied en budget. Uit een aantal pilots blijkt ook dat er heel verschillende redenen zijn om een stresstest te doen. Soms gaat het om bewustwording van bestuur, maar ook om de opgave scherp te krijgen. Een overkoepelend belangrijk doel is in elk geval om met elkaar in gesprek te gaan over de opgave. Het betrekken van het netwerk is net zo belangrijk. Zo weten mensen uit een buitendienst vaak heel goed wat er speelt, maar kan een strategie anderen juist weer koers geven. Het is dus handig om voor bewustwording, maar ook voor kennis het netwerk breed te houden.

Klimaatstresstesten

Weert en Nederweert zijn gestart met stresstesten. Bij stresstesten kijk je vooral naar de extreme situaties. De testen voor deze gemeenten zijn met name gericht op het stedelijk gebied. Martijn Steenstra (Sweco) geeft aan dat het gevolgde proces is gebaseerd op de handreiking ruimtelijke adaptatie. Hierbij zijn verschillende partijen aangehaakt, zowel intern als extern (bijvoorbeeld corporaties). Er heeft net een klimaatatelier plaatsgevonden. Hierin bepaalden de betrokken partijen gezamenlijke oplossingsrichtingen. Dat werkte goed en gaat twee kanten op. Je wilt de mensen bereiken om te informeren, maar er is ook veel informatie beschikbaar over de manier van het functioneren van het systeem. Tijdens de werksessie is een onderscheid gemaakt naar maatregelen die op korte termijn en maatregelen die wat verder naar achter geschoven kunnen worden.

De informatie die de uitgevoerde Wodan-analyse oplevert geeft extra inzicht. Bij wateroverlast gaat het dan niet zozeer om de plekken waar de wateroverlast nu voorkomt, die zijn vaak al wel bekend. Het gaat meer waar overlast in de toekomst zal verergeren en om de locaties waar het water vandaan komt, zodat je daar wellicht ook iets kunt aanpassen. En bij hitte blijkt het aantal warme nachten (boven de 20 graden) enorm toe te nemen. Dan blijft natuurlijk de vraag of je je moet focussen op gebieden waar verzorgingshuizen staan of je op een breder gebied moet richten. Mensen blijven immers langer thuis wonen.

Een volgende punt is de communicatie naar een bredere doelgroep, zoals bewoners. Wat wil je hen laten weten? De scans geven ook informatie op een laag schaalniveau waarover je met burgers kunt communiceren. Tegelijk is het een scan en is nadere analyse nodig voor een precies beeld waarmee ook maatregelen kunnen worden doorgerekend. En hoe betrek je er vervolgens bewoners bij? Een goed voorbeeld dat naar boven kwam, was een school, waar water was afgekoppeld. Die school kan als goede showcase dienen voor de wijk om afkoppelen zo verder in de wijk te laten landen.

Ruimtelijke adaptatie

Breda kijkt naar specifieke kenmerken. Waterveiligheid speelt hier bijvoorbeeld niet. Maar hitte, wateroverlast en droogte wel. Vincent Kuiphuis (gemeente Breda) licht toe dat een artikel in BN de Stem erg hielp bij bewustwording. Daarin werden de gevolgen breed geschetst na een warme zomer, waarbij ook over de gevolgen voor bijvoorbeeld bijen aan bod kwamen. Maar ook kaartbeelden kunnen heel goed helpen bij de bewustwording. Zo bleek dat op een warme dag het platteland rondom Breda warmer was dan de binnenstad van Amsterdam op datzelfde moment, waarschijnlijk veroorzaakt door droogte. En samen met het KNMI, provincie en een aantal Brabantse gemeenten is een lokaal weerbericht gemaakt. Ook dat helpt bij de bewustwording. Belangrijk blijft om de boodschap duidelijk te brengen.

Klimaatbestendigheid, gezondheid en natuur worden aan elkaar gekoppeld. Bij gezondheid moet het ook gaan over sociale ontmoetingen, denk aan bijvoorbeeld een ijsje kunnen eten op een bankje in het centrum of lopen over een voetpad onder de bomen door. Ruimtelijke adaptatie is niet een opgave die alleen staat. Zie bijvoorbeeld bosbranden. Mensen trekken op warme dagen de stad uit, waardoor de kans op branden alleen maar groter wordt. Maar ook de agressie kan toenemen bij aanhoudende warmte: mensen slapen slechter en worden agressiever. Als je klimaatadaptatie met deze breedte neerzet, dan slaan corporaties bijvoorbeeld aan op dit thema.

De gemeente gebruikt ruimtelijke adaptatie als term, ook naar bewoners. Op verschillende manieren communiceer de gemeente hierover. Zo worden bij verschillende projecten folders gemaakt met een toelichting over dat project, een uitleg over ruimtelijke adaptatie en met voorbeelden wat mensen zelf kunnen doen. Maar er is ook een folder gemaakt waarin staat aangegeven wat de gemeente Breda zoal doet (Impuls Ruimtelijke Adaptatie Breda (pdf)). Die folder werkte boven verwachting goed.

Conclusie

Bij aanvang keken we welke vragen het meeste leefden bij de deelnemers. Daaruit bleek dat dit onder te verdelen was in drie thema’s: agendasetting, plan van aanpak en borging. Een aantal vragen bespraken we in twee groepen. Belangrijke conclusie was dat je gewoon aan de slag moet gaan. Dan zie je vanzelf wel wat je tegenkomt. Het kunnen beschikken over goede informatie helpt enorm, dus investeer daarin, zodat een goed inzicht in de opgave ontstaat. Maar het kost ook tijd: draagvlak creëren duurt altijd even. Door mensen te inspireren, creëer je bewustwording. Maar ga gewoon met elkaar praten, denk eens mee of kietel de ander. Daar bereik je uiteindelijk het meeste mee.