Kennis en netwerk: de basisingrediënten van de RetailDeals

Nederland staat bekend om de mooiste binnensteden ter wereld. Dat imago raken we kwijt we nu geen aandacht besteden aan het vitaal houden van die binnensteden. Met de ondertekening van een RetailDeal, waaraan Platform31 meewerkt, committeren partijen zich aan een toekomstgericht beleid voor detailhandel. Het fundament voor een gezamenlijke kennisbasis en een actief netwerk dat hiervoor nodig is, werd op 30 juni 2015 gelegd tijdens de startbijeenkomst ‘RetailDeals’ in Nijmegen.
foto1 Raadzaal 487
Startbijeenkomst RetailDeals 30 juni 2015 in Nijmegen

We komen uit een periode waarin gemeenten, retailers en vastgoedeigenaren vooral naar elkaar keken tijdens gesprekken over het vitaal krijgen en houden van de binnensteden. “Constructiever is”, zegt Jan Meerman, voorzitter van Detailhandel Nederland, “dat we die handschoen gezamenlijk oppakken. Dit betekent soms ook dat we samen het verlies moeten nemen. De verwachting is namelijk nog steeds dat 20 tot 30 procent van de winkels hun deuren gaan sluiten. Daar moeten we samen een oplossing voor vinden. Dat is een grote opgave, voor zowel gemeenten, detailhandel als vastgoedeigenaren.”

Kleine Efteling

“Desondanks moeten ons realiseren dat als we nu niet ingrijpen, we over een paar jaar hetzelfde leegstandprobleem krijgen als in de kantorenmarkt. Door met elkaar een RetailDeal te sluiten, kunnen we met alle betrokken partijen per locatie op maatwerkniveau een agenda voor de stad maken. Zodat bezoekers er weer graag verblijven. Met anderen woorden: naar de Efteling gaan we allemaal. Als iedereen in zijn stad een kleine Efteling creëert, dan komen de bezoekers vanzelf.”

Place to meet

Hoe staat de oudste stad van Nederland er in dit licht voor? Waar loopt Nijmegen tegenaan en welke behoeften is er aan hulp en ondersteuning? Marjolein van de Zandschulp, hoofd Economische Zaken van de gemeente Nijmegen, voelt Ben van Hees, wethouder Binnenstad en Maarten Mulder, binnenstadmanager en ondernemer, daarover flink aan de tand. Volgens Van Hees is een van de sterke kanten van Nijmegen haar historie. Daarnaast is het een compacte stad waar mensen goed kunnen winkelen en recreëren. Zijn wens voor deze stad: “Nijmegen op de kaart zetten als ontmoetingsplek.”

Waalkade

Zoals elke stad heeft Nijmegen uiteraard ook haar zwakke plekken. Van Hees: “Wat niet zo goed is gelukt, is de Waalkade. De laatste jaren zijn van de tien horecazaken zes failliet gegaan. Wat we daar doen is interessant: we praten sectorbreed over mogelijke oplossingen. Met behulp van werkateliers en bijeenkomsten kregen we maar liefs vierhonderd ideeën binnen om de Waalkade een boost te geven. Die inventariseren we momenteel en komen in het najaar in de raad voor een definitieve keuze. Hiervoor hebben we 2,4 miljoen euro gereserveerd.”

Huis van de Binnenstad

Van de Zandschulp: “Wat is dé ultieme tip aangaande het samenspel met ondernemers uit de binnenstad?” Van Hees: “Als we de binnenstad willen behouden, zoals Jan Meerman dat in zijn inleiding schetste, moeten we één lijn trekken. Wat betreft de detailhandel, maar zeker ook in de hele structuurvisie: wat willen we voor de binnenstad als geheel. Daarvoor hebben we het Huis van de Binnenstad opgericht, waarin het centrummanagement, de cultuurclusters evenals de detailhandel en horeca vertegenwoordigd zijn.” “Mijn rol als binnenstadmanager daarin is vooral signaleren en bewustzijn creëren”, vult Mulder aan. “Zowel bij de politiek als bij ondernemers. We moeten in staat zijn aan elkaar uit te leggen wat je als sector voor ogen hebt. Zo geeft de horeca al gauw af op een bakker die gebak serveert met een kop koffie. De horecaondernemer ziet dat als oneerlijke concurrentie. Maar wat als dit concept de binnenstad helpt?”

Gebiedsprofielen

“Daarom is zo’n integrale binnenstadsvisie ook echt nodig”, benadrukt Van Hees. “Want daarin staat waar we gezamenlijk naar toe willen met de binnenstad en wat daarvoor nodig is per gebied. Ik ben blij dat we die sterke en zwakke locaties nu in kaart hebben dankzij de gebiedsprofielen. In een van de kansarmere aanloopstraten zie ik kansen voor ambachten, zoals we dat ook zien op het voormalige Honig-terrein. Die creativiteit moeten we meer laten zien in de binnenstad. Mijn wens is dat de zwakkere gebieden in staat zijn nieuwe concepten te omarmen.”

Maatwerk

De aanpak in Nijmegen laat zien dat oplossingen voor een levendige binnenstad moeten passen bij de unieke omstandigheden van de gemeente. Daarom stonden twee vragen centraal tijdens de deelsessies die na het tweegesprek volgden: welke afspraak is cruciaal voor een RetailDeal in jouw gemeente? En wie heb je nodig om in je rol te komen bij de totstandkoming van een RetailDeal?

Beleving in de binnenstad

In deelsessies zijn deze vragen vanuit diverse thema’s bekeken. “Tijdens de workshop ‘Beleving van de binnenstad’ gaven veel gemeenten aan behoefte te hebben aan kennis over thema’s als blurring, afhaalpunten en digitale toepassingen”, vat Marcel Evers van InRetail samen. “Ook worstelen ze met de vraag hoe je als gemeente de regie pakt. Om daadwerkelijk ondernemers en andere stakeholders in beweging en enthousiast te krijgen is er behoefte aan korte termijn successen.”

Sturingsdata

Hoewel er vaak een beeld is bij betrokkenen welke gebieden goed functioneren en welke gebieden minder, kunnen data en analyses worden gebruikt als startpunt voor de discussie en als objectieve onderbouwing bij het maken van keuzes. Algemene trend is dat er steeds minder winkels in Nederland zijn: de starters kunnen de stoppers niet bijhouden. Gemiddeld staat 7,5 procent van de winkels leeg, maar er zijn regionaal en lokaal grote verschillen. Het aandeel van internetverkoop is zo’n 7 procent. Dankzij onder andere wifi-meetpunten weten we steeds meer over winkels en winkelgebieden en de aantallen bezoekers. Zo voorspelt de Retail Risk Index het succes van gevestigde winkels op basis van de kwaliteit van het pand en het gebied, de branche en de verhouding tussen vraag en aanbod. Gemeenten Apeldoorn en Doetinchem zijn hiermee aan de slag gegaan.

Regionale afstemming

De consument laat zich overigens niet tegenhouden door gemeente- of provinciegrenzen. Het blijft daarom een uitdaging om mensen te winnen voor een bepaald winkelgebied. Om die reden is het belangrijk dat gemeenten en ondernemers hun winkelgebieden vanuit een regionale context bekijken. Gemeenten willen bijvoorbeeld graag weten hoe ze bestemmingen kunnen wijzigen zonder een planschadeclaim. De expertgroep planschade zou praktische informatie over dit onderwerp toegankelijk kunnen maken voor de gemeentelijke ambtenaren. Volgens Jacques de Win van het ministerie van Economische Zaken, is een gevoel van urgentie noodzakelijk om zaken in beweging te krijgen.

Kansrijke en kansarme winkelgebieden

Om gebiedsgericht te kunnen werken is het nodig om onderscheid te maken tussen kansrijk en kansarm. “Niet de kansarme gebieden afschrijven, maar daarop een visie ontwikkelen en andere activiteiten ontplooien”, benadrukt Wim Oosterveld, van de gemeente Helmond. “Wat we daarvoor nodig hebben, is kennis delen en kennis maken, zowel inhoudelijk als procesmatig. Een vraag die ook speelde is: hoe gaan we om met de provincie, met hun verschillende rolopvattingen en toepassing van de ladder van duurzame verstedelijking? Het kennisdossier Vitale Binnensteden kan daarbij een belangrijke informatiebron zijn.”

Gebiedsmanagement

In veel steden is de gebiedsmanager de bedrijfsleider van het centrum. Die rol verandert, zo concludeerden de deelnemers aan de gelijknamige workshop. Gebiedsmanagers kregen er de laatste jaren steeds meer verantwoordelijkheden bij. Zodoende ontstaat er behoefte aan een professioneel opleidingsprogramma. Een andere trend is dat veel besturen van ondernemersverenigingen worden overvraagd. Wat het gebiedsmanagement nodig heeft, is dat er een grotere groep professionele krachten ontstaat die samen een pool vormen.”

Publiek-private synergie

De toekomst van winkelgebieden is mede afhankelijk van de energie en investeringen van ondernemers, vastgoedeigenaren, overheden en andere stakeholders. Hoe wakker je het enthousiasme aan in dit proces? Wie is waarvoor verantwoordelijk en hakt de noodzakelijke knopen door? Bij het organiseren van publiek-private synergie gaat het vooral om deze vragen. Wat Arjan Raatgever van Platform31 vooral opmerkte tijdens de deelsessie die hij begeleidde, was dat het misschien niet altijd nodig is om alle samenwerkingspartners in elke fase van het proces te betrekken. “Soms is het slimmer om beslissingen in een kleiner comité te maken. Had de gemeente Nijmegen niet liever tien uitgewerkte plannen voor de Waalkade ontvangen dan vierhonderd basisideeën?” Verder blijkt het lastig om sterk onderscheidende keuzes te maken. In dat geval moet de gemeente (pijnlijke) knopen doorhakken en duidelijkheid aan alle belanghebbenden bieden.

Best practices delen en bundelen

Conclusie uit alle deelsessies is dat we de samenwerking in de RetailDeals vormgeven vanuit de inhoudelijke verschillen tussen gemeenten. “Er bestaat geen vastomlijnd format”, zegt Marijke van Hees, voorzitter van de regiegroep RetailAgenda. “Speel daarom goed in op datgene wat er al aan plannen ligt. En kijk van onderop wat aanvullend nodig is vanuit de provincie en het Rijk. Kortom: vorm met elkaar een netwerk. Deel de best practices en bundel ze als recepten in een kookboek. Om in deze vergelijking te blijven: ook al zijn de onderliggende recepten niet altijd duidelijk, elk gerecht is op verschillende manieren te bereiden met verschillende ingrediënten. Dat gaan we de komende tijd doen. En de regiegroep ondersteunt jullie daarbij door samen met jullie de randvoorwaarden te scheppen.”

De RetailDeals als onderdeel van de Retailagenda

Op 17 maart ondertekende minister Kamp de Retailagenda. Dit was tegelijkertijd de start van de volgende fase: die van de implementatie. De Retailagenda omvat twintig afspraken die samen tot doel hebben om de retail toekomstbestendig te maken. Een lokale invulling hiervan is essentieel en daarom zijn de RetailDeals belangrijk. Door ondertekening van de RetailDeal committeren partijen zich in een gemeente zich aan de uitgangspunten van de Retailagenda en verklaren actief mee te werken aan een toekomstgericht beleid voor detailhandel.

Experimentprogramma Platform31

Vanuit de nationale Retailagenda startte Platform31 in het voorjaar van 2015 met de pilot ‘Verlichte regels winkelgebieden’. In deze pilot wordt in een aantal winkelgebieden in Nederland geëxperimenteerd met het anders toepassen, wijzigen of schrappen van knellende regels. De hoofdvraag daarbij gaat uit van een fictieve nulsituatie: als we in dit winkelgebied (nog) helemaal geen regels zouden hebben, welke regels vinden we dan minimaal nodig?

Platform31 gaat samen met onder andere het ministerie van BZK, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, externe experts en tien experimentpartners actief aanloopstraten aanpakken om bij te dragen aan compactere winkelgebieden met als doel: toekomstbestendige binnensteden én aangename aanloopstraten.
Dit experiment zoekt proactief de hobbels in de weg daar naartoe en biedt aanloopstraten een wenkend perspectief.

Zie ook: praktijkprogramma’s Platform31


Meer informatie

Arjan Raatgever

06 57 94 39 38 – arjan.raatgever@platform31.nl


Hanneke van Rooijen

06 57 94 18 91 – hanneke.vanrooijen@platform31.nl