Je stad kennen als basis voor het activeren van initiatief

Terugblik op de tweede masterclass Midsize NL

We verwachten veel van de energieke samenleving. Op verschillende plekken schieten initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Maar dat is geen wet van Meden en Perzen. Een terugtredende overheid leidt zeker niet automatisch tot het activeren van de burger. De vraag is of het mogelijk is een context te creëren die maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap stimuleert.

De deelnemers van de masterclass Midsize NL zochten naar de lokale kracht van de middelgrote stad. En verdiepten zich in het samenwerken in nieuwe verhoudingen tussen overheid en burgers die iets willen. Succesfactor nummer één: de stad kennen en aansluiten op de behoefte van burgers.

In de publicatie Midsize NL wordt de agenda voor de toekomst van de middelgrote stadgepresenteerd als het begin van een nieuw handelingsperspectief. De publicatie probeert inzicht te geven in de ‘knoppen waaraan gedraaid kan worden’. Dat vraagt wellicht om een andere aanpak dan we de afgelopen decennia gewend zijn. In plaats van sturen met grote fysieke projecten of het uitgeven van bouwgrond, vraagt de nieuwe realiteit om sturingsarrangementen die inspelen op zelforganisatie en voortkomen vanuit de vraag. En waarbij de overheid één van de partijen is in lokale en regionale netwerken. Dat is de kern van de zoektocht naar lokale kracht die tijdens de tweede masterclass Midsize NL centraal stond. Er werd vooral ingezoomd op de agendapunten ‘Ga in gesprek’ en ‘Bouw coalities’.

Gouda Bruist

De masterclass trapte af met een verhaal uit de praktijk. Als inleider van de masterclass vertelde Heleen van Praag over de lokale kracht van Gouda en hoe dit een impuls kreeg dankzij het traject Gouda Bruist. Meer dan 1.500 inwoners van de stad en ruim 100 organisaties vormen samen een netwerk van actieve bewoners dat een veelheid aan initiatieven in de stad van de grond heeft gekregen. Van tijdelijke invulling van braakliggende terreinen tot initiatieven rondom de opvang van vluchtelingen. Op basis van haar ervaringen schreef ze het handboek ‘Bruisen, Brouwen, Binden!’ dat draait om vragen als: hoe krijg je mensen enthousiast? Hoe zorg je voor meer verbinding en initiatieven in de buurt, dorp, stad of organisatie? En hoe creëer je een beweging die steeds meer mensen en acties verbindt? In Gouda bleek de zogeheten BRUISmethode veel positieve energie los te maken, als een soort tegenbeweging in een stad die de afgelopen jaren regelmatig negatief in de publiciteit kwam. Met als voorlopig hoogtepunt het burgerinitiatief Goudasfalt. Dit collectief van bewoners van de stad wil zelf de herontwikkeling van een asfaltfabriek ter hand nemen en krijgt daar van de gemeente Gouda de ruimte voor. De komende periode zal uit dit inspirerende experiment moeten blijken hoe groot de lokale kracht is.

Goed kijken

Het verhaal van Gouda geeft aan hoe belangrijk het is om de lokale kracht te benutten die in de samenleving zit. Ken de stad, ken de mensen en geef ze steun waar nodig, zo luidt de les die deelnemers hier konden leren. Ook Juliette Santegoeds, verbonden aan de Haagse Hogeschool, hamert op de noodzaak van goed kijken en zo doordringen in de haarvaten van de lokale samenleving. Want volgens haar ontstaat initiatief ook op onverwachte locaties. Ook Jurgen van der Heijden vindt dat de overheid goed moet kijken. Hij deed vooral veel projecten rondom wat hij de ‘grote drie’ van de zelforganisatie noemt: projecten waarbij bewoners zelf initiatieven nemen rondom energie, zorg of stadslandbouw. Opvallend is dat kleinschalige initiatieven rond een thema vaak uitgroeien tot bredere initiatieven waarbij steeds meer domeinen worden meegenomen, zoals een combinatie van energie en groen.

Eigen aanpak

Wat is de rol van de overheid daarbij? Op basis van Van der Heijdens eigen ervaring en een analyse van zelforganisatie in verschillende wijken door heel Nederland komt hij tot de conclusie dat het wel degelijk mogelijk is om van buitenaf burgerkracht te stimuleren. Maar dat dit maatwerk is. Op basis van verschillende voorbeelden over het stimuleren van initiatieven rond energieopwekking, zoals samen zonnepanelen aanschaffen, laat hij zien dat steden kiezen voor een andere aanpak. Er bestaat niet één juiste aanpak, kies vooral voor een werkwijze die aansluit bij de specifieke situatie. En de ambitie die je als gemeente hebt. Ook de ondersteuning van zelforganisatie vraagt dus om maatwerk.

Korte lijnen, dicht bij de burger

Uit de verhalen komt een beeld naar voren dat er in de haarvaten van de stad veel lokale kracht zit. Gemeenten en inwoners die in staat zijn goede burgerinitiatieven van de grond te krijgen, varen daar wel bij. De middelgrote stad lijkt daarvoor een goede schaal te hebben die dit mogelijk maken. Korte lijnen, dicht bij de burger staan. En een gemeenschap waarin mensen elkaar kennen en er positieve besmetting kan plaatsvinden. Op basis van dit soort kenmerken lijkt er in middelgrote steden een goede basis te liggen voor het benutten van lokale kracht en het laten bloeien van een energieke samenleving.