Inzet volkshuisvestelijke middelen

Expertmeeting verevening tussen woningcorporaties

Door Anouk Corel en Hanneke Schreuders

De financiële verschillen tussen corporaties zijn groot, evenals de opgaven waar zij aan werken. Platform31 spreekt de laatste tijd diverse corporaties die het thema van verevening weer willen agenderen. Dit zijn niet de vragende corporaties. Juist corporaties met veel bestedingsruimte kloppen bij ons aan. Ook bij enkele gemeenten komt het thema op de agenda. Platform31 organiseerde een expertmeeting met partners. Over kansen en belang van verevening en mogelijke varianten. In 2017 werkt Platform31 met corporaties, gemeenten en onderzoeksbureaus enkele varianten van verevening uit. Denkt en doet u mee?

Grote verschillen in vermogen en opgaven

Dit jaar heeft minister Blok voor het eerst inzicht gegeven in de bestedingsruimte van corporaties in de kamerbrief Indicatieve bestedingsruimte woningcorporaties (IBW). Hierin is de maximale leencapaciteit van corporaties in beeld gebracht. Uit een verkenning van Peter van Os van RIGO blijkt dat de plekken waar de volkshuisvestelijke opgaven het grootst zijn, niet altijd de plekken zijn waar de meeste volkshuisvestelijke middelen zijn om deze te lijf te gaan. Als dit leidt tot ongewenste effecten, kan verevening tussen corporaties een mogelijkheid zijn.

Nieuw leven voor oud instrument verevening

De onderlinge solidariteit tussen corporaties is eerder al aanleiding geweest voor verevening. Aan praktijkvoorbeelden kan je denken aan de Vogelaarheffing via het CFV, maar ook verevening bij woningcorporatie Centrada in 2004. De discussie over verevening loopt al 20 jaar maar heeft in het verleden vooral veel weerstand opgeroepen. Met de nieuwe cijfers, het verscherpt toezicht en de ontwikkelingen in de corporatiesector, staat het onderwerp opnieuw in de belangstelling.

Wanneer is verevenen wenselijk?

Het verschil in financiële middelen is op zichzelf geen reden om tot verevening over te gaan. Pas wanneer een corporatie onvoldoende middelen heeft om de als noodzakelijk geachte volkshuisvestelijke activiteiten uit te voeren, is verevening wenselijk. Maar hoe groot is de noodzaak? En hoe stellen we die vast? Andersom hebben corporaties met een overmaat de taak om middelen die zij niet nodig hebben ten behoeve van de financiële continuïteit te investeren in de volkshuisvesting. Dit kunnen ook opgaven elders zijn, al is er tegenwoordig een beperking van het werkgebied. Geld oppotten is geen doelstelling. Maar welke grens houden we daarbij aan? Is de ondergrens van de toezichthouder de bovengrens van investeren? Uiteraard gelden er randvoorwaarden. Zo moet voorkomen worden dat geld vanuit goed ondernemerschap naar slecht ondernemerschap gaat en daarmee deels ‘verdampt’.

Wethouders hebben sleutel in hand bij verevening

Een belronde om gemeentelijke deelnemers te werven, wees uit dat deze groep het thema nog beperkt op het netvlies heeft. Toch hebben gemeenten bij verevening een belangrijke sleutel in handen. Zij hebben via de woonvisie invloed op de investeringen van een corporatie in het eigen gebied en daarmee op de investeringen elders. In lijn met de woningwet is het aan de gemeenten om op woningmarktniveau overeenstemming te bereiken over de volkshuisvestelijke opgaven en de inzet van middelen, alvorens corporaties hier uitvoering aan kunnen geven.

Voorbeeld Haaglanden: behoefte aan gemeenschappelijke visie

In de regio Haaglanden hebben gemeenten en corporaties als sinds 12 jaar gezamenlijke (prestatie-)afspraken over de ongedeelde regio. De laatste tijd is pregnant geworden dat er – mede door het Vestia-debacle – verschillen zijn tussen de gewenste maatschappelijke opgave en de toereikendheid van de middelen bij de regionale corporaties. De uitgangspunten voor de ongedeelde regio komen hierdoor in het gedrang. In de regio Haaglanden is behoefte ontstaan aan andere vormen, investeringsprikkels en instrumenten om de opgave op te kunnen pakken..

Alliantie van welwillenden

We merken dat meerdere corporaties met een batig saldo zich de vraag stellen op welke wijze zij hun (financiële) mogelijkheden kunnen benutten. Om hoeveel corporaties gaat het? En welke voorwaarden stellen zij om daadwerkelijk tot verevening over te gaan? Hoe organiseer je het behoud van lokale binding en zeggenschap van huurders? Moeten we daarbij kijken naar de financieringscapaciteit of is het beter om de aandacht te verleggen naar de kasstroom? Hoe voorkom je ‘free rider-gedrag’? En hoe koppel je welwillendheid aan bedrijfseconomisch verstandig opereren? Filantropie is immers niet aan de orde. Platform31 gaat dit samen met haar partners in beeld brengen.

Korting op verhuurdersheffing of vennootschapsbelasting als investeringsprikkel

Een andere oplossingsrichting is het inbouwen van een investeringsprikkel. Dit stimuleert corporaties om te investeren in de eigen opgave- en als deze er niet is – in de opgaven van anderen in het woningmarktgebied. Een vergelijkbaar voorstel heeft de VROM raad in 2005 gedaan in het advies Voorbij of vooruit? Woningcorporaties aan zet. Dit zou kunnen door meer kortingen op de verhuurdersheffing bij verduurzaming, transformatie of zorgaanpassingen te geven. Een andere oplossing zou zijn om in de vennootschapsbelasting een prikkel in te bouwen.

Deelnemers expertmeeting

Aan de expertmeeting namen deel:

  • Gijs Hoofs – gemeente Delft
  • Martijn Eskinasi – PBL
  • Paul Tholenaars – Woonbedrijf
  • Peter van Os- RIGO
  • Rob van den Broeke – Qua Wonen

Bastiaan van Perlo van Woonbond heeft separaat gereageerd.

Meer weten? Meedenken?

Platform31 werkt verder met corporaties, gemeenten, huurdersorganisaties en adviesbureaus aan het verkennen van het belang en behoefte aan verevening. Wij brengen in beeld hoe dit mogelijk in de toekomst vormgegeven kan worden. Wij verkennen dit graag met u! Interesse? Stuur een mail naar: