Innovatie van de stedelijke vernieuwing in de praktijk

Tweede peer review Ecologie Stedelijke Vernieuwing

Vrijdagmiddag 20 maart. Een waterig voorjaarszonnetje zorgt voor net te weinig warmte om de bezoekers van de Buurtwerkplaats aan de Sloterplas in Amsterdam te verwarmen. Gelukkig wordt dat gecompenseerd door een verrassende locatie, inspirerende deelnemers en een kampvuurtje.

Een groep van ruim 40 man is bijeen gekomen voor de tweede peer review in het kader van het onderzoeks- en inspiratiebudget Ecologie van de Stedelijke Vernieuwing (ESV). Vanuit dit budget wordt met maximaal €10.000 per project de uitvoering van onderzoeken en experimenten gestimuleerd die de stedelijke vernieuwing van nieuwe handelingsperspectieven zullen voorzien.

ecologie stedelijke vernieuwing 1
Een waterig voorjaarszonnetje wordt gecompenseerd door een verrassende locatie

De peer review staat in het teken van het uitwisselen van kennis en ervaringen rondom de 16 gehonoreerde experimenten en onderzoeksprojecten. Het zijn allemaal projecten die zeer praktijkgericht zijn. Het experimentele en innovatieve karakter van de ESV-projecten betekent dat de uitkomsten en het eventuele succes niet op voorhand zijn te voorspellen. We zijn op expeditie en de Buurtwerkplaats vormt daarvoor een passend decor.

In maart 2014 zijn de eerste 7 projecten van start gegaan. Inmiddels zijn uit deze projecten de eerste eindresultaten bekend. In hat najaar van 2014 zijn nog eens 9 projecten gestart. De peer review is bedoeld om (tussen)resultaten en successen met elkaar te delen en van elkaar te leren, maar ook om elkaar te helpen knelpunten te doorbreken. De onderzoekers/projectleiders gaan in drie groepen uiteen en pitchen kort de voortgang van hun project. In een tijdsbestek van 25 minuten wordt ieder project besproken in de groep, is er gelegenheid vragen te stellen, elkaar feed back te geven en elkaar te helpen en te inspireren bij de omgang met knelpunten. Dit levert stuk voor stuk boeiende gesprekken op. De opvallendste rode draden zetten we hieronder op een rij. Voor meer informatie over de individuele projecten zie hier.

De verdeling van het onderzoeksgeld is gebaseerd op een vrij brede doch specifieke uitvraag. Van de ruim 100 ingediende voorstellen zijn er slechts 16 gehonoreerd. Tijdens de peer review blijkt dat deze projecten veelal goed in elkaar zitten. De professionaliteit in het verzinnen en organiseren van de projecten is op orde en er is ook een behoorlijke creativiteit in de arrangementen die er nodig zijn om de projecten tot een succes te maken. Projecten verschillen sterk in deze arrangementen. Toch zijn er ook veel overeenkomsten.

Veel ESV-projecten worstelen met hun relatie met cruciale stakeholders. In het bijzonder gaat het om gevestigde partijen (instituties) in de stedelijke vernieuwing als gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars. De peer review bijeenkomst leidt tot enkele opvallende observaties.

Innovatieve aanpakken ontregelen en verwarren de gevestigde partijen

Ten eerste valt op dat de ESV-projecten de stedelijke vernieuwing werkelijk anders aanpakken waarbij zelforganisatie en vrijwillige inzet belangrijke kenmerken zijn. Het anders werken door initiatiefnemers ontregeld en verward de gevestigde partijen. Bij enkele projecten leidt dit ertoe dat instituties (gemeenten, woningcorporaties, projectontwikkelaars etc.) moeite hebben zich te verhouden tot dergelijke innovatieve projecten. Veel ESV-projecten passen niet in de bestaande procedures en gebruiken van de gevestigde partijen terwijl ze wel succesvol zijn en waarde creëren. De kernvraag is dan wat gemeenten, corporaties en projectontwikkelaars anders moeten gaan doen om in partnerschap samen op te trekken.

Van zorgen voor naar zorgen dat

Ten tweede valt bij sommige ESV-projecten op dat instituties juist proactief zijn en een (mogelijk) probleem of problematische situatie eerder signaleren. Op basis van hun eigen institutionele bevindingen/context wordt dan vervolgens actie ondernomen. Het gevaar bestaat dat zij betrokkenen (bewoners/ondernemers) de mogelijkheid ontnemen om zelf het probleem te ervaren. Betrokkenen worden daardoor passief en laten acties aan de instituties over (achteroverleunen). Dit lijkt ten koste te gaan van veel (gemeenschaps-)geld zonder gedragen resultaten. Tussen instituties en daadwerkelijk betrokkenen zitten grote verschillen qua taal, snelheden en dynamiek. Er is een nieuwe tussenlaag van stedelijke professionals aan het ontstaan die zowel met de betrokkenen (samenleving) als met de instituties kunnen omgaan. Op deze groep (veelal zzp’er) lijkt de term onafhankelijke betrokkenheid van toepassing.

Loslaten door instituties (overheid en corporatie) betekent op basis van bovenstaande minder proactief optreden. Hierdoor krijgen de betrokkenen meer de kans een probleem te ervaren en zich eigen te maken. En vanuit eigenaarschap van de problematische situatie zullen betrokkenen meer in actie komen. Meer dan dat actie door instituties wordt geëntameerd. Instituties zouden hun acties meer op afroep en behoefte van betrokkenen moeten afstemmen zowel qua taal als andere middelen als qua dynamiek. Maar instituties moeten wel degelijk acteren; op het juiste moment met de juiste middelen en inzet. Instituties moeten hun dynamiek aanpassen aan die van betrokkenen (van afwachten tot aan snelhandelen). Ergo zichzelf als institutie contextafhankelijk kunnen versnellen/vertragen. Onafhankelijke stedelijke professionals kunnen hierbij een grote rol spelen als intermediair/interface; zowel als tolk/vertaler voor wat betreft taal als versnellingsbak voor wat betreft afstemming van verschillende dynamieken. Qua schaal zal bovenstaande leiden tot acties op een lager niveau dan voorheen (straat/buurtaanpak i.p.v. wijkaanpak).

Groei en professionalisering

Tevens zien we dat bij enkele ESV-projecten een behoefte ontstaat om de projectorganisatie door te ontwikkelen en te professionaliseren. Om effectiever te zijn, nieuwe doelen te realiseren en de slagkracht van de organisatie te vergroten kiezen zelforganisatieprojecten steeds vaker voor de inzet van betaalde medewerkers. De vraag is dan hoe een nieuwe balans kan worden gevonden tussen vrijwillige inzet en de inzet van professionals.

Tot slot

Tijdens de afsluiting van de peer review bijeenkomst hebben een aantal deelnemers het belang benadrukt van het onderzoeks- en inspiratiebudget Ecologie van de Stedelijke Vernieuwing. Doordat dit budget er is en als ‘zaaigeld’ wordt gebruikt om te innoveren in de praktijk van de stedelijke vernieuwing, ontstaat erkenning voor de projecten en onderzoekers die de vernieuwing aanjagen. Deelnemers gaven aan het bijzonder nuttig en inspirerend te vinden om kennis en ervaringen uit te wisselen. Er is grote behoefte om elkaar te blijven ontmoeten en de voortgang en resultaten van de ESV-projecten te blijven delen. De begeleidingscommissie heeft aangekondigd dat in het najaar van 2015 een ‘oogstfeest’ zal worden georganiseerd om de resultaten en inzichten uit de ESV-projecten met een breed publiek te delen.

Meer informatie

Joost van Hoorn
Joost van Hoorn
Projectleider

06 57 94 36 56