Innen ouderbijdrage Jeugdwet stuit op gemeentelijke weerstand

Een aantal gemeenten heeft besloten de ouderbijdrage voor jongeren die buiten het eigen gezin in zorg zijn geplaatst niet te innen. Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten per 1 januari 2015 verantwoordelijk voor het innen van deze ouderbijdrage.

In de Jeugdwet is opgenomen dat voor jeugdhulp een ouderbijdrage* is verschuldigd wanneer een kind buiten het eigen gezin wordt verzorgd of opgevoed, of als het kind voor een dagdeel buitenshuis verblijft. Het argument van het Rijk om ouderbijdragen te heffen is dat ouders kosten besparen, doordat het kind een deel van de dag of een etmaal niet thuis verblijft.

Sinds 1 januari 2015 voert het Centraal Administratie Kantoor (CAK) voor gemeenten de vaststelling en inning van de ouderbijdragen uit. De opbrengsten van de inning van de ouderbijdrage gaan naar de gemeente die verantwoordelijk is voor het treffen van een voorzieining voor de jongere.

Haarlem: ouderbijdrage Jeugdwet onuitvoerbaar

Ondanks de verplichting in de wet heeft het college van Haarlem op 3 februari besloten geen maatregelen te nemen ten behoeve van informatie-uitwisseling met het CAK en jeugdhulpaanbieders, die benodigd is voor het innen van ouderbijdragen.

Haarlem heeft becijferd dat de administratieve kosten voor het innen van de ouderbijdrage groter zijn dan de baten. Door het ontbreken van een geautomatiseerd systeem voor informatie-uitwisseling tussen jeugdhulpaanbieders, de gemeente en het CAK, vraagt het proces voor het heffen en innen van de ouderbijdrage namelijk een handmatige uitwisseling tussen de partijen. Dit leidt volgens de gemeente Haarlem niet alleen tot een grote administratieve last voor de gemeente en jeugdhulpaanbieders, ook het veilig uitwisselen van privacygevoelige informatie is op korte termijn niet goed te organiseren.

Risico op fouten groot

Door de complexiteit van de ouderbijdrage is het risico op fouten bij de inning groot. Tevens kan het leiden tot ongelijke behandeling van ouderbijdrageplichtigen. De uitvoerbaarheid van het innen van de ouderbijdrage is daarmee voor Haarlem vooralsnog onvoldoende, aldus wethouder Merijn Snoeck. De portefeuillehouder Jeugd, Onderwijs en Sport van de gemeente Haarlem legt uit: “Als gemeente maken wij nu een pragmatische afweging ten aanzien van de uitvoerbaarheid. In de Tweede Kamer moet de principiële discussie plaatsvinden over de ouderbijdrage.”

Uit de brief waarmee de gemeente Haarlem de staatssecretaris informeert over het genomen collegebesluit, blijkt dat de gemeente Zandvoort ook heeft besloten in 2015 geen maatregelen te treffen voor informatie-uitwisseling met het CAK ten aanzien van de ouderbijdrage.

Den Haag schrapt ouderbijdrage jeugd-GGZ

Naast Haarlem en Zandvoort wijkt de gemeente Den Haag af van het kabinetsbeleid. De gemeente schrapt de inning van de ouderbijdrage voor kinderen in de jeugd-GGZ die naar dagbegeleiding gaan, onder meer vanwege de administratieve lasten die de uitvoering van het kabinetsbeleid met zich meebrengt. Portefeuillehouder Jeugd van de gemeente Den Haag Ingrid van Engelshoven is er niet van overtuigd dat een verblijf in de opvang overdag zoveel kosten bespaart voor ouders, dat zij om een bijdrage gevraagd kunnen worden. Daarbij vreest Van Engelshoven dat de eigen bijdrage een drempel opwerpt voor ouders om voor hun kind hulp te zoeken.

In januari werd bekend dat staatssecretaris Van Rijn op verzoek van de Tweede Kamer laat onderzoeken of de eigen bijdrage ouders onnodig belemmert om hulp voor hun kinderen te zoeken. Ook gaat Van Rijn in gesprek met het Centraal Administratiekantoor (CAK), dat de ouderbijdrage in het kader van de Jeugdwet vaststelt en int. De onderzoeksresultaten worden rond juni 2015 verwacht. Tot die tijd schort de gemeente Den Haag het innen van de ouderbijdrage op.

Juridische consequenties onbekend

Het is op dit moment niet duidelijk wat de juridische consequenties zijn van het niet aanleveren van de gegevens aan het CAK. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) kan hier nog geen duidelijkheid over geven.

* Voor onder andere adoptieouders en bijstandsgerechtigden maakt de
wet hierop enkele uitzonderingen