I love wooncoöp

De woonsituatie naar eigen hand zetten, omdat bewoners een droom hebben over hoe het anders en beter kan. Steeds meer mensen voelen zich aangetrokken tot het wonen in een wooncoöperatie. Toch blijkt de praktijk weerbarstiger. Daarom start Platform31 een landelijk actieprogramma met activiteiten die de zichtbaarheid en bekendheid van wooncoöperaties vergroten, institutionele belemmeringen aanpakken en de wet- en regelgeving verder uitwerken. Tijdens het landelijke congres over wooncoöperaties op 9 juni in Amsterdam, maakte Hamit Karakus met de symbolische uitspraak ‘I love wooncoöp’ de eerste actieteams en ambassadeurs bekend. Minister Blok gaf een welkome toegift: hij beloofde extra experimenteerruimte.

De ontwikkelingen rond wooncoöperaties zijn actueel. Nederland telt ongeveer een paar honderd initiatieven en dankzij de nieuwe Woningwet is het oprichten van een wooncoöperatie sinds 2015 ook makkelijker geworden. Tenminste, op papier. In de praktijk lopen huurders van woningcorporaties nog tegen veel belemmeringen aan. Vooral de mogelijkheden voor de aankoop van vastgoed in nieuwe wooncoöperaties zijn momenteel beperkt. Dit blijkt uit de marktverkenning naar de financiering van wooncoöperaties. Hoopvol was daarom de opmerking van de ASN Bank tijdens het congres dat de Nederlandse Vereniging van Banken graag meedenkt over de financieringsmogelijkheden van coöperatieve woonvormen.

Tips van koplopers

Om de ontwikkelingen van de coöperatieve vereniging in het wonen een stap verder te brengen is er grote behoefte aan meer bekendheid. Over het begrip wooncoöperatie, de mogelijkheden om er één op te richten, maar ook over de politieke en maatschappelijke context. Drie initiatiefnemers uit het koplopersprogramma van Platform31 deelden enkele praktische tips die van pas kunnen komen bij de oprichting van een wooncoöperatie. Zoals het op tijd beginnen met bouwkundige keuringen, het betrekken van partners bij elke stap, het direct vastleggen van de overeengekomen verkoopprijs en overeenstemming over belangrijke aspecten van een coöperatie, zoals zeggenschap, verantwoordelijkheid en risico’s. Want kunnen initiatienemers de verantwoordelijkheid en risico’s van een wooncoöperatie eigenlijk wel goed inschatten? Kennis van groepsdynamiek, grond- en vastgoedexploitaties, corporatierecht en het politieke spel zijn in elk geval basisingrediënten. Wie die kennis zelf niet in huis heeft, doet er goed aan hiervoor experts aan te trekken.

Via Jirnsum naar Mokum

Het Friese Jirnsum heeft als eerste na de invoering van de Woningwet laten zien dat het kan. Voor Laurens Ivens, wethouder Wonen van de gemeente Amsterdam, is de doorbraak van deze Friese doorzetters een inspiratiebron voor Amsterdamse coöperaties. “Dat het oprichten van een succesvolle wooncoöperatie geen sinecure is, blijkt uit de drempels die ermee gepaard gaan. Naast het vinden van een geschikte locatie, blijkt de financiering ook in de hoofdstad het grootste struikelblok. Het verkrijgen van een collectieve hypotheek is nog ongebruikelijk en de Amsterdammers lopen tegen de verhuurdersheffing op. Daarnaast ontmoeten de initiatiefnemers soms ambtenaren die nog zoeken hoe ze met deze organisatievorm in het wonen moeten omgaan. Traditionele instituties als overheden, corporaties en banken zouden meer met het coöperatief wonen moeten meebewegen.”

Adri-Duivesteijn-cooperaties
Adri Duivesteijn, dé politicus die ervoor zorgde dat artikel 18a werd opgenomen in de Woningwet

Woonstelsel van burgers

De belemmeringen zijn ook wrang omdat wooncoöperaties de visie van het Rijk deels ondersteunen: het zelf vormgeven van een leefklimaat waarin aandacht en zorg voor elkaar zijn vastgelegd. Dat coöperaties mini-gemeenschappen zijn die voor samenhang en solidariteit zorgen, is ook de mening van Adri Duivesteijn, dé politicus die ervoor zorgde dat artikel 18a werd opgenomen in de Woningwet. “Nederland is een land geworden van de instituties en de verzorging. Daar zijn we veel te ver in doorgeschoten. Het resultaat is een omvangrijke sociale huursector die vooral via de corporatie tot stand is gekomen. Terwijl het zelfbeschikkingsrecht van burgers veel beter past in de huidige tijdgeest”, vindt Duivesteijn. Om die reden pleit hij al jaren voor een woonstelsel van burgers die past bij een zelforganiserende samenleving. “De vraag is alleen: hoe gaan burgers zelfbeschikkingsrecht en zelforganisatie invullen? Met goede financieringsregelingen kan dat ook voor de lagere inkomens. En maken we op die manier maatschappelijk kapitaal vrij dat we opnieuw kunnen investeren. Als we een veelvoud van het aantal wooncoöperaties weten te realiseren, kan er in Nederland een stelsel ontstaan dat niet alleen sociaal is, maar ook van burgers.”

Hamit Karakus overhandigt de ‘I love wooncoöp’-mok aan minister Blok.
Hamit Karakus overhandigt de ‘I love wooncoöp’-mok aan minister Blok.

Meer experimenteerruimte

Ook Stef Blok, minister voor Wonen en Rijksdiensten ziet dat de samenleving verandert. “Tegelijkertijd blijft het de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat mensen met een kleine portemonnee betaalbaar kunnen wonen”, vindt hij. “Om ruimte te creëren voor mensen die afhankelijk zijn van een sociale huurwoning, moeten mensen met een hoger inkomen doorstromen. Het vormen van een wooncoöperatie biedt die mogelijkheid.” Blok wil deze nieuwe organisatievorm in het wonen meer kans van slagen geven. Daarom zorgt hij voor experimenteerruimte op het gebied van verkoopregels bij woningcorporaties. “Wooncoöperaties zouden immers vergelijkbare kortingsmogelijkheden moeten krijgen als individuele huurders die hun huurwoning willen aankopen. “Het experiment moet uitwijzen of hiermee een belemmering is weggenomen, met welke risico’s we rekening moeten houden en welke aanvullende voorwaarden er nog nodig zijn. Belangrijk is in elk geval dat gemeenten en corporaties meebewegen. Kortom: wij hebben de deur opengezet, het is aan u om de deur door te gaan”, aldus Blok.

Proeftuinen en ambassadeurs

Omdat het echte werk in de praktijk gebeurt, starten binnenkort lokale actieteams. “De eerste proeftuinen en ambassadeurs zijn inmiddels bekend”, kondigde Hamit Karakus aan. “We experimenteren in Amsterdam, Arnhem, Nijmegen en Limburg. Daarnaast maken wethouders Tjeerd Herrema (Almere), Laurens Ivens (Amsterdam), Bert Velthuis (Nijmegen) en Joris Wijsmuller (Den Haag) zich hard voor het concept en proberen samen een oplossing te vinden voor knelpunten. Ook aan de corporatiekant hebben zich ambassadeurs gemeld: Walter Hamers (Talis) Hester van Buren (Rochdale) Ger Peeters (Wonen Limburg), Leon Bobbe (De Key), René Scherpenisse (Tiwos). Ook zij gaan de koudwatervrees te lijf. Het actieteam experimenteert samen met initiatieven met verkoopregels, constructies, beheer en financiering. Meedoen betekent dat alle betrokken partijen hun creativiteit inzetten en bereid zijn om te innoveren.”

Meer informatie

Eigen kracht zoekt vreemd vermogen. Marktverkenning financiering wooncoöperaties

Kennisdossier wooncoöperatie

Voelt u zich aangesproken en deelt u ook graag uw expertise? Aanmelden kan nog bij:

Tineke Lupi

Tineke Lupi

Projectleider

06 57 94 37 51