De voorjaarsactie: regels opruimen

Friso Coumou en Hanneke Schreuders

Ondernemende bewoners die buurthuizen en het groen beheren. Sociale ondernemers die evenementen organiseren in een park en een braakliggend terrein ontwikkelen. Het zijn voorbeelden van maatschappelijk initiatief die de overheid toejuicht om de participatiesamenleving mogelijk te maken. Tegelijkertijd lopen de initiatieven vast in allerlei wetten, regels en procedures van diezelfde overheid. Zo blijkt uit gesprekken met initiatiefnemers.

doedemocratie2

Als de overheid meer initiatief wenst en tegelijkertijd via regels het initiatief belemmert, zou het goed zijn als de overheid die knellende regels opruimt. Dat klinkt eenvoudig, maar wie wetten en regels daadwerkelijk wil opruimen, merkt dat het taaie kost is. Deelnemers van diverse programma’s voor vermindering van regeldruk kunnen daarover meepraten. Een overzichtelijke aanpak verpulvert in korte tijd tot een ongrijpbaar geheel. Hoe kan dat toch? En wat kunnen we eraan doen?

Experimentenprogramma

In het experimentprogramma ‘Ruim op die regels’ werken tien duo’s van initiatiefnemers en gemeenteambtenaren, samen met Platform31, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en een aantal experts aan het opruimen van regels die initiatieven als ‘knellend’ ervaren. De concrete opgaven van de initiatiefnemers vormen het vertrekpunt van het programma. Dat leidt tot boeiende gesprekken tussen initiatiefnemers en ambtenaren.

Sommige deelnemers menen dat ‘het stelsel’ aangepast moet worden, om een vernieuwende praktijk mogelijk te maken. Dat verzandt al snel in een abstracte discussie. Anderen zeggen: Waarom niet nu al starten? Gewoon doen.

Waar knelt het als je ‘gewoon aan de slag gaat’? Initiatiefnemers blijken het lastig te vinden aan te geven waar en hoe precies de wet- en regelgeving en procedures hen belemmeren. Het leidt niet tot aanwijzing van artikel x, lid y, of stap 2 in procedure z. Dat is begrijpelijk. Hun doel is het initiatief te ontwikkelen, niet om allerlei regels in kaart te brengen.

Complex

Zijn het misschien wetten en regels uit Brussel of Den Haag? Rijksambtenaren geven aan dat Europese of landelijke regelgeving veelal het probleem niet is. Maar is dat echt zo? De wetten en regels zijn complex, en moeilijk te doorzien. Die complexiteit ontstaat deels doordat maatschappelijke initiatieven uit verschillende, afzonderlijke activiteiten bestaan, waarop verschillende regels van toepassing zijn. Al deze wetten en regels komen bij het concrete initiatief bij elkaar.

In de organisaties zijn ze keurig opgedeeld naar beleidsterrein en specialisme. De juristen kennen de details van de onderdelen. Hun specialistische kennis en hun beslismacht maakt de relatie ongelijkwaardig. Niemand overziet het geheel en initiatiefnemers hebben te weinig tijd, kennis en macht om verouderde werkwijzen te pareren. Gelukkig hebben steeds meer gemeenten een initiatievenmakelaar die hen een helpende hand aanreikt.

Confrontatie

Wat voor de gemeente geldt, geldt ook voor het rijk. We kunnen dan uitkomen bij de vraag of een ministerie of de landelijke politiek een bepaalde nieuwe praktijk wel ziet zitten, en daarvoor wetten en regels wil aanpassen. Maar ook, na de nodige studie van ‘hoe het écht in elkaar zit’, bij het inzicht dat een vernieuwende praktijk, heel goed mogelijk is met bestaande wet- en regelgeving.

Als wetten en regels wel aangepast moeten worden, leidt het tot een (politieke) confrontatie van verschillende waarden: kwaliteit, veiligheid, betrokkenheid, gelijkheid, doelmatigheid en effectiviteit. Vaak gaat het dan ook over concurrentie en belangen van gevestigde partijen en nieuwkomers.

Tips

Wat kunnen we doen om regels op te ruimen? Uiteindelijk willen we meer ruimte voor de initiatieven die de participatiesamenleving mogelijk maken. Hieronder een aantal tips, in de formule van een praktische werkvorm die iedereen kan toepassen:

  • Vertrek vanuit de concrete casuïstiek van de initiatiefnemer en diens directe gesprekspartner bij de gemeente.
  • Laat de initiatiefnemer en gemeenteambtenaar hun casus toelichten en hun gesprek voeren. Daarbij wisselen ze hun perspectieven uit, zoals ze dat ook (eerder) in directe interactie hebben gedaan.
  • Zet daaromheen een kring van andere betrokken ambtenaren uit andere bestuurslagen, experts, en eventueel andere betrokken meedenkers uit diverse sectoren en van diverse disciplines. Laat hen kritisch meedenken.
  • Situeer het gesprek, en hun lokale praktijk, in termen van een meer fundamentele transitie van de werkwijzen (processen, praktijken), structuur (wetten, regels, procedures) en cultuur (zienswijze, denkwijze) van het oude stelsel (A) naar de werkwijzen, structuur en cultuur van een nieuw stelsel (B).
  • Ontleed dit ook in termen van bestuurlijke schaalniveaus (EU, rijk, provincie, gemeente, initiatiefnemers), en beleidsterreinen (zorg, sociale zekerheid, etc.).
  • Probeer met elkaar zo scherp mogelijk te duiden: over welke lokale praktijk hebben wij het hier? Is dat een ‘oude’ werkwijze a die stelsel A reproduceert? Of is het een vernieuwende werkwijze b? En hoe verhoudt deze werkwijze zich tot het huidige stelsel (A) en een nieuw stelsel (B)?
  • Bepaal met elkaar een volgende stap. Kan het door het ‘gewoon te doen’ binnen A, of is daarvoor een nieuw stelsel (B) nodig? Wat is hier (écht) nodig? Hoe kan het wél?

Meer informatie over het opruimen van regels vindt u in het artikel ‘Regels opruimen hoe doe je dat?’. Het experimentprogramma Ruim op die Regels is in 2014 gestart en loopt tot en met februari 2016.