De Tweede Kamerverkiezingen en thema wonen: wat zeggen de partijen?

Met de Tweede Kamerverkiezingen op komst presenteren de politieke partijen één voor één hun verkiezingsprogramma. Platform31 maakte een analyse van de beschikbare programma’s op het thema wonen en zette de verschillende standpunten op een rij. Tijdens het lunchdebat op het Platform31 | OTB Wooncongres op 11 oktober debatteerden diverse partijen uit de praktijk over deze standpunten. Onder andere is ingegaan op de vraag hoe de woningnood op te lossen, de hervorming van de koopmarkt verder vorm te geven en of bewoners voldoende invloed hebben op het woonbeleid.

We maakten de eerste analyse met alleen het verkiezingsprogramma van de SGP en de Partij voor de Dieren nog niet voorhanden. Voor deze twee ontbrekende verkiezingsprogramma’s keken we naar standpunten op de website. Een panel bestaande uit Peter Boelhouwer (hoogleraar housing systems TU Delft), Rien Nagtegaal (directeur stedelijke ontwikkeling gemeente Leiden), Karin van Dreven (directeur–bestuurder Haag Wonen) en Gerco van den Berg (programmamanager Woningmarkt NVM) gingen in op de vier thema’s: woningbouwopgave, maatregelen koopmarkt, burgermacht en inzet op leefbaarheid wijken.

De woningbouwopgave

De kijk op het benodigd aantal woningen verschilt sterk in de verkiezingscampagne. D66 geeft aan dat 100.000 extra sociale huurwoningen nodig zijn, naast 80.000 extra vrije huurwoningen. De PvdA gaat hier overheen met de inschatting dat er een noodzaak is tot de bouw van zo’n 500.000 tot 1 miljoen extra woningen. Daarvoor krijgt iedere regio een aanbodnorm waarin is vastgelegd hoe iedere gemeente een bijdrage levert aan passende huisvesting voor iedereen. Het CDA noemt geen getallen, maar benadrukt dat er gebouwd moet worden, met name in de vrije huursector. De VVD gooit het echter over een andere boeg en wil de liberalisatiegrens verlagen tot maximaal 600 euro. Hierbij moeten woningcorporaties meer verkopen, zodat er meer woningen in het middensegment bij komen. Meerdere partijen richten de pijlen op transformatie van kantoren en leegstaand vastgoed. Met name Groenlinks draagt dit als speerpunt op de woningbouwopgave. Daarnaast verwachten de partijen veel van de woningcorporaties, die moeten bouwen en verkopen.

Wat zegt de praktijk?

Het panel deelt het standpunt dat de woningmarkt als samenhangend geheel moet worden gezien. Het klopt dat er betaalbare huurwoningen voor de middeninkomens (tot 900 euro per maand) bij moeten komen. De marktwerking in dit segment werkt niet doordat de sociale huursector en de koopsector worden gesubsidieerd via de huurtoeslag en de hypotheekrenteaftrek. De overheid moet hier volgens het panel ingrijpen om ervoor te zorgen dat met name in de grote steden de vrije huurmarkt niet verder op slot raakt. Daarnaast volgt een oproep aan de politieke partijen om meer na te denken over fundamentele vragen. Steeds meer mensen willen in de randstad wonen, maar momenteel zien we in de grote steden dat hier weinig aanbod is. Wat kunnen we doen om dat wel mogelijk te maken en daarbij ook onze klimaatdoelstellingen te halen.

Maatregelen op de koopmarkt

In de partijprogramma’s is veel aandacht voor de hypotheekrenteaftrek. Alleen het CDA, de PVV en de VVD blijven neutraal over dit onderwerp door het niet bij naam te noemen. Naast de drie neutrale partijen is alleen de partij 50Plus voor behoud van het huidige stelsel. De overige partijen zijn voor afbouwen of ombouwen. D66 wil geleidelijk en stapsgewijs de hypotheekrenteaftrek afbouwen en daarnaast het eigenwoningforfait verlagen en de overdrachtsbelasting afschaffen. GroenLinks gaat voor afschaffen van de hypotheekrenteaftrek over een periode van 25 jaar, waarbij het eigenwoningforfait en overdrachtsbelasting moeten worden verlaagd. De Partij van de Dieren wil geleidelijke afschaffing over een periode van dertig jaar. Vervolgens zijn er twee partijen die willen ombouwen. De ChristenUnie wil de eigen woning op termijn verplaatsen naar box 3. De hypotheekrente is dan voor iedereen gelijk tegen een percentage van 30 procent. De SP wil in tien jaar tijd de hypotheekrenteaftrek aftoppen voor alleen hypotheekschulden tot 350.000 euro.

Uniek moment

Het panel merkt op dat Wonen 4.0, een integraal hervormingsplan voor de woningmarkt, niet is genoemd in de partijprogramma’s. Blijkbaar is dit plan nog niet geland in politiek Den Haag. De algemeen gedragen overtuiging is dat als je iets aan de hypotheekrenteaftrek wilt veranderen dat nu moet. Als de overheid een paar jaar wacht, gaat de rente weer stijgen wat een slechte combinatie is met een verandering van de hypotheekrenteaftrek. De vraag wordt echter gesteld: hebben de politieke partijen wel duidelijk voor ogen welk effect ze willen bereiken? Veel maatregelen worden beschreven, maar de effecten niet altijd even helder of duidelijk onderbouwd. Wat is het grotere plaatje dat ze in Nederland willen bereiken? Hoe willen ze de volledige woonmarkt van sociale huursector, vrije huursector en koopmarkt vormgeven?

Burgermacht

De belangrijke rol van de burger in de participatiemaatschappij blijft overeind, ondanks dat het woord participatiemaatschappij nauwelijks meer gebruikt wordt in de programma’s. De inspraak en beslissingsmacht van burgers moet volgens veel partijen worden versterkt. Het CDA wil dat overal waar belangrijke besluiten worden genomen de burger moet kunnen meepraten en meebeslissen. Dit vanuit de gedachte dat een woningcorporatie, waar huurders voldoende zeggenschap hebben, minder snel een hoge bonus aan de directie zal toekennen. De SP geeft aan dat huurders meer te zeggen krijgen over het huurbeleid, de investeringen en andere belangrijke beslissingen van de woningcorporatie. De Partij van de Arbeid wil bewoners aan het roer, bewoners moeten de ruimte krijgen van corporaties, gemeenten, projectontwikkelaars, investeerders en bouwbedrijven. De PVV gaat voor de directe democratie met bindende referenda. De VVD benoemt dit onderwerp minder en richt zich op de bestaande inspraakprocedures.

Welk probleem willen we oplossen?

Het beeld van de bonussen en de Maserati is blijven hangen in politiek Den Haag. Dat is terug te zien in verschillende programma. Het panel is van mening dat de tijden zijn veranderd. De vraag wordt gesteld: wat is het probleem waar deze politieke uiting vandaan komt? De onvrede bij huurders dat er over hun ruggen wordt besloten, moet echter serieus genomen worden. Moeten we de behoefte aan inspraak benaderen in de vorm van institutionele oplossingen of is eerder een cultuuromslag nodig voor zover deze nog niet heeft plaatsgevonden? De huurder moet centraal staan en niet het vastgoed.

Deelnemers in de zaal reageren ook op sterk op dit thema. Corporaties moeten goed nadenken over welke maatschappelijke rol ze naar zich toe trekken. Een investering moet worden gefinancierd met het geld van huurders. Hetgeen kan leiden tot huurverhoging of in ieder geval geen verlaging. Huurders moeten inspraak hebben op de rol die een woningcorporatie zichzelf toedicht. Vervolgens wordt de opvatting gedragen dat zelfregulering van corporaties niet werkt, maar dat er behoefte is aan een buitenboordmotor en een handrem. Er kan veel worden bereikt met de aanwezigheid van een alerte toezichthouder. Daarnaast geeft een bewonersinitiatief aan het lastig te vinden om als burger naast je werk actief mee te denken en te beslissen over complexe maatschappelijke vraagstukken. Op den duur moet je weer een professional inhuren, waardoor je weer terug bij af bent.

Inzet op leefbaarheid wijken

De rol van woningcorporaties op het gebied van leefbaarheid in wijken is met de nieuwe Woningwet veranderd. De standpunten over deze rol verschillen echter nog tussen de partijen. De VVD wil dat corporaties duurdere huurwoningen verkopen en terug gaan naar hun kerntaken waarbij gemeenten meer ruimte krijgen om maatregelen te nemen in wijken. De gemeente moet ook volgens GroenLinks de taken op leefbaarheid op zich nemen en daarvoor de middelen krijgen. De SP legt deze verantwoordelijkheid juist weer terug bij de corporaties. D66 zegt hierover dat zowel de woningcorporatie zich moeten richten op de kerntaak als dat corporaties meer mogelijkheden krijgen om te investeren in leefbaarheid en maatschappelijk vastgoed in wijken. De PvdA wil een Rijksfonds voor Wonen realiseren om jaarlijks honderden miljoenen euro’s te kunnen investeren in wijken en dorpen. Dit geld is gericht op o.a. sloop en nieuwbouw, verduurzaming en het versterken van de sociale cohesie.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Het panel geeft aan dat we met elkaar verantwoordelijk zijn. Je moet met elkaar om tafel en ieder heeft daar zijn rol in. De corporaties speelt daarin een rol, maar bovenal moet de burger zijn of haar verantwoordelijkheid nemen en daar op gewezen worden. Negatieve uitwassen zoals overlast moeten worden aangesproken en positieve initiatieven gestimuleerd. Daarin hebben zowel gemeenten als woningcorporaties een rol. Een woningcorporatie, maar ook een gemeente, moet per definitie niet meer iets alleen oppakken maar altijd gemeenschappelijk. Een panellid merkt op dat het opvallend is dat er bij bedrijven steeds meer aandacht is voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), maar dat dit bij corporaties onder de noemer van ‘terug naar de kerntaak’ tegen wordt gehouden. In het verleden is leefbaarheid vaak naar stenen vertaald maar dat moet anders: er moet weer meer aandacht komen voor de bewoners.