De opkomst van de leefstraat

Het fenomeen ‘Leefstraat’ dook als eerste op bij onze Zuiderburen in de stad Gent. In de zomermaanden wordt daar uit een aantal straten de auto én het parkeren verbannen. De bewoners zijn vervolgens vrij om een eigen invulling te geven aan de ontstane publieke ruimte. Het levert aansprekende beelden op van straten die met kunstgrastapijten zijn gestoffeerd. Kinderen spelen er op straat en buurtbewoners zitten er gezellig op de zelfgemaakte terrassen.

Vervolgens dook het fenomeen Leefstraat in Nederland op. De gemeenten Rotterdam, Haarlem en Groningen zijn ermee aan het experimenteren of staan op het punt dat te gaan doen. Soms gaat het om klassieke winkelstraten, soms om wijk- of buurtstraten. De kern van de verschillende initiatieven draait om het combineren en mengen van functies. Er wordt niet alleen gewoond, maar ook verpoosd, gespeeld, getuinierd en naar elkaar omgekeken.

Verdergaande functiemenging

Verschillende ontwikkelingen stimuleren de komst van de Leefstraat. Zoals het veranderende winkellandschap en de leegstand die zich daardoor op steeds meer plekken manifesteert. Sommige winkelstraten hopen zich door het mengen van retail en horeca weer op te kunnen richten, andere voegen daar een verruiming van de woonfunctie aan toe. De oude drogist of bakkerij wordt een woonhuis. Maar de functiemenging kan nog verder gaan én gaat de facto ook verder. De Retailagenda kan niet alleen met een gemeentelijke woonvisie worden gecombineerd, maar ook met een sociale agenda (WMO, eerstelijns zorg) en een lokale werkgelegenheidsagenda (broedplaatsen, third places, pop-up initiatieven).

Bedrijfsmaatschappelijk vastgoed

We zien dit combineren van economische, fysieke en sociale agenda’s in rap tempo op veel plekken ontstaan. Zo zetten corporaties in stadswijken en dorpen kleinschalig bedrijfsmaatschappelijk vastgoed in (plinten en pandjes) voor repaircafés, werkplaatsen, leeszalen en buurtrestaurantjes. Je kunt er voor gezelligheid terecht, maar ook voor een goedkope maaltijd en een werkplek. De kleinschalige voorzieningen dragen vaak namen als ‘huizen’ of ‘kamers’. Ze zijn vooral een reactie op het wegvallen van klassieke voorzieningen, zoals buurthuizen, verzorgingshuizen, bibliotheken en verpleeghuizen. Het is bekend: iedereen moet tegenwoordig zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen, al kan dit alleen bij de gratie van een omgeving die dit rond de eigen woning ook mogelijk maakt.

Leefstraat van de toekomst

In de Leefstraat van de toekomst komt de droom van de beroemde stedenbouwkundige Jane Jacobs tot werkelijkheid: radicale functiemenging. Wonen, werken, zorgen en ontspannen op één plek.

In het programma Leefstraten gaan we als eerste op bezoek bij die gemeenten die met dit fenomeen experimenteren en er een eigen invulling aan geven. Vervolgens brengen we geïnteresseerde gemeenten en corporaties deze lente bij elkaar voor een eerste expertmeeting. In de nazomer staat er een excursie gepland naar onze Zuiderburen. De kennisoogst bundelen we dit jaar in een publicatie. Hierin brengen we de eerste inzichten in de betekenis van het fenomeen Leefstraten voor onze wijken, centrumdorpen en binnensteden bij elkaar. In het najaar beslist Platform31 met haar partners of ze een experimentenprogramma Leefstraten voor de komende jaren gaat inrichten.

Contact

Radboud Engbersen

Radboud Engbersen

Senior projectleider

06 19 87 24 64

Denise Vrolijk

Denise Vrolijk

Projectleider

06 57 94 17 63