Commissie Karakus reflecteert op Brabantse verstedelijkingsopgaven

Interview met gedeputeerde Erik van Merrienboer

Commissie Karakus reflecteert op Brabantse verstedelijkingsopgaven
Inzetten op de versterking van de netwerkkracht en werken aan een circulair stedelijk systeem. Dat zijn de twee belangrijkste opgaven voor de verstedelijking zoals die door de provincie Noord-Brabant zijn beschreven in twee position papers.

De komende periode worden die met een kritisch en onafhankelijk oog geanalyseerd door de commissie Karakus. Platform31 interviewde gedeputeerde Erik van Merrienboer over zijn verwachtingen. “Idealiter werkt het advies concreet door in de Brabantse Omgevingsvisie en het bestuurlijke netwerk Brabantstad.”

In welk verstedelijkingsproces bevindt de provincie Brabant zich en welke transitie wordt daarin zichtbaar?
“Tot de jaren zestig beruste het ideaalbeeld van het Brabantse verstedelijkingsbeleid vooral op principes als bouwen op ‘brommerafstand’, een beeld dat paste bij een provincie zonder echt grote steden. Sinds de groei in de steden ‘s-Hertogenbosch, Tilburg, Breda en Eindhoven is het denken over de verstedelijking van Brabant ingrijpend veranderd. Brommerafstand is vervangen door versterking van de netwerkkracht en in plaats van bouwen in de wei streeft Brabant naar een circulair stedelijk systeem. En dit levert ook weer nieuwe opgaven op voor het verstedelijkingsbeleid van de provincie.
Na de ontzuiling brak in Brabant een periode van suburbane groei aan. Wat begon met het toevoegen van woningbouw, bedrijvenlocaties en kantoren, werd gaandeweg de lappendeken van Brabant genoemd. Decennialang ging het verstedelijkingsbeleid in Brabant daarom vooral over het beheersen van groei, wat uiteindelijk resulteerde in een patroon waarbij groei en krimp elkaar ontmoeten.

Momenteel wordt Brabant gekenmerkt door een gemêleerd beeld van enkele grotere steden met groeidynamiek en een aantrekkelijk vestigingsklimaat, zoals Eindhoven en Breda, afgewisseld met kleinere ‘midsize-cities’, waaronder Veghel, Roosendaal en Oss. Vooral in die middelgrote steden ontstaan flinke opgaven. Het wegvallen van regionale voorzieningsfuncties in deze steden heeft ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zo werkt leegstand verloedering en criminaliteit in de hand, en kan het leiden tot een gevoel van onveiligheid.”

Twee position papers benoemen de versterking van de netwerkkracht en een circulair stedelijk systeem van Brabant als belangrijke opgaven voor de provincie. Waarom hebben juist die opgaven urgentie?
“Het Brabantse netwerk beschikt niet over de agglomeratiekracht en een daily urban system zoals we die kennen in de Randstad. Daarom willen we vooral de complementariteit van het netwerk versterken. ‘s-Hertogenbosch, Eindhoven, Tilburg en Breda moeten om die reden veel meer samenwerken om zo meer agglomeratiekracht voor Brabant te realiseren. Waarvan ook de tussenliggende gebieden kunnen profiteren.

Wat mij betreft komen we teveel uit de traditie waarbij stad en platteland met de ruggen naar elkaar staan. Dat is gedeeltelijk te verklaren omdat we ons als provincie van oudsher exclusief op plattelandsontwikkeling oriënteerden. Brabant heeft echter netwerkkracht nodig om invulling te geven aan het perspectief van groei en krimp en de relatie te versterken tussen stad en regio, bijvoorbeeld op de woningmarkt.

Dat we toewerken naar een circulair stedelijk systeem heeft er vooral mee te maken dat ook Brabant het hoofd moet bieden aan grote thema’s, zoals de energietransitie. De gedachte achter een circulair stedelijk systeem is dat een stad duurzamer, onafhankelijker en veerkrachtiger wordt en perspectieven biedt voor nieuwe verdienmogelijkheden. Op dat vlak is een inhaalslag nodig. Er zijn beleidsambities, maar de realiteit is dat we de duurzaamheidsdoelstellingen vooralsnog met biomassa invullen. Terwijl het nog maar de vraag is of dit ook op termijn duurzaam is. Met andere woorden: we hebben de opgaven in beeld, maar het gevoel overheerst dat het tempo omhoog moet.”

Waarom laat u de commissie Karakus reflecteren op de position papers? En wat verwacht u hiervan?
“Vanuit het verleden heeft de provincie Noord-Brabant positieve ervaringen met visitatie ten tijde van het grotestedenbeleid. Omdat de huidige opgaven substantieel anders zijn dan in het verleden, hebben we ook nu meer dan ooit behoefte aan een zo integraal mogelijke herijking van het verstedelijkingsbeleid. Bovendien willen we het risico van tunnelvisie zoveel mogelijk verkleinen.

De position papers zijn weliswaar opgesteld op basis van denkbeelden van Brabantse deskundigen, we waarderen een kritische blik van buiten. Vooral met het doel daarvan te leren. De commissie Karakus, die door Platform31 is samengesteld, kan het vehikel zijn waarmee die kennis wordt versleept. Wij zien de reflectie van deze commissie als een middel om de ervaringen die andere regio’s hebben met verstedelijking, in te zetten voor onze eigen visievorming.

Platform31 is in staat de kennis over verstedelijking te mobiliseren en te laten circuleren. Zodat we daarmee de inzichten die staan beschreven in de position papers kunnen aanscherpen. Van de commissie verwachten we dat ze in staat is de keuzes die Brabant moet maken zo scherp mogelijk in beeld te brengen.”

Hoe kan het advies van deze commissie volgens u doorwerken in concreet beleid voor provinciale verstedelijking en de toekomstige Omgevingsvisie?
“Idealiter werkt het advies concreet door in de Omgevingsvisie en het bestuurlijke netwerk Brabantstad. Eind dit jaar levert de provincie Noord-Brabant de startnotitie op voor de Brabantse Omgevingsvisie. Hierin worden de belangrijkste afwegingen en keuzes inzichtelijk gemaakt. Hoe kijken deskundigen en veranderaars van buiten het Brabantse netwerk aan tegen de nieuwe opgaven? Welk advies kunnen zij ons meegeven voor de provinciale rollen in deze opgaven en voor de vernieuwing van ons beleid en instrumenten?

Daar zit voor de commissie Karakus denk ik de grootste uitdaging: hoe draagt het advies bij aan de verkleining van de afstand tussen beleid en de daadwerkelijke toepassing ervan in de praktijk? Daarnaast mogen we in Brabant best kritisch zijn over het tempo waarin we de opgaven voor de toekomst daadwerkelijk willen realiseren. Ik hoop daarom op een visitatiecommissie die ons aanspreekt op het risico van zelfgenoegzaamheid en een veranderende realisatiekracht. Dat is ook nodig willen we als innovatieregio voorop blijven lopen.”

Uit de analyse van de provincieakkoorden die Platform31 maakte, blijkt dat steden, regio´s en dorpen continu in beweging zijn. Er staat ook dat de inhoudelijke rol van de provincies hierin vaak wordt onderschat, terwijl ze als ‘gebiedsgerichte regisseur’ grote invloed kunnen uitoefenen op de ruimtelijke inrichting van Nederland. Hoe ziet u dit? En hoe zou u die rol beter willen vervullen?
“Daar ben ik het volledig mee eens. Wat mij betreft is de provincie onderdeel van de samenleving in plaats van dat ze er met in het provinciehuis bedachte kaderstelling boven hangen. Dit betekent dat de provincie zichzelf zichtbaar moeten maken in discussies over bijvoorbeeld het woon-werkklimaat, Brainport Eindhoven of de bereikbaarheid ten opzichte van Rotterdam-Antwerpen. Binnen de provincie werken we vanuit de traditie om ruimtelijke afspraken te voorzien van inhoudelijk commitment. Terwijl we juist de stap moeten zetten van visie naar realisatie. Met andere woorden: samen met gemeenten de inhoudelijke agenda’s maken. Dat is een meer participatieve opvatting over hoe de provinciale overheid zou moeten functioneren dan in het verleden.”

De commissie Karakus

De Commissie Karakus maakt een kritische en onafhankelijke analyse van de verstedelijkingsopgave van Brabant en hierbij adviseren over het provinciale verstedelijkingsbeleid. De commissie bestaat naast voorzitter Hamit Karakus uit Bart Krol, Yvonne van Mierlo, Co Verdaas, Judith Lekkerkerker, Damo Holt, Evert Meijers, Mark van Twist en Gerben van Dijk. Namens Platform31 zal Jeroen Niemans secretaris zijn van de commissie. Op 21 en 28 september voerde de commissie in Brabant twee rondetafelgesprekken waarin ze met het Brabantse kennisnetwerk in gesprek gaat over de verstedelijkingsopgave. Medio oktober brengt de commissie verslag uit aan de gedeputeerden van Brabant en zal er een advies worden geschreven.