Column: Verraad aan de stad

Karakus in de wijk

De geschiedenis herhaalt zich. Op het moment dat de economische crisis voorbij is en de woningmarkt aantrekt, roept de bouwlobby vrijwel direct en in ieder geval om het hardst dat de overheid weer nieuwe bouwlocaties in het groen moet toestaan. Anno 2017 is dat behalve kortzichtig vooral ook onverantwoordelijk. En buitengewoon ongewenst bovendien.

We waren nog wel op de goede weg. De tijd van grootschalige nieuwbouwlocaties à la Vinex leek definitief voorbij. Zelfs bouwers, ontwikkelaars en beleggers gaven aan zich te kunnen vinden in de gezamenlijk gedefinieerde nieuwe bouwopgave: de transformatie van leegstaand vastgoed, verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en een scherpe focus op binnenstedelijke (her)ontwikkeling, daar waar nodig aangevuld met kleinschalige nieuwbouwlocaties in stad en regio.

Alle partijen leken definitief en onomwonden de keuze te hebben gemaakt voor de stad en tegen een verdere aantasting van de open ruimte in Nederland. Maar toen waren daar opeens weer die goede tijden en een plotseling sterk stijgende woningvraag. En dus schoot de bouwlobby in haar aloude reflex: het gaat te traag, het is te duur, te ingewikkeld en niet winstgevend genoeg. Laten we de blik maar weer richten op al die braakliggende weilanden, die kunnen worden volgebouwd zonder dat er aan ruimtelijke kwaliteit hoeft te worden ingeboet.

Het zou om meer dan een reden de verkeerde keuze zijn om in dat frame mee te gaan. Ten eerste is er wel degelijk voldoende ruimte in stad en regio te vinden om aan de huidige en toekomstige woningbehoefte te voldoen. En mocht een stad desondanks tegen de grenzen van verdichting aanlopen, dan is het nog altijd veel beter om daar met de omliggende gemeenten goede afspraken over te maken. Met oog voor zowel het groen als de toenemende woningvraag van de lagere (midden)inkomens.

Zeker, het vergt de nodige creativiteit en inventiviteit en kost ook meer tijd om de problemen vooral binnenstedelijk en via bestaande locaties op te lossen. Maar als de bouw tijdens de crisis serieus op zoek was gegaan naar de beste aanpak van de nieuwe bouwopgave, waren we nu al veel beter in staat geweest om serieus meters te maken.

In de tweede plaats zou de keuze voor nieuwe uitleglocaties het verraad betekenen van de stad. Geen bouwer of ontwikkelaar is dan immers nog bereid te investeren in of te werken aan ingewikkelde transformatie-, renovatie- en herstructuringsprojecten. Ze laten de stad voor wat die is, en kiezen voor de makkelijkste en meest winstgevende weg: die naar het open weiland. Dat gaat ten koste van de ruimtelijke kwaliteit, de stedelijke economie en de leefbaarheid in de oude stadswijken. Als het rode contourenbeleid wordt losgelaten staat de toekomst van de steden op het spel.

Een derde tegenargument heeft betrekking op de feitelijke capaciteit van het bouwend bedrijfsleven. De opgave die er ligt is al zo groot. Naast de nieuwbouwopgave staat ook nog eens de renovatie en/of verduurzaming van twee miljoen bestaande woningen op de planning. Alleen daarvoor zijn al veel meer mensen nodig dan de bouwbedrijven op dit moment kunnen aantrekken. Hoe wil je daar nog eens een grootschalige nieuwbouwopgave naast zetten en met droge ogen blijven beweren dat dit niet ten koste zal gaan van de geformuleerde kwaliteits- en duurzaamheidsambities?

Of het zover zal komen is natuurlijk nog maar de vraag. Maar de discussie alleen al baart me grote zorgen. Iedereen in het vastgoed lijkt inmiddels te willen voorsorteren op een nieuwe Vinex-operatie. De gemakzucht waarmee sommige partijen voor die oplossing kiezen vind ik ronduit schandalig. Temeer omdat de argumenten om nooit meer te kiezen voor grootschalige woningbouw in de uitleggebieden onveranderd zijn gebleven. Van alle partijen verwacht ik juist nu een zorgvuldige afweging van belangen, zoals de baten van een groene leefomgeving, het vervullen van de woonwensen van uiteenlopende inkomensgroepen en de juiste voorwaarden te scheppen voor een goedwerkende kenniseconomie.

Mijn oproep aan de politiek en het nieuwe kabinet zou zijn: trap er niet in en ga er niet in mee. Al is de druk nog zo groot. Maak met bouwers, ontwikkelaars en beleggers serieus werk van verdichting met duurzame kwaliteit. Want dat mogen we verwachten van een sector die zich zo graag als maatschappelijk verantwoord, duurzaam en innovatief afschildert.