Column: Participatie gemiste kans voor samenleving

Karakus in de wijk

Participatie en zelfredzaamheid. Het waren in 2013 nog twee dragende thema’s in de eerste troonrede die werd uitgesproken door koning Willem-Alexander. De samenleving moest weer leren voor zichzelf te zorgen, en zou alleen als het echt niet anders kon een beroep moeten doen op de instituties.

Drie jaar later, op Prinsjesdag 2016, blijkt uit niets meer dat de regering de participatiesamenleving nog steeds als leidmotief beschouwt. Participatie wordt nog slechts gebruikt in relatie tot arbeid en statushouders. En slechts een keer, op pagina 180 van de Miljoenennota, komt ‘zelfredzaamheid’ aan de orde, waar het gaat over de doelmatigheid en betaalbaarheid van de zorg.

Ondertussen is in de wijken en buurten goed te merken dat er de afgelopen periode van die door de regering zo gewenste participatiesamenleving maar weinig terecht is gekomen.
Het accent op thuiswonen en een vermindering van de intramurale plaatsen in de GGZ en verzorgingshuizen hebben geresulteerd in een toenemend aantal verwarde of hulpbehoevende mensen in de wijk, wat behalve tot veel onrust ook tot een groter appèl op de hulpdiensten leidt. Ouderen en alleenstaanden vereenzamen nog steeds en blijven zelfs vaker dan voorheen verstoken van de noodzakelijke ondersteuning omdat zij niet of nauwelijks over een netwerk van mantelzorgers beschikken als compensatie voor de afnemende zorgverlening.

Maar ook mensen met een of meerdere banen weten zich voor steeds meer problemen gesteld. Zij moeten keihard werken om het huis en het huishouden te kunnen betalen, maar zouden eigenlijk daarnaast nog tal van vrijwilligersactiviteiten moeten ontplooien voor bijvoorbeeld de school van hun kinderen, de sportvereniging en de buurt waarin zij wonen. Naast hun rol als vader, moeder en mantelzorger wel te verstaan.
Dit kabinet heeft zich beperkt tot een simpele oproep tot meer zelfredzaamheid, zonder daar de noodzakelijke consequenties aan te willen verbinden.

Eerder is het tegenovergestelde het geval. Anders valt niet te verklaren dat op vrijwel alle voorzieningen is gekort, die mensen de nodige ruimte en ondersteuning zouden kunnen bieden bij het zijn van verantwoordelijke ouder, hulpvaardige mantelzorger en zorgzame burger. Zorg en welzijn, onderwijs, kinderopvang, woningcorporaties, buurtwerk, verenigingsleven, veiligheid: op alle fronten moeten mensen met minder geld en minder voorzieningen meer voor elkaar zien te krijgen.

De rijksbegroting voor 2017 besteedt aan dit alles niet of nauwelijks aandacht. Al evenmin worden de gunstige economische omstandigheden en het aantrekkende investeringsklimaat aangegrepen om wel de zo noodzakelijke faciliteiten bij de in het verleden zo gewenste participatiesamenleving te voegen. Evenmin spreekt er een visie uit op een integrale aanpak van het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk. Dat sterkt alleen maar het vermoeden dat de oproep uit 2013 slechts de maskering van een simpele bezuinigingstaakstelling is geweest. En bovenal een gemiste kans om deze samenleving echt op nieuwe leest te schoeien.