Column: Investeren in klimaatbestendigheid is een burgerplicht

Karakus in de wijk

Een schadepost die oploopt tot ten minste 71 miljard euro in 2050. Lang niet iedereen realiseert het zich, maar die kosten zijn alleen al voor Nederland met de verandering van het klimaat gemoeid. Dat betekent dat de komende 35 jaar eigenlijk ieder jaar opnieuw ruim 2 miljard euro moet worden uitgetrokken om de problemen van de toenemende droogte in de ene periode en de forse wateroverlast in de andere periode op te lossen. Let wel: dat komt neer op circa 275 euro per huishouden. Ieder jaar opnieuw.

Alleen al dit effect van de klimaatverandering zou eigenlijk bij iedereen tot een groot gevoel van urgentie moeten leiden. Maar daar blijkt in de praktijk bar weinig van. Bij verschillende overheden, instanties en het bedrijfsleven zie ik de bereidheid om in actie te komen, maar vaak speelt ook een gebrek aan kennis. De individuele burger op zijn beurt weet vaak niet eens dat je als eenling wel degelijk iets kunt uitrichten en zeker ook dat je de gevolgen ervan kunt opvangen.

Helaas valt er ook in de verkiezingsprogramma’s op dit punt weinig meer te lezen dan dat ‘we’ er de komende jaren meer werk van zouden moeten maken. Dat kan wel wat krachtiger, denk ik dan op mijn beurt. Het wordt hoog tijd om de impasse te doorbreken. We zijn in Nederland al een tijd bezig met bewustwording. Kennelijk slaat dat niet aan. Met de softe, voornamelijk op vrijwilligheid gebaseerde collectieve aanpak die tot nog toe is gehanteerd, komen we ook nergens. We moeten zo snel mogelijk na de verkiezingen gaan voor de individuele benadering, met enerzijds een uitgebreid pakket aan concrete stimuleringsmaatregelen op huishoudensniveau en anderzijds een fikse stok achter de deur.

Tevens moet de overheid het goede voorbeeld geven met een ‘groen tenzij’-aanpak met semiverharde bestratingen, meer groen en waterbuffers in de openbare ruimte. Hiermee groeit de bewustwording van burgers.

Hoewel hij zichzelf daar niet van bewust is, kan juist de individuele burger heel veel doen om de problemen van en de kosten voor het collectief drastisch te beperken. Bijvoorbeeld door te kiezen voor een bestratingsarme tuin, groene daken en regentonnen, waardoor het water op locatie kan worden verwerkt en er geen dure voorzieningen in de openbare ruimte hoeven te worden getroffen.

Maatregelen die zeker niet de hoofdprijs hoeven te kosten. En die door de overheid, het bedrijfsleven en de financiële sector ook eenvoudig kunnen worden gestimuleerd. Zo zou een klein percentage van de jaarlijkse WOZ-belasting kunnen worden geoormerkt als investeringsbudget, wat ook daadwerkelijk van de aanslag wordt afgetrokken als de investering eenmaal is gedaan. Het bedrijfsleven op zijn beurt kan ervoor zorgen dat er panklare actiepakketten op de markt komen waarmee burgers snel, goedkoop en eenvoudig het werk kunnen laten doen. En mocht de prijs daarvan toch nog het beschikbare budget overstijgen, zouden de banken moeten klaarstaan met een goedkoop financieringsarrangement.

Vergeet echter tegelijkertijd de stok achter de deur niet. Wanneer mensen ondanks alles toch niet in actie komen, dan zouden zij daartoe moeten worden verplicht. Bijvoorbeeld met belastingmaatregelen of een verplicht klimaatlabel . Dan treft het de individuele bewoner in de portemonnee. Dat vergroot het bewustzijn direct. Wees ervan overtuigd dat we in zo’n situatie uiteindelijk allemaal in beweging zullen komen.

‘Karakus in de wijk’ is een serie columns van Hamit Karakus, algemeen directeur van Platform31 in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen 2017. Dit is de 4e column in de serie.