Buurtwerkplaats Noorderhof sleutelt sociaal ondernemerschap

Vijf jaar geleden kwam de Buurtwerkplaats op het braakliggende terrein Noorderhof van de grond als sociaal experiment voor een leefbaarder Amsterdam Nieuw West. Er werd een loods neergezet waar buurtbewoners met gezamenlijk gereedschap konden klussen. Nu de gemeente voor 10 jaar heeft bijgetekend, manifesteert het project zich steeds meer tot een sociale onderneming. Stichting Young Designers, Sander Borsje en Tobias Krasenberg brachten die beweging op gang. Directeur Peik Suyling vertelt over de maatschappelijke opbrengst van dit project en over de toekomstplannen van de Buurtwerkplaats.

Suyling is een social designer. Wat naar eigen omschrijving vooral betekent dat hij maatschappelijke vraagstukken als uitgangspunt neemt voor zijn ontwerpvraag. “Wat mij betreft is een social designer iemand die zijn talent en creativiteit inzet voor de vernieuwing van sociale- en stedelijke processen.“ Zo ontstond ook de Buurtwerkplaats in Amsterdam Nieuw West. “Met de oprichting van de Buurtwerkplaats wilden we allereerst ondervinden hoe de dynamiek in de buurt kan uitgroeien tot een buurtwerkplaats met veel activiteiten. Daarnaast wilden we graag weten wat de succes- en faalfactoren zijn van een zelforganisatieproces. Vanuit Young Designers waren we al eerder kwartiermaker bij sociale projecten in dit stadsdeel. Vandaar dat we door de gemeente werden gevraagd of we een participatief project konden organiseren rondom de opening van een natuurspeelplaats. Noorderhof werd als locatie aangewezen voor het organiseren van workshops en bijeenkomsten. Vanuit het netwerk dat ontstond, bedachten we een Buurtwerkplaats met ruimte voor iedereen die wil klussen.”

buurtwijkplaats-4

Informele stadsontwikkeling

Het idee bleek een gouden zet voor het van de grond krijgen van burgerparticipatie. “Het allermooist aan een initiatief als de Buurtwerkplaats is dat we op microniveau doen aan stadsvernieuwing. We creëren een netwerksamenleving in de buurt, van bewoners die het heft in eigen hand nemen. Doordat we klein beginnen, zien we bovendien scherper wat wel en niet werkt. Ook zegt de aard van dit soort bottum up-processen veel over de wijze waarop we met stedelijke ontwikkeling kúnnen omgaan. Zijn we traditioneel gewend om via formele stadsontwikkeling een plan te maken en uit te voeren, bij informele stadsontwikkeling zijn visie en ideeën van buurtbewoners het uitgangspunt voor de inrichting van hun leefomgeving. Inmiddels worden deze ideeën ook echt gehoord door de gemeente Amsterdam. Nu zij ziet hoe de stad zich ook op deze manier kan ontwikkelen, ontstaat er meer ruimte voor sociale ondernemingen die elkaar kunnen aanvullen en versterken.”

Ruimte voor improvisatie

Natuurlijk kent de transformatie van buurtinitiatieven tot sociale ondernemingen ook de nodige randvoorwaarden. Volgens Suyling werkt een te resultaatgerichte houding niet. Ook moeten sociale ondernemingen geen grote stappen verwachten op korte termijn. “Het is bijvoorbeeld lastig om kwantitatieve normen te verbinden aan successen. Er moet ruimte zijn voor improvisatie: kies een andere koers op het moment dat die meer levensvatbaar blijkt. En er is tijd en rust nodig om het een en ander uit te zoeken. Tot slot: om een burgerinitiatief als de Buurtwerkplaats levend te houden, moeten betrokkenen hun verantwoordelijkheid kunnen en willen nemen voor verdere groei.”

“In het geval van de Buurtwerkplaats was de aanleiding het wegnemen van sociale onrust op een braakliggend parkeerterrein. Iedereen wist vooraf dat er op termijn gebouwd zou worden. Desondanks wilde na drie jaar niemand meer dat de Buurtwerkplaats verdween. In samenwerking met het Sloterparkbad vonden we een alternatieve locatie in de buurt waar de Buurtwerkplaats de komende tien jaar mag blijven. Alleen al het feit dat we dit samen voor elkaar kregen, leverde veel energie op in het netwerk van buurtbewoners. Zij realiseren zich dat ze in staat zijn om met elkaar een initiatief van de grond te krijgen en kunnen opschalen naar een formele locatie in het bestemmingsplan.”

3.000 uur vrijwilligerswerk

Wat de Buurtwerkplaats voor Suyling persoonlijk succesvol maakt, is de drive van een grote groep gemotiveerde mensen. “In 2015 staken vrijwilligers maar liefst 3.000 uur in de bouw en inrichting van de Buurtwerkplaats en het verzamelen van gereedschap. Dat is heel bijzonder. Hadden we dit moeten financieren, dan was de Buurtwerkplaats er nooit gekomen. Natuurlijk was er geld nodig uit het onderzoeksbudget voor Ecologie van de stedelijke vernieuwing, de gemeente Amsterdam en stichting DOEN. Daarmee konden we een unheimliche plek weer leefbaar maken. De vraag is nu: in hoeverre moet de Buurtwerkplaats de komende tien jaar nog afhankelijk zijn van deze stimuleringsfondsen? Naar verwachting blijft ondersteuning van maatschappelijk geld altijd nodig, mede omdat veel burgerinitiatieven zich lastig laten vangen in businessmodellen. Tegelijkertijd lukt het de Buurtwerkplaats om ook eigen inkomsten te genereren met projecten, evenementen en opdrachten.”

Om op eigen benen te kunnen blijven staan, is ook ondernemerschap nodig. “Zo zijn we voor de Regenboog Groep, een organisatie die kwetsbare Amsterdammers opvang en structuur biedt, sinds kort officieel een locatie voor dagbesteding. En vanuit een coalitie van zes partijen in Amsterdam-West, waaronder emancipatiecentrum Vrouw en Vaart, mannencentrum Daadkr8 en diverse Vluchtelingencentra in de stad, werken we aan gezamenlijke ontwikkeling van producten die we in de markt kunnen zetten. Daarbij zet ieder zijn eigen know how en middelen in.”

Meer informatie

over het project Ecologie van de Stedelijke Vernieuwing