Binnenstadsproject werpt vruchten af

Interview met Maarten van ‘t Hof, duoraadslid Bergen op Zoom

Door Erwin Riedstra, Platform31

Maarten van ’t Hof kwam vier jaar geleden vanuit de Rotterdamse regio naar Bergen op Zoom. Met de politieke ervaring die hij in zijn vorige woonplaats had opgedaan kon hij direct aan de slag als duoraadslid. Als nieuwe bewoner van de stad had hij veel waardering voor de historische pareltjes van de binnenstad, zoals de Grote Markt, het stadhuis en de Sint-Gertrudiskerk. Tegelijkertijd zag hij dat de kwaliteit van de binnenstad enorm achteruit ging. “De ene na de andere winkelketen sneuvelde, winkeliers vertrokken en de leegstand nam toe. Overal vielen gaten in de binnenstad.” Vanuit zijn rol als duoraadslid zette Van ‘t Hof in 2015 een binnenstadsproject op touw in de vorm van een raadsinitiatief. In Bergen op Zoom wordt het inmiddels zichtbaar dat het initiatief zijn vruchten begint af te werpen: er zijn recent zo’n twintig unieke winkeltjes bijgekomen. “Mijn jarenlange ervaring als organisatieadviseur én brandweerman heeft me goed geholpen om in Bergen op Zoom het nodige voor elkaar te krijgen. De Rotterdamse mentaliteit van ‘niet lullen maar poetsen’ blijkt ook hier prima te werken.”

Openheid en betrokkenheid

Van ‘t Hof: “Het was eigenlijk voor iedereen een verademing dat iemand de kat de bel aanbond. Als individuele politicus of als fractie signaleer je een probleem vaak wel, maar is de oplossing niet altijd duidelijk. Omdat ik van buiten kwam, had ik niet te maken met gevoeligheden met de omgeving. Dat was een zegen in dit geval. Zou ik hier helemaal zijn ingebed, dan had ik allemaal vriendjes, belangen en partijen om rekening mee te houden.” Het succes van het traject schuilt volgens Van ’t Hof dan ook juist in de open aanpak. “Het begint met openheid, luisteren en accepteren dat mensen anders kunnen denken. En dan proberen een gemeenschappelijke grond te vinden. In het hele proces, waarbij ik zes maanden intensief betrokken ben geweest, stond voor mij niks vast. Als brandweerman neem je ook niet aan van wat voor brand sprake is. Dat ondervind je pas op het moment dat je aankomt. Dan ga je eerst voelen, zien, horen en informatie vergaren. Pas daarna besluit je hoe je de brand gaat bestrijden. Daarnaast voelen mensen dat ik écht betrokken ben bij de binnenstad en dat ik hier niet bezig ben om politiek gewin te halen.”

Katalysator

“Wat je dikwijls ziet in het politieke bedrijf is: dit is van mij en hier wil ik mee scoren. Laat een ander er vooral niet mee weglopen”, vertelt Van ’t Hof. “Zo hebben we het in dit geval niet ingestoken. Ik werd daarin gesteund door mijn fractie. De fractievoorzitter vond het bijvoorbeeld een prima idee om een binnenstadsproject te starten. Hij sprak zijn steun uit en was ook tijdens het planvormingsproces mijn sparringpartner. In de uitvoeringsfase is dat vooral de wethouder. Die heeft dezelfde drive als ik om de binnenstad te verbeteren. Zonder mijn fractievoorzitter en de wethouder was het project waarschijnlijk niet zo ver gekomen. Zonder hulpbronnen ben je eenzaam en dat leidt tot het maken van fouten omdat je niet gecorrigeerd wordt. Je hebt sparringpartners nodig, zeker in zo’n ingewikkeld proces als binnenstadsmanagement. Het is echt niet alleen mijn verdienste geweest. Ik was denk ik wél de katalysator”, aldus Van ’t Hof.

Hoorzittingen

Van ’t Hof: “Het stond voor mij als een paal boven water dat ik moest beginnen met hoorzittingen. Eerst luisteren en ontdekken wat er aan de hand was. Voor de hoorzittingen nodigden we allerlei verschillende groepen uit: stakeholders uit de retail, horeca, mobiliteit (taxibedrijven etc.) en de culturele sector. Ook gingen we in gesprek met vastgoedeigenaren en ouderen. Ongeveer 120 mensen bezochten de hoorzittingen. Zo ontstond een beeld van wat de mensen dwarszat en wat zij zagen als belemmeringen voor een succesvolle binnenstad. Overigens deden aan de hoorzittingen alle zittende fracties mee.”

“Bepaalde kritiek kwam steeds weer terug tijdens de hoorzittingen: de bureaucratie, het korte termijn beleid en het integriteitsvraagstuk. Oftewel: de gemeente maakte om de haverklap plannen en er werden beleidsnota’s geschreven, maar van opvolging en uitvoering was weinig sprake. Ook zou het ontbreken aan overkoepelend beleid en een gezamenlijke visie op de binnenstad. Het integriteitsvraagstuk had betrekking op het gevoel bij de mensen dat de gemeente bepaalde personen onterecht bevoordeelde. Uit de hoorzittingen kwam dus vooral veel frustratie, gebrek aan vertrouwen én het signaal dat we heel snel bestendig beleid moesten gaan voeren.”

”Met steun van de fractie heb ik in het voorjaar van 2015 een initiatiefvoorstel geschreven. De opbrengst uit de hoorzittingen vormde de basis van het voorstel.” Van ’t Hof: “Maar als raad kun je het voorstel niet daadwerkelijk tot uitvoering brengen. Daarmee pak je een rol die je als raad niet hebt. In de bijlage van het raadsvoorstel gingen we daarom diep in op de problematiek en schetsten we een vrij duidelijk beeld van de kant die we als raad op wilden. De suggesties, die gedeeltelijk in het gebied van de uitvoering vielen, gaven we mee aan het college. Een belangrijke suggestie was om het probleem van de binnenstad in de volle breedte aan te pakken. Door niet alleen de focus op retail te leggen, maar ook te kijken naar horeca, dienstverlening, wonen in de binnenstad, de sociale inbedding van ouderen en gehandicapten etc.” In oktober 2015 is het voorstel in de raad behandeld en unaniem aangenomen.

Stadslab

Het Stadslab is de concrete uitwerking van het binnenstadsplan van Van ’t Hof. Om dat in de vorm van een Stadslab te doen was een idee van de wethouder. Op jaarbasis is hier vijf ton voor vrijgemaakt voor een periode van drie jaar. Het Stadslab, gevestigd in een pand op de Grote Markt, fungeert als de paraplu boven allerlei gebiedsontwikkelingsprojecten.

Wat is het Stadslab?

De mensen van het Stadslab bewegen zich dwars door de gemeentelijke organisatie heen en weten precies wie ze voor welk probleem moeten benaderen. Dat is een enorme verbetering, want ambtelijk en politiek gezien was Bergen op Zoom in hokjes verdeeld. Als verbindende factor binnen de gemeente functioneert het Stadslab ook als ondermijner van de bureaucratie en heeft het een opvoedend effect voor de overige ambtenaren van de gemeente. En het werkt, want er zit politieke druk achter: het gemeentelijk apparaat betrekt het Stadslab nu zelfs bij beleidsontwikkelingen.

In het Stadslab kan iedereen vrij binnenlopen. De wethouder houdt daar spreekuur. Er is een retailacademie opgericht die nadenkt over succesvolle winkelformules en mensen opleidt van winkelier tot ondernemer. Van ’t Hof: “In de binnenstad hebben we nog te veel winkeliers en te weinig ondernemers. Het verschil? Een winkelier wacht op de gebraden duiven die binnenvliegen, oftewel die gaat zitten wachten op klanten. Een ondernemer denkt na over nieuwe concepten waarmee hij klanten aan zich weet te binden.” In het Stadslab wordt dus ook nagedacht over nieuwe winkelconcepten. En er wordt gediscussieerd en onderhandeld met vastgoedeigenaren. “Als ik zie hoe het Stadslab functioneert dan denk ik dat deze vorm een heel goede keuze is geweest. Met het Stadslab zijn we in staat de binnenstad weer op gang te brengen.”