“Bij clusterorganisaties draait het vooral om vertrouwen en het verbinden van partijen”

In de publicatie Cluster Governance worden zeven lessen voor clusters in de praktijk gepresenteerd op basis van wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd door de Radboud Universiteit. Eén van de lessen is het identificeren en inzetten van civic entrepreneurs. Deze personen kunnen een belangrijke rol spelen in een cluster, omdat zij de taal van de verschillende betrokken partijen spreken en op verschillende niveaus snel kunnen schakelen. Ook komen elf deskundigen aan het woord die vanuit de overheid, het bedrijfsleven of vanuit kennisorganisaties bij clusters en clustervorming betrokken zijn. Op basis van hun ervaringen in de stedelijke en regionale praktijk vertellen zij wat je vooral wel of juist niet moet doen om succesvolle clusters van de grond te krijgen. Eén van hen is Thomas Grosfeld, werkzaam bij VNO-NCW en MKB Nederland. We spreken hem over clusterorganisaties, beleidsconcurrentie en het stimuleren van innovatie.

Voorkom beleidsconcurrentie

Grosfeld benadrukt dat clusters wel regionale zwaartepunten hebben, maar niet altijd helemaal specifiek verbonden zijn aan één regio. Het hightech cluster zit nu eenmaal niet alleen in Eindhoven, maar ook in andere steden. Door de regionale spreiding van een cluster moet worden voorkomen dat er beleidsconcurrentie ontstaat. “Regio’s moeten niet met elkaar gaan concurreren of postcodebeleid gaan voeren. Zij moeten het vertrek van een bedrijf naar een andere regio in Nederland niet als een groot verlies zien. Het is juist van belang dat regio’s elkaar opzoeken en proberen overeenstemming te bereiken. Dit zijn vaak moeilijke processen waarbij er van bestuurders gevraagd wordt om over hun eigen schaduw heen te stappen”. Tussen een aantal universiteiten vindt nu al afstemming plaats over het aanbod van bachelor- en masteropleidingen via bijvoorbeeld sectorplannen. “Op deze manier wordt voorkomen dat universiteiten hetzelfde aanbod hebben, terwijl door middel van afstemming er nu meer gespecialiseerde masteropleidingen kunnen worden aangeboden”.

Overheid- of marktgedreven clusters

Het is belangrijk om onderscheid te maken in de rijpheid van een cluster; sommige clusters zitten nog in de opstartfase, terwijl andere clusters al veel verder ontwikkeld zijn. Om clusters met elkaar te vergelijken moet hier rekening mee worden gehouden. Ook moet er kritisch naar de inhoud van het cluster gekeken worden. “Je moet als overheid geen clusters uit de grond willen stampen. Ik ken weinig voorbeelden waar dit succesvol is geweest”. Clusters die gedreven zijn door de markt vindt Grosfeld een positieve ontwikkeling. “Eigenlijk moeten clusters getoetst worden op de bereidheid van ondernemers om erin te investeren. Als deze bereidheid ontbreekt, kun je je afvragen of het verstandig is om een clusterorganisatie op te richten. Het bedrijfsleven gaat zich meestal organiseren als hier noodzaak toe is. Met name het MKB zoekt elkaar dan op en verenigt zich in spontane samenwerkingsverbanden. Hier kan door middel van een clusterorganisatie op ingespeeld worden”.

Spanning Rijk en regio

Grosfeld merkt op dat er een zekere spanning is ontstaan in de relatie tussen het Rijk en de regio’s. “Het Rijk is de afgelopen jaren financieel uitgekleed, maar richt zich nog steeds sterk op het uitrollen van een strategie en het opstellen van een nationale agenda. In tegenstelling tot het Rijk hebben regio’s nu veel meer geld te besteden en bepalen zij grotendeels een eigen strategie”. Het nationale en regionale beleid staat hierdoor vaak ver van elkaar af en het is de crux om dit samen te laten komen. Het is van belang dat de verschillende initiatieven beter op elkaar worden afgestemd.

Financieringsvraagstuk

De financiering van innovatiestimulering en van clusters blijft een ingewikkeld vraagstuk. Momenteel wordt er vaak gesproken over revolverende fondsen, waarbij de financiering zichzelf terugverdiend. “Maar het is moeilijk om clusters op korte termijn revolverend te krijgen”. Nieuwe Europese programma’s bieden mogelijkheden, omdat er sterk wordt ingezet op innovatie, maar de slagingskans is laag. “Horizon2020 is nog teveel gericht op kennisinstellingen en te weinig op het bedrijfsleven, ondanks de goede intenties. Het bedrijfsleven, zeker het MKB, kan vaak alleen op initiatieven meeliften, maar zal de kosten en baten altijd tegenover elkaar afwegen”. In principe zorgen beleidswijzigingen, zoals het invoeren van het Topsectorenbeleid, per definitie voor veel vertraging. Door dergelijke wijzigingen gaat er veel tijd verloren aan het maken van nieuwe roadmaps. Het is nu dus zaak koers vast te houden en niet weer alles te veranderen.

MKB in het Topsectorenbeleid

Met de invoering van het Topsectorenbeleid is er voor het MKB veel veranderd. Zij krijgen nu minder directe subsidies en worden gevraagd om mee te financieren in de kennisontwikkeling. Daar staan wel ruimere fiscale instrumenten tegenover waar het MKB veel gebruik van maakt. De toeslag voor Topconsortia voor Kennis en Innovatie, de TKI-toeslag, is niet altijd bruikbaar, omdat het MKB vaak een ‘in kind’ bijdrage prefereert boven een ‘in cash’ bijdrage. De meeste MKB bedrijven kunnen zich geen grote financiële bijdrage veroorloven, maar zijn wel bereid om er tijd en energie in te steken. De instrumenten van Pieken in de Delta en de innovatieprogramma’s pakten volgens Grosfeld beter uit voor het MKB wanneer het gaat om R&D samenwerking. Zonder cofinanciering van de overheid is het toch lastig om zulke samenwerkingsverbanden, tussen meerdere partijen, in stand te houden. De MKB-innovatiestimulering Topsectoren, de MIT-regeling, zou deze rol over kunnen nemen, maar kent nu nog een beperkt budget.

Samenwerking bedrijven

Grosfeld merkt op dat het voor bedrijven eenvoudiger is om samen te werken binnen een cluster en elkaar iets te gunnen, wanneer het verder van de markt af staat. “Je ziet dat bedrijven samen werken en samen investeren in fundamenteel onderzoek of generieke technologieontwikkeling, zoals nieuwe technologieën rondom chemische processen. Voor een sector is dit een belangrijke ontwikkeling en dan zijn ze bereid om op dit punt samen op te trekken en elkaar naar een hoger niveau te tillen. Maar als het aankomt op wat bedrijven nu echt onderscheidend van elkaar maakt, op de toegevoegde waarde, dan merk je dat samenwerking minder vanzelfsprekend is. Samenwerking vindt dan eerder plaats tussen bedrijven uit verschillende sectoren, omdat ze niet direct met elkaar concurreren. Toch gebeurt het ook dat twee concurrenten met elkaar samenwerken binnen hetzelfde cluster. Vaak gebeurt dit als de bedrijven beseffen dat zij het zelf niet alleen kunnen of als zij de hete adem van het buitenland in hun nek voelen. Dan worden er slimme constructies verzonnen, zoals het oprichten van een joint venture waarin er ingezet wordt op een bepaalde ontwikkeling. Maar hoe dichter bij de markt, hoe ingewikkelder de samenwerking meestal wordt”.

Clusterorganisatie

Clusterorganisaties zijn van belang, omdat er vaak behoefte is aan een betrouwbare ‘derde partij’. “Dit kan vaak geen bedrijf zijn, omdat zij de schijn hebben om vooral aan zichzelf te denken. Dit kan wel een overheid zijn, maar meestal is het handiger als het een derde onafhankelijke partij is. Bij clusterorganisaties draait het vooral om vertrouwen en het verbinden van partijen. De organisatie moet ook niet te groot zijn, omdat zij iedereen moeten kennen en moet weten waar ze het over hebben”.

Belang van regio’s

Regio’s kunnen een belangrijke rol spelen bij innovatiestimulering. Er zijn verschillende goede voorbeelden van succesvolle incubator projecten, zoals YesDelft!, de incubator van de Technische Universiteit Delft. “Ik vind dat de universiteiten hier goede stappen maken. Maar we zouden ook de hogescholen veel beter moeten gaan benutten. Hier zijn namelijk veel regionale verbindingen mogelijk”. Daarnaast kunnen overheden een belangrijke rol spelen bij de fysieke clustering van bedrijven en (kennis)instellingen op bijvoorbeeld campussen. Zo kunnen bedrijven eenvoudig faciliteiten met elkaar delen en daarnaast kunnen zij hoge ontwikkelkosten, bijvoorbeeld van laboratoriums, samen financieren.

Meer informatie

Download of bestel de publicatie Cluster Governance

Deze publicatie is één van de producten van het onderzoek “Help een piek?! Sturen op innovatie door middelgrote gemeenten” uitgevoerd door de Radboud Universiteit. In dit onderzoeksproject is ingezoomd op drie clusters in Nederland, namelijk het cluster watertechnologie in Leeuwarden, Health Valley in Nijmegen en de WTC Twente Energy Group in Twente. Het onderzoek maakt deel uit van het ‘Kennis voor Krachtige Steden’ – onderzoeksprogramma van Platform31