Aanpak aanloopstraten: vallen, opstaan en een ‘pietsie geluk’

Hard werken, experimenteren, heldere positionering en een ‘pietsie geluk’. Ze zijn de oplossing voor de aanpak van de veranderende Nederlandse aanloopstraten. Dit was de conclusie van de eerste expertmeeting van het experiment Aangename aanloopstraten op 8 oktober 2015. Aanloopstraten zijn een zorgenkindje van de Nederlandse binnensteden. Tot nu toe althans, want dankzij het experiment – dat loopt tot eind 2016 – staan ze straks letterlijk en figuurlijk weer op de kaart.
pop-up

Gemeenten: keuzes, helderheid en lef

“Momenteel zijn aanloopstraten een maatschappelijk discussiepunt”, stelt Hamit Karakus, directeur van Platform31. “Het is een uitdaging om tot een (proces)aanpak te komen en verschillende ‘technische’ discussies te beslechten.” Zo zijn aanloopstraten van oudsher vaak winkelstraten die het aanloopgebied – de aders – zijn naar het centrum. Door het veranderende retailklimaat, winkels die verdwijnen of opschuiven naar het centrum, ontstaan leegstand en leefbaarheidsissues. We moeten dus opnieuw kijken naar de functie(s) van deze straten.”

Volgens Karakus zijn de experimenten, zoals Platform31 die begeleidt, een belangrijke voedingsbodem voor innovatie. Het geeft ambtenaren en bestuurders, een kans om out-of-the-box te denken en te doen. “Belangrijke rode draad is dat gemeenten keuzes maken. Natuurlijk zijn de meningen van bewoners, ondernemers en eigenaren belangrijk, maar de gemeente moet de knoop doorhakken, een visie hebben, een positie innemen en aanjagen. Je kunt het niet alleen aan ondernemers of eigenaren overlaten.

Hete aardappel

Joost Nicasie van Areaal Advies mengt zich dagelijks in het krachtenveld van stakeholders in winkelgebieden. “Het probleem met veel aanloopstraten is dat de toekomst ervan als een soort hete aardappel aan elkaar wordt doorgegeven”. Hij schetst wat een gemeente kan doen om aanloopstraten weer aantrekkelijk te maken. Scherpe keuzes zijn hierin noodzakelijk: gaan we passief of actief te werk? En wat betekent dat dan? De invloed van een gemeente is voorwaardescheppend, bijvoorbeeld door middel van het bestemmingsplan. En de gemeente kan schaken met centrumfuncties: het schuiven met haar ‘publiekstrekkers’, zoals een theater of gemeentekantoor of bronpunten in de binnenstad. Belangrijk is daarnaast om zowel zichtbare als onzichtbare economie te onderscheiden”, vindt Nicasie. Zichtbaar zijn de meeste winkeliers, onzichtbaar zijn veel zzp’ers met actieve netwerken in de stad. Beiden kunnen volgens hem een belangrijke rol hebben in een aanloopstraat als ze zich mobiliseren. Zo ontwikkelde de gemeente Schiedam, deelnemer van het experiment, samen met ondernemers een digitale kaart waarmee ondernemers/zzp’ers elkaar kunnen vinden.

Wortel en stok

Bij transformatie is het goed om te realiseren dat het ‘Ei van Columbus’ niet bestaat, het is maatwerk. Doe een goede analyse, breng partijen bij elkaar, ontwerp en start desgewenst een passend participatieproces (het is geen verplicht nummer), onderzoek de belangen, bepaal de potentie of het profiel van een straat, kies voor een wortel- of stokmethode (overtuig met een inspirerende visie of laat de probleemeigenaar voelen dat hij probleemeigenaar is) en start een pandsgewijze aanpak (begin ergens).

Zaanstad en Den Helder staan voor de keuze van ‘wortel of stok’. Hoe kunnen ze eigenaren laten voelen dat er iets moet gebeuren? Zoals Karakus eerder zei: een beetje lef mag best. Dat is ook de conclusie van de deelnemers. Als mogelijke oplossingen noemen ze: een leegstandsverordening, aanschrijven van eigenaren, de mate van medewerking in procedures en het betrekken van de pers.

‘Relatietherapie’

De gemeente Helmond vraagt zich af hoe zij het proces rondom het ontwikkelen van de nieuwe centrumvisie het beste kunnen inrichten. Er moet een balans zijn tussen een kwalitatief scherp plan versus een visie met veel draagvlak. Nicasie: “Wie echt iets voor elkaar wil krijgen, moet hierin investeren, de feiten op een rij hebben en keuzes maken”. In zo’n proces is dat ‘pietsie geluk’ soms ook welkom, zoals het treffen van de juiste ondernemer. Ga ervan uit dat dit een proces is wat langdurig aandacht, vertrouwen en middelen vraagt. En soms moet er nog wat ‘relatietherapie’ plaatsvinden.

Vanuit Hilversum was een betrokken pandeigenaar aanwezig met veel enthousiasme over ontwikkeling van de Havenstraat. De gemeente vraagt zich af hoe zij met beperkte capaciteit toch kunnen ondersteunen. “Kleine acties die snel resultaat opleveren zijn belangrijk om het vertrouwen op te schroeven”, benadrukt Nicasie. “Dit kan al zo simpel zijn als het plaatsen van prullenbakken in de straat.” Of het ondersteunen van kleine ludieke acties die door ‘the coalition of the willing’ worden georganiseerd en aandacht in de media als vliegwiel gebruiken. Het momentum levert voorwaartse energie op. Daar kan (en moet) een gemeente gebruik van maken.

Local hero

Rico Zweers en Niels de Vries Humèl van De Mannen Van Schuim (DMVS) bieden een verfrissende blik in hun wereld van conceptwikkeling en positionering. Zoals het voorbeeld van Werf07, een nieuwe stadswijk die in de haven van Scheveningen verrijst. DMVS werd als niet-makelaars gevraagd voor de verkoop van woningen. Ze kozen uitsluitend voor verkoop via internet (google en social media). Daarnaast positioneerden ze het gebied in plaats van de woningen. Op die manier creëerden ze een grotere groep (potentiële) kopers, ambassadeurs en fans. Dit lijkt een mooi voorbeeld voor de aanpak van aanloopstraten. Mechanismen voor het vinden, aantrekken en overtuigen van de (juiste) klant zijn te vinden in de marketingwereld, zoals ZMOT (Zero Moment of Truth) en het BSR-model voor doelgroepen (zie ook de links onderaan dit artikel).

Volgens Zweers en De Vries Humèl is het belangrijk om als gemeente op zoek te gaan naar ‘local hero’s’: ondernemers, bewoners of eigenaren die zich (samen) inzetten voor een idee, straat of gebied. Zij kunnen een ontwikkeling trekken. Om te voorkomen dat een proces negatief uitpakt, is het belangrijk om deze voorwaartse energie als gemeente (ambtelijk en bestuurlijk) te ondersteunen en de weg vrij te maken voor initiatief. Advies is ook om in een straat of gebied – neem de Hoogstraat in Schiedam – de energie toe te trekken naar hot spots en niet alles tegelijk willen doen. In kaart brengen waar wat gebeurt, is een manier om overzicht te krijgen en verbinding tot stand te brengen.

Een andere tip: zie verandering als een continue factor in een (her)ontwikkelingsproces. Waar we in het verleden veel meer in blauwdrukken dachten, gaat het – door de snelle veranderende context – tegenwoordig om flexibiliteit en aanpasbaarheid. Voor gemeenten en beleggers is dit misschien wel de meest belangrijke aanbeveling, ook voor de aanpak van een aanloopstraat. De vallen-en-opstaan-mentaliteit moet (en kan) meer in de gemeentelijke werkwijze worden geïmplementeerd. Bestuur en ambtenaren moeten ruimte creëren om te durven uitproberen in een tijd waar niet alles meer vaststaat en geëigende methoden niet altijd meer werken. Daar zijn de aanwezige ambtenaren, pandeigenaren en ondernemers het over eens. Laat dit experiment een mooie opmaat zijn naar een meer experimenterende werkwijze!


Contact

Arjan Raatgever

Arjan Raatgever

Senior projectleider

06 57 94 39 38

Over het experiment Aangename aanloopstraten

Het experiment Aangename aanloopstraten startte in het voorjaar van 2015 en is een initiatief van Platform31, 11 deelnemende gemeenten/regio (Alkmaar, Castricum, Cuijk, Den Haag, Den Helder, Helmond, Hilversum, Schiedam, Tilburg, Zaanstad, Parkstad Limburg), het G32-stedennetwerk, het ministerie van BZK en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De aanleiding van het experiment ligt in het veranderende retailklimaat, de ontwikkelingen rondom compactere binnensteden en de hulpvraag van gemeenten bij het ontwikkelen van een nieuwe aanpak voor het complexe dossier van veranderende aanloopstraten.

Platform31 organiseert meer rond winkelgebieden en binnensteden, onder andere: