Aanloopstraten verdienen meer dan een make-over: investeer in de fysieke ruimte!

Ook de fiets verdient een plek in de aangename aanloopstraat

In de 5e expertmeeting van het Platform31-experiment Aangename aanloopstraten in Zaandam stonden de thema’s openbare ruimte en fysieke elementen centraal. Een eerste opwekkende conclusie: eenvoudige fysieke ingrepen in de openbare ruimte of het gevelbeeld – het ‘laaghangend fruit – kunnen al fungeren als belangrijke ‘drivers of change’ in aanloopstraten. Maar bij simpele ingrepen moet je niet stoppen: het is belangrijk om de relatie tussen fysieke ingrepen en het (toekomstig) gebruik van aanloopstraten verder uit te diepen, zeker als herbestemming of transformatie van een aanloopstraat het streven is. De fysieke inrichting van een straat heeft immers een grote invloed op de identiteit, bereikbaarheid en de functie(s) van een aanloopstraat.

Nieuw leven uit gestolde dromen

De ‘belevingswaarde’ speelt een steeds belangrijkere rol bij succesvolle herbestemming van stedelijke gebieden, en zeker van aanloopstraten. Cultureel erfgoed, of, zoals Frank Strolenberg van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) het formuleert in zijn presentatie, “de gestolde dromen en ambities van mensen”, zijn ideale identiteitsdragers, juist als een gebied in verandering is. “Zet in op de profilering van aanloopstraten door te investeren in bijzondere panden en historische elementen in de omgeving”.

Vaak wordt erfgoed gezien als een ‘zachte’ sector door de link met cultuur en identiteit, vertelt Strolenberg, maar hij ziet het zelf als ‘harde’sector. Het gaat om investeringen in vastgoed, gerelateerd aan het bankwezen en de bouw- en vastgoedwereld. De belevingswaarde van vastgoed wordt steeds belangrijker, en dit vraagt om meer kennisuitwisseling tussen erfgoedsector, de reguliere vastgoedsector en economische sectoren, zoals de retail en horeca. De belevingswaarde van erfgoed, die wordt veroorzaakt door herinneringswaarde, schoonheid en (een gevoel van) authenticiteit, vertaalt zich in aantrekkingskracht voor consumenten, ondernemers en investeerders. Dit zorgt voor waardevermeerdering van gebieden. Ook kan investeren in erfgoed de sociale cohesie in een gebied vergroten, door het versterken van een gedeelde identiteit onder bewoners en ondernemers.

‘Wij zijn zo uniek’

Een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van meerwaarde met cultureel erfgoed is dat de focus die wordt gekozen, past bij de identiteit van de straat of de stad als geheel. “Je onderscheiden van andere steden is belangrijk, maar dat is niet hetzelfde als gewoon maar roepen: ‘Wij zijn zo uniek.’”, aldus Strolenberg. Een échte verbinding tussen het oude en het nieuwe, op het juiste schaalniveau, is cruciaal. Hij haalt als goede voorbeelden de projecten Des Beemsters (Bureau Venhuizen) en OpBuuren in Maarsen (Bureau LS4sale) aan. Kun je in relatief jonge steden ook werken aan identiteitsvorming met cultureel erfgoed? Strolenberg denkt van wel. “Overal zijn bijzondere historische of culturele elementen te vinden en te koesteren, zo niet op de plek zelf, dan wel in de regio.“ De rondleiding door gaststad Zaanstad laat zien dat speelse referenties aan het verleden van de regio ook sterk kunnen bijdragen aan identiteit en aantrekkingskracht van het centrum. De volgende uitdaging is om ook aanloopstraat Westzijde een duidelijker identiteit mee te geven. Een aanloopstraat hoeft zich overigens niet per se te richten op het cultuurhistorisch profiel van de binnenstad als geheel. Juist de colour locale en specifieke geschiedenis van veel aanloopstraten, leent zich soms misschien wel meer voor een specifieke, éigen cultuurhistorische identiteit.

Weet wat je hebt…

Bij de inrichting van aanloopstraten is het niet alleen van belang om aan te sluiten bij de (historische) identiteit van de straat, maar ook om voldoende rekening te houden met de huidige ruimtelijke en functionele mogelijkheden van de straat. Astrid Kockelkoren en Matthijs de Boer van bureau MDBS hebben in opdracht van de RCE de geschiedenis en het huidig functioneren van verschillende aanloopstraten met elkaar vergeleken. Zij zagen daarbij grote verschillen in de historische functies, de huidige functiemix, de gevelbreedte en pandoppervlakte, maar ook in de verkeers- en parkeersituatie. Opvallend in hun analyse is onder meer dat in aanloopstraten waar (nu al) veel gewoond wordt, er gemiddeld minder leegstand is. Óók in de winkelpanden.

De historische, fysieke en functionele verschillen leiden tot toekomstmogelijkheden die per aanloopstraat verschillend zijn. In brede straten zoals de Westzijde in Zaanstad, waar we vandaag te gast zijn, kan ruimte geboden worden aan diverse functies op straat. Denk bijvoorbeeld aan een terras of groen op het midden van de straat, en fietsstroken. Maar ook in smallere straten kan, bijvoorbeeld door functiemenging, een levendig straatbeeld worden gerealiseerd: denk hierbij aan cafés of andere karakteristieke functies op de hoekpanden en het planten van gevelgroen. Grote(re) panden in de straat zijn geschikt te maken voor een mix aan functies, terwijl kleine(re) panden weer beter getransformeerd kunnen worden naar woningen. Verschillende dominante functies vragen overigens wel om verschillende inrichtingen van de openbare ruimte.

Weg met het gesloten winkelfront!

Astrid Kockelkoren en Matthijs De Boer stellen vraagtekens bij de populaire stelling dat een ‘gesloten winkelfront’ [een ononderbroken reeks winkels] cruciaal zou zijn om een aanloopstraat als winkelstraat goed te laten functioneren. “Is een fijne woonstraat met winkels daarin nou echt zo ondenkbaar?” Astrid en Matthijs zijn ervan overtuigd dat fysieke ingrepen in zowel pand als openbare ruimte nodig zijn om van een slecht lopende winkelstraat een fijne woon- of woon/winkelstraat te maken. Niet iedereen wil woonkamer met winkelpui direct aan de straat. Ook de straat zelf krijgt hierdoor een nieuw en dynamischer karakter. Naast het transformeren van winkels in woningen kan er ook worden gekozen voor het herinrichten van straathoeken of zelfs het creëren van nieuwe straathoeken door het slopen van panden voor economische of verblijfsachtige functies.

Wees gerust: je doet het nooit goed met parkeren

Een ander belangrijk, en soms controversieel onderdeel in de kwaliteit en functionaliteit van de openbare ruimte van aanloopstraten is het parkeren. Hilly Talens van het CROW geeft een presentatie en heeft een blijde boodschap: “Wees gerust: je doet het sowieso nooit goed.” Ze grijpt terug op het ontstaan van parkeerproblemen en –beleid in de jaren zestig, toen de auto steeds populairder werd. “In de afgelopen decennia zijn we steeds meer gaan sturen om al die auto’s in goede banen en vakken te krijgen. Dat deden we vooral aanbodgericht. Nu lijkt er voorzichtig weer een tendens naar meer vraagvolgend beleid. Wat sowieso blijft staan is dat het creëren en onderhouden van parkeerplaatsen altijd geld kost. De vraag gaat erover wie die kosten betaalt.” Wel of geen betaald parkeren is ook in veel aanloopstraten een discussie, herkent Talens, waarbij ondernemers bang zijn dat klanten wegblijven wanneer zij voor hun parkeerplek moeten betalen. Talens verwacht dat de weerstand tegen betaald parkeren – het gevoel van “moet ik weer betalen” – zal verminderen als parkeerapps waarbij je automatisch betaalt, populairder worden. “Mensen zijn best bereid om voor parkeren te betalen, maar willen niet de hele tijd met het betaalmoment geconfronteerd worden,” denkt Talens.

Ruimte voor parkeren

Naast wie er voor parkeren betaalt is een belangrijke vraag: wat doe je met parkeerplekken? Het aantal parkeerplekken en het inrichten van parkeerruimte speelt een belangrijke rol bij herbestemming van aanloopstraten, bijvoorbeeld bij transformatie naar woningen. Hoe zorg je enerzijds voor voldoende parkeerplaatsen en zorg je anderzijds voor een de straat die een prettige verblijfsplek is? Hoe creëer je genoeg ruimte voor andere functies in de openbare ruimte, zoals bankjes, terrassen, speelruimte en groen? Dit worden steeds belangrijkere aspecten voor het goed functioneren van een aanloopstraat. Talens onderstreept het belang van een gebiedsgerichte aanpak van parkeren (in plaats van straat- of pandgerichte aanpak): “Je moet er als gemeente naar streven dat parkeerplaatsen zo intensief mogelijk gebruikt worden, zodat je er zo min mogelijk ruimte aan hoeft op te offeren.” Dat kan bijvoorbeeld door het bijhouden van de parkeerbezetting en het afstemmen tussen gebieden en tijden. ”De gemeentelijke parkeermakelaar in Zwolle regelt bijvoorbeeld dat lege parkeerterreinen bij kantoren rondom de binnenstad van Zwolle in het weekend ontsloten worden voor bezoekers van de binnenstad.”

Van kencijfers naar gebiedsgerichte normen

Verder is het belangrijk om het onderscheid tussen parkeerkencijfers en parkeernormen helder te hebben. Waar de kencijfers, uitgegeven door het CROW en niet juridisch bindend, niet locatiespecifiek zijn en beleidsonafhankelijk, zouden parkeernormen, die wél juridisch bindend zijn, juist wel beleidsafhankelijk en gebiedgericht moeten worden vastgesteld. Talens raadt aan om parkeernormen vast te stellen in een parkeernormennota en niet in een bestemmingsplan. Om genoeg parkeergelegenheid bij woningen of winkels te realiseren kan verder gedacht worden aan de herverdeling van eigendomsrechten, bijvoorbeeld het verhandelen van parkeerplaatsen binnen een vereniging van eigenaren of tussen bedrijven.

Vergeet de fiets niet!

Daarnaast is het van belang om niet alleen naar de auto maar ook naar fietsparkeren te kijken en breder te kijken voor parkeeroplossingen. Vergeet de fiets niet! Talens nuanceert het beeld dat automobilisten gemiddeld het meeste besteden: zij zijn goed voor ongeveer een derde van de bestedingen, fietsers en voetgangers samen voor ongeveer tweederde. Meer bepalend in bestedingspatroon is de gezinssamenstelling: een- en tweepersoonshuishoudens besteden meer en gaan vaker op de fiets of te voet dan met de auto. De gemeente Wageningen heeft in samenspraak met bewoners en bedrijven een parkeernota opgesteld waarbij auto- en fietsparkeren geïntegreerd zijn opgenomen, mét gebiedsgerichte parkeernormen en een bredere visie op mobiliteit met onder andere aandacht voor de opkomst van deelauto’s. Het aanbieden van deelauto’s kan worden ingezet om mensen te weerhouden een tweede auto aan te schaffen om zo de parkeerdruk te verminderen.

Fietsparkeren behelst ook veel meer dan het plaatsen van een fietsenrek: zoveel soorten fietsen, zoveel soorten fietsparkeerplaatsen. Houd hierbij ook rekening met de gewenste verblijfsduur in het gebied, geeft Hilly aan. Ook kan door simpele ingrepen in de openbare ruimte overlast van geparkeerde fietsen worden aangepakt: denk aan belijning of het verwijderen van een paal. Het fietsparkeren op de Westzijde in Zaandam mag meer aandacht krijgen, blijkt tijdens de rondleiding. Talens adviseert bijvoorbeeld de inzet van ‘lokfietsen’, om zo mensen te stimuleren hun fietsen op gewenste plekken te parkeren.

aangenama-aanloopstraten-zaandam-2

Rondleiding Zaandam centrum en Westzijde

Gemeente Zaanstad gaat de winkelfunctie van aanloopstraat Westzijde compacter maken. De winkels moeten naar voren, richting kernwinkelgebied.

Zaanstad gaat ook de openbare ruimte opknappen (voor de héle straat). Daar hoort ook gevelbeleid bij (bijvoorbeeld om lelijke reclames te reguleren en bijzondere gevels beter zichtbaar te maken.

Hoe?

  • Bea van Voorthuizen praat nu met alle vastgoedeigenaren om hen voor te bereiden op een gevelplan dat Sjoerd Soeters maakt. Om hen zo enthousiast te maken om mee te doen met de kwaliteitsverbetering.
  • Praten met ondernemers (middels bijeenkomsten) buiten het geplande winkelgebied om hen te verleiden dichter richting kernwinkelgebied te trekken. "Vastgoedeigenaren zijn daar uiteraard niet allemaal blij mee.*

Waarom lukt het aanpakken van de aanloopstraat in Zaanstad wél? Bea van Voorthuizen: “Ik denk dat het héél belangrijk is dat ik Zaanse ben en hier ook al heel lang rondloop en iedereen ken.”

Experiment Aangename aanloopstraten