Aan de slag met een omgevingsvisie

Steeds meer partijen bereiden zich voor om te gaan werken in de geest van de Omgevingswet die in 2019 in werking zal treden. Bijvoorbeeld door te starten met een omgevingsvisie, één van de nieuwe instrumenten binnen deze wet. Om ervaringen en kennis te delen, kwamen op 24 november 2016 zestig geïnteresseerden vanuit het hele land bij elkaar in het provinciehuis van Flevoland. Aan de hand van een aantal inspirerende voorbeelden met praktische tips gingen deelnemers in gesprek over de omgevingsvisie tijdens deze praktijkbijeenkomst van Platform31 en het programma Aan de slag met de Omgevingswet.

Jaap Lodders trapte de middag af. Als gedeputeerde van de provincie Flevoland met de omgevingsvisie in zijn portefeuille, deelde hij zijn kijk op de nieuwe dynamiek die de omgevingsvisie teweeg brengt. Hij schetste bijbehorende uitdagingen: “De omgevingsvisie is geen plan maar een instrument, waar we mee aan de slag gaan de komende tien jaar. Dit betekent ook een veranderende wijze waarop wij werken. We gaan toe naar ambtenaar 3.0. Dit is een cultuurverandering.” Hij benadrukte het belang van kennisdeling. “Het is goed hier samen aanwezig te zijn om ervaringen te delen.”

Flevolandstraks

Een dynamisch, levend document, met niet meer dan twintig bladzijden, digitaal beschikbaar, geen plankaart en geen planMER. Dat wordt de omgevingsvisie van de provincie Flevoland. Dat past volledig in deze tijd en bij de provincie. Ward de Meulemeester (provincie Flevoland) vertelt dat het proces van de omgevingsvisie ‘Flevolandstraks’ anderhalf jaar geleden begon. Het startte met een open vraag naar buiten om de behoefte op te halen bij verschillende partijen in de provincie. “Het gaat erom te werken met wie er mee wil werken aan het oplossen van een vraagstuk”. Dat gaat dan om de zogenoemde usual, maar ook de unusual suspects. “We zijn gaan vragen buiten ons eigen huis, bij adviseurs, experts en inwoners die met een andere blik naar de relevante lange termijn vraagstukken kijken. Dit bracht heel andere dingen naar voren dan wanneer we dat bij onze eigen ambtenaren hadden gedaan”.

“Want wie drukt er nu de stempel? Dit gebeurt op heel veel verschillende tafels en niet meer alleen door Gedeputeerden en Provinciale Staten”. De ‘maakbare provincie’, waarvan Flevoland een schoolvoorbeeld is, was vooral top down. Nu zie je hier een opvallende omslag in denken: minder van bovenaf. “Het is de heruitvinding van je rol als overheid in dit nieuwe tijdperk”.

Een aandachtspunt blijft: hoe zorg je voor commitment van andere partijen, aangezien een omgevingsvisie alleen zelfbindend is? Hierbij kun je denken aan bestuursovereenkomsten of convenanten. De inhoudelijke uitdaging van de omgevingsvisie blijft: wat zijn de grote strategische hoofdopgaven voor de lange termijn? Volgens Ward de Meulemeester moet je zulke “complexe trajecten in drie stappen opknippen, dan komt het altijd goed”. Flevoland doet dat door eerst de vraag op te halen in ateliers met experts van buiten, organisaties en Flevolanders. De tweede stap is het opstellen van de omgevingsvisie zelf. En de derde stap is de uitwerking van de strategische hoofdkeuzen in samenhang met alle andere plannen.

Resultaten Pilot Omgevingsvisie

“Een kaart kan integrerend werken. De kracht van beeld moet niet onderschat worden,” aldus Gerwin Gabry (KuiperCompagnons). Vooral voor interne en externe participatiepartners werkt een kaart integrerend. Het is een vertaling van hun wensen, maar ook een manier om hen te inspireren en verleiden. Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Namens de BNSP presenteert Gabry de aanbevelingen uit de eindrapportage van de Pilots Omgevingsvisie (pdf) en concludeert “Gebruik de omgevingsvisie als katalysator voor cultuurverandering”. Het opstellen van een omgevingsvisie is een kwestie van beginnen. “Vertel dit verhaal niet verder, maar doe het gewoon”, zo vat hij de hoofdboodschap van de eindrapportage samen.

Een omgevingsvisie blijft op hoofdlijnen en “is de brug tussen de realiteit en dromen”. Gabry staat ook stil bij de omslag van sectoraal naar integrerend werken. “Integraal werken is allesomvattend en daarmee bijna onmogelijk. Maar het feit dat je intersectoraal en integrerend werkt is al een hele goede stap”. Het integreren van het sociaal domein bij het fysieke domein is hiervan een goed voorbeeld. Om synergie te laten ontstaan tussen deze twee domeinen zal er gezamenlijke visievorming moeten plaatsvinden waarin identiteiten en kernkwaliteiten centraal staan. Deze kunnen worden vertaald in een integraal afwegingskader, zodat duidelijk is voor initiatiefnemers waar rekening mee gehouden moet worden. Ook kan dit kader gebruikt worden bij het opstellen van het omgevingsplan. Het bleek in de Zomerimpuls ‘Van omgevingsvisie naar omgevingsplan’ (Gemeente Hillegom) namelijk belangrijk dat een omgevingsvisie wordt gemaakt met de vertaling naar een omgevingsplan in het achterhoofd.

Omgevingsvisie Hillegom 2030

Het sociaal domein is vanaf het begin betrokken als belangrijke speler bij de omgevingsvisie van de gemeente Hillegom. Sjoukje Eringa (gemeente Hillegom) vertelt dat in de integrale projectgroep van de omgevingsvisie ook welzijn, cultuur, WMO, sport en onderwijs is betrokken. Maar ook de omgevingsdienst, de GGD en het waterschap zijn vanaf het begin betrokken. “De ambtelijke betrokkenheid is intern ook erg groot”. Hoe kreeg de gemeente dit voor elkaar? “Er zijn interviews gehouden met medewerkers bij het inventariseren van beleid en we hebben hen voorbereid op de komst van de omgevingsvisie.” Tijdens een ‘ronde van beleid’ zijn alle afdelingen betrokken. “Een voordeel van een kleine gemeente is wel dat de betrokkenheid hier makkelijker te realiseren is, omdat je elkaar regelmatig spreekt. Door deze betrokkenheid vindt kruisbestuiving plaats met afdelingen op andere gebieden dan ruimtelijke ontwikkeling.”

Aan participatie met de bewoners is specifieke aandacht besteed. Eringa vertelt de verschillende vormen: een denktank, een bewonersavond en een vragenlijst naar de 750 mensen van het burgerpanel. Door scholieren van het Fioretti College te vragen naar hun ideeën over de toekomst van hun woonplaats, krijgen jongeren bijzondere aandacht. Daarnaast zette de gemeente twee prijsvragen uit voor de mooiste foto en voor het beste idee van Hillegom.

“Begin op tijd, neem de tijd en neem iedereen mee” luidt het advies van Eringa. Het bleek van groot belang te zijn de gemeenteraad goed in te lichten over de Omgevingswet en ook mee te nemen in het proces, voordat er wordt ingezet op participatie. Ondanks dat de raad het bestaande beleid in stand wil houden, vindt er wel een verschuiving van “nee, tenzij”, naar “ja, mits” plaats. “Eerst het eigen huis op orde, voordat je naar buiten gaat”, aldus Eringa.

Naar een omgevingsvisie

“De veranderende rol van de overheid is een belangrijk onderwerp in de nieuwe Omgevingswet, de omgevingsvisie is een uitstekend middel om daar invulling aan te geven”, aldus Guido van Loenen (Rho Adviseurs). In Oirschot is voor de gemeentelijke omgevingsvisie de toekomstige rol van de overheid in een uitgebreid gesprek met de gemeenteraad aan de orde geweest. Hier stond de kunst van het loslaten centraal. “Aanvankelijk wilde het gemeentebestuur veel, zo niet alles, bij de samenleving neerleggen om de zelfredzaamheid van de bevolking naar voren te laten komen. Vanuit een burgerpanel bleek voor sommige thema’s echter wel de behoefte aan enige richting.” Na deze constatering ging de gemeente in twee avonden aan de slag met vier scenario’s over de rolverdeling en de rol van de gemeenteraad hierbij. Een korte kenschets:

  1. Mooi Oirschot, met de raad als rol van Conservator om het historische Oirschot te houden zoals het is.
  2. Rijk Leven, met de raad als Inspirator voor de welvarende, ondernemende burger.
  3. Goed Leven, waar balans en kansen voor iedereen gelden en de raad de rol van Regisseur heeft.
  4. In Balans, met een rol voor de Raad als Mediator of rijdende rechter met als doel evenwicht en tevreden burgers.

Door de rollen centraal te stellen en aan de slag te gaan met concrete voorbeelden, werd een goed gesprek in gang gezet en constateerde de raad zelf snel dat zij per thema een andere rol kunnen aannemen in plaats van overal dezelfde. Dit lijkt ook een goede aanpak om de omgevingsvisie in de toekomst te gaan herijken, bijvoorbeeld door dit rollenspel na de verkiezingen te herhalen.

Van Loenen staat ook stil bij de verhouding tussen thema’s en gebieden. Thema’s zijn langere termijn en gaan over ‘overal, straks en wij’, terwijl een gebiedsaanpak over een kortere termijn gaat en focust op ‘hier, nu en ik’. Omdat een omgevingsvisie niet allesomvattend kan zijn, is het van belang dat je zowel thema’s als gebieden kiest om op te focussen. Dit betekent “kiezen en afvallen”, want als het gaat over de inhoud en vorm van de omgevingsvisie “betekent vrijheid niet vrijblijvendheid”, aldus van Loenen. Praktisch betekent dit bijvoorbeeld dat bewoners kunnen intekenen om de leegstaande dorpskerk een nieuwe functie te geven, maar ook dat thema’s als de energietransitie niet totaal aan bewoners overgelaten kunnen worden. Een situatie waarbij top down en bottom-up elkaar ontmoeten, lijkt ideaal.

Presentaties

Benieuwd naar meer voorbeelden?

Op mijnomgevingsvisie.nl vindt u meer informatie over de ontwikkelingen rondom omgevingsvisies. Zo zijn onder andere de onderstaande omgevingsvisies vastgesteld:

Aan de slag

Deze praktijkbijeenkomst is onderdeel van het programma Aan de slag met de Omgevingswet. Eén van de onderdelen van dit programma is de mogelijkheid voor gemeenten of provincies om een financiële ondersteuning te ontvangen van maximaal €10.000 voor praktijkondersteuning bij projecten die het werken in de geest van de omgevingswet stimuleren. Wilt u hierover meer informatie? Zie www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl. Hou deze website ook in de gaten voor meer informatie over de nieuwe ronde pilots omgevingsvisie.

Bijeenkomsten

De volgende in de serie praktijkbijeenkomsten in het kader van Nu al aan de slag met de Omgevingswet vindt plaats op dinsdag 24 januari 2017 en heeft als thema Implementatie van de Omgevingswet. Bent u erbij?

Daarnaast kunt u zich nu al aanmelden voor de praktijkbijeenkomst Samenwerken met de Omgevingswet op donderdag 16 februari 2017. Deze bijeenkomst belicht een aantal voorbeelden van samenwerking. Welke soorten samenwerking zijn er? En wat zijn succesfactoren om een goede samenwerking vorm te geven?