Woningbouwopgave: slim of snel bouwen?

Help, de woningmarkt is niet eens meer oververhit, maar aan het ‘droogkoken’. Bouwen, dat moeten we en snel, zo klinken alarmerende berichten. “De woningmarktdiscussie begint steeds meer naar paniek te ruiken, naar haastige spoed”, waarschuwt Fred Schoorl in Cobouw. En haastige spoed is zelden goed, toch? Op welke uitgangspunten moeten we onze woonagenda dan baseren? Op kwantiteit of kwaliteit?

Die laatste vraag lijkt een open deur. Maar sinds de druk op de woningmarkt in sommige delen van het land flink is gestegen, gaat het wel erg vaak over aantallen. Het is opvallend hoe snel de discussie is omgeslagen. Twee jaar geleden lag de woningmarkt nog op z’n gat. De woonagenda was iets voor de regio, werd niet door het Rijk gecoördineerd. Dat is nu anders. In elk geval is het debat stevig ontbrandt over hoeveel woningen erbij moeten en vooral waar die moeten komen. Nadeel daarvan is dat de focus nu sterk ligt op de kwantitatieve opgave. Het bijbouwen van één miljoen woningen roept veel discussie op. Een tweede twistpunt: moeten deze woningen binnenstedelijk worden gebouwd of zou er nieuwe, grootschalige woningbouw buiten de bestaande stad toegestaan moeten worden?

Ook in het vakdiscours lijkt iedereen wakker geschud. Lag het denken over de woonopgave een tijd stil, na het Jaar van de Ruimte eind 2015, merkten enkele criticasters al op dat de woningbouwopgave ontbrak in het Manifest2040. Ook Jan Jager, hoofdredacteur van Stadszaken, schreef dat zes van de zeven adviesorganisaties die een ‘bod’ deden voor de Nationale Omgevingsvisie, niet repten over de woonopgave.

In ruimtelijk beleid wordt het wonen vaak gezien als volgend. Ellen van Bueren en Wouter van Gent schrijven hierover in hun essay next living. Waar en hoe we wonen wordt gedicteerd door grotere veranderingen in economie, demografie en technologie. Opgaven als economische herstructurering, grijze en groene druk, internationale migratie en nieuwe ontwikkelingen in energie, vervoer en digitale dienstverlening hebben volgens Van Bueren en Van Gent grote gevolgen voor de wijze waarop woonmilieus er in Nederland uit gaan zien. Dat kan verklaren waarom de woningbouwopgave niet als zelfstandige opgave is komen bovendrijven in het Jaar van de Ruimte.

Terwijl het goed zou zijn om juist de kwalitatieve opgaven centraal te stellen. Evenals het streven om gezonde en inclusieve steden met gemengde buurten voorop te stellen. En directe relaties te leggen tussen de gezondheid van het menselijk lichaam, de leefstijl van mensen en de inrichting van de stad. Welke in de woningbouwopgave zouden we dan maken? Of zoals collega’s Visser en Uyterlinde in hun blog betogen: neem de verduurzamingsopgave als basis voor de wijkaanpak.

Inmiddels worden er al Kamervragen gesteld – waarbij zelfs ideeën voor een ‘Deltaplan wonen’ – voorbij komt. De vraag is dan: wat is dan de rol van de (rijks)overheid? Volgens Van Bueren en Van Gent heeft de rijksoverheid een bijzondere rol en acteert ze als risicodrager, investeerder, onderhandelaar en als soevereine macht met als ‘eigenbelang’ duurzaamheid, sociale samenhang en goede, leefbare woonmilieus voor iedereen. Een overheid dus die naast voldoende woningen ook staat voor gezonde en inclusieve steden. Het spel is dus op de wagen. Naast meer woningbouw dus ook een oproep voor het nadenken over de vraag hoe die woningen kunnen bijdragen aan betere steden.

Jeroen Niemans

Discussiebijeenkomst ‘next living’

Namens het netwerk Wij Maken Nederland organiseert Platform31 een discussiebijeenkomst over ‘next living’ op 4 januari 2017. We gaan dan met elkaar in gesprek over de manier waarop we kwalitatieve opgaven meer aan de orde kunnen laten komen in het debat over de woningbouwopgave en wat de rol van het rijk daarin kan zijn. Welke maatregelen moet het komende kabinet nemen?

Aan het einde van de bijeenkomst willen we een of meer concrete boodschappen aan het kabinet formuleren, die we als een pakket aanbieden aan de politiek.