Weg met de burgerparticipatie!

Esther Slegh, Platform31

“Als ik dit zie, dan geloof ik dat het meeste werk binnen de gemeentelijke organisatie ligt.”, zei een van de deelnemers over samenwerking tussen overheid en bewoners tijdens een studiereis naar Denemarken. Ik hoor steeds meer mensen die de term ‘burgerparticipatie’ belemmerend vinden. Burgerparticipatie is een passief woord, terwijl het juist de actieve rol van de burger moet uitdrukken.

Participatie zegt: burgers mogen meedoen. Elk woord in deze zin gaat voorbij aan de rol van de actieve burger in de maatschappij. Burger=onderdaan mogen=bij de gratie van meedoen=maar ik bepaal hoe. Want samenwerken vraagt om gelijkwaardigheid. Iets wat ze in Noordwest-Denemarken heel goed begrepen hebben.

Net als in Nederland zijn verschillende initiatieven in Denemarken geboren uit onvrede. Het sluiten van een school, de verregaande verloedering na wegtrekken van bewoners of een surflocatie die geofferd moest voor windenergie. Net als in Nederland organiseerden burgers zich om van een gemis winst te maken. Net als bij veel Nederlandse initiatieven ontstond er meerwaarde. Anders dan in Nederland sluit, zelfs na een zwaar gevecht, de gemeente aan als partner om samen met de bewoners na te denken over de toekomst van hun dorp of regio.

Bewoners zijn hier gelijkwaardig ontwikkelaar van visie- en uitvoeringsplannen. Samen met de bewoners zoekt de overheid naar kansen tot ontwikkeling, mankracht en middelen. Dit betekent in de praktijk dat de regie en inhoud bij bewoners blijft; de gemeente ondersteunt. Letterlijk! Zoals een betrokken projectleider stelde: “Soms gaan ontwikkelingen niet snel, of is er discussie binnen de groep. Ik trek me dan terug tot de bewoners dit opgelost hebben. Dat is soms lastig, maar het is hun project. Ik ondersteun alleen maar.” Deze methode werkt goed. De resultaten zijn in ieder geval indrukwekkend.

Daarom zeg ik: Weg met de burgerparticipatie – hoe gaan we de
samenwerking regelen?